De berekening van WLC-GWP

Vanaf 2028 moet er voor nieuwe gebouwen groter dan 1000m2 een WLC-GWP-berekening worden gemaakt. Resultaten worden opgenomen op het energielabel.

Stichting NMD werkt in samenwerking met o.a. het Ministerie van BZK en RVO aan de implementatie van deze nieuwe berekening. Op deze pagina vind je meer informatie over hoe de WLC-GWP straks kan worden berekend en hoe dit binnen het bestaande Nederlands stelsel van de Milieuprestatie en de Energieprestatie een plek gaat krijgen.

 

Vanaf 2028 moeten nieuwe gebouwen groter dan 1.000 m² inzicht geven in de bijdrage van de opwarming van de aarde via de verplichte berekening van de WLC-GWP. De uitkomst wordt onderdeel van het energielabel. Vanaf 2030 breidt deze rekenplicht uit naar alle nieuwe gebouwen en zullen er ook grenswaarden gelden.

Wat is WLC-GWP?

WLC-GWP staat voor Whole Life Cycle Global Warming Potential. Deze integrale rekenmethode brengt zowel de materiaalgebonden broeikasgasemissies als de emissies uit het gebouwgebonden energiegebruik tijdens de gebruiksfase, (inclusief eventuele teruglevering van energie) in beeld over de gehele levenscyclus van een gebouw, uitgevoerd over een beschouwingsperiode van 50 jaar. De uitkomst wordt uitgedrukt in kg CO2-equivalenten per m² gebruiksoppervlakte per jaar. 

Hoe gaat deze nieuwe berekening straks praktisch in zijn werk?

De nieuwe WLC-GWP rekenmethode vereist een integratie van gegevens uit zowel het Milieuprestatiestelsel als ook het Energieprestatiestelsel. Dit komt omdat de berekening wordt opgebouwd uit zowel de materialen van een gebouw als ook het energiegebruik dat plaatsvindt tijdens de gebruiksfase (Module B6), inclusief de baten en lasten uit de geëxporteerde gebruiksmiddelen (Module D2). Zie in het figuur hieronder hoe de twee stelsels samenkomen.

De berekening kan gemaakt worden met behulp van een door Stichting NMD gevalideerd rekeninstrument. In dit rekeninstrument wordt de WLC-GWP berekend met de milieuverklaringen (voor zowel de bouwproducten als de energiedragers), die zijn opgesteld volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken. Voor het operationele energiegebruik worden de energiestromen op basis van de Energieprestatieberekening gekoppeld aan de NMD-milieuverklaringen van de betreffende energiedrager(s).

Bij de berekening van de WLC-GWP moet er dus een wisselwerking komen tussen de EP-adviseur en de persoon die de WLC-GWP berekent. Zowel voor het delen van het operationeel energiegebruik als voor het resultaat van de WLC-GWP berekening die nodig is voor het energielabel.

Gedetailleerde informatie over hoe deze informatie-uitwisseling plaatsvindt wordt nog uitgewerkt. Met name voor partijen zoals de rekeninstrumenten, EP-adviseurs en MPG-opstellers is het belangrijk dat er duidelijke instructies hierover komen.

Voor wie geldt de berekening?

De Bepalingsmethode WLC-GWP is van toepassing op nieuwe gebouwen. Voor GWW-werken (infrastructuur) is deze methode niet van toepassing.

Vanaf 2028 geldt een rekenplicht voor nieuwe gebouwen met een oppervlakte groter dan 1000m2. Vanaf 2030 geldt de rekenplicht voor alle nieuwe gebouwen en zullen er ook grenswaarden gelden voor alle nieuwe gebouwen.

Wat is de rol van Stichting NMD?

Stichting NMD beheert het bestaande stelsel van de Milieuprestatie met de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken de bijhorende databases en gevalideerde rekeninstrumenten. Met de komst van de WLC-GWP breidt deze rol uit met het beheer van de Bepalingsmethode WLC-GWP.

Europese EPBD IV-richtlijn

De Europese EPBD IV-richtlijn bepaald voor een groot deel de verplichtingen rondom de WLC-GWP. De verdere implementatie en invulling van deze verplichtingen zijn nog in ontwikkeling en onder invloed van besluitvorming door het Ministerie van BZK.

Het fundament voor duurzame bouw