Refurbished raam Scheldebouw -Permasteelisa Group

Scheldebouw stelde voor hergebruikte aluminium ramen een categorie 1 milieuverklaring op. De lessen die Scheldebouw daarbij leerde – technisch én in het verzamelen van data en documentatie - zijn waardevol voor de hele branche.

Gevelbouwer Scheldebouw – onderdeel van Permasteelisa Group – maakt al jaren levenscyclusanalyses om inzicht te krijgen én geven in duurzaamheid. Gevels zijn cruciaal in de energiehuishouding van een gebouw. Extra isoleren betekent echter ook extra materialen toevoegen. En extra materialen stoten weer extra CO2 uit. Daarin de balans vinden is een continue uitdaging. Mede daarom besloot Scheldebouw gericht onderzoek te doen naar circulariteit. Hoe kun je een gevel hergebruiken en hoe bereken je daarvan vervolgens de milieuscore? Duurzaamheidsmanager Janneke Verkerk en lead concept designer Hans Jansen vertellen welke lessen zij leerden en hoe de hele branche daarmee verder kan.

Permasteelisa werkte wereldwijd aan iconische projecten zoals Apple Headquarter in Cupertino, The Shard en Sagrada Família. Veelal gebouwen met enorme oppervlakten gevel. Die gevels werden door de jaren heen steeds duurzamer. Tegelijkertijd groeide het besef dat de grootste duurzaamheidswinst niet alleen in nieuwbouw zit.

Circulariteit begint bij wat er al staat

“Wij hebben wereldwijd duizenden gevels gerealiseerd, sommige al meer dan 25 jaar geleden,” vertelt duurzaamheidsmanager Janneke Verkerk. “Dan komt vanzelf de vraag: wat is onze verantwoordelijkheid voor die bestaande gebouwen? Circulariteit begint niet bij nieuw, maar bij wat er al staat.”

Die gedachte vormde de basis voor een reeks circulaire studies binnen de afdeling Reseach & Development van Permasteelisa, waarvan er één werd uitgevoerd samen met de TU Delft. En waaronder ook een onderzoek naar de hergebruikpotentie van complete gevelelementen.

Janneke Verkerk
Hans Jansen

Wat is exact de milieuwinst van hergebruik?

“Wij zitten niet in de business van drie ramen per project, maar eerder 10.000 ramen per project. Het gaat altijd om grote aantallen. Daarmee is de potentie dus ook enorm,” vertelt lead concept designer Hans Jansen.

“We werden betrokken bij de renovatie van een 25 jaar oud gebouw waarvan we de gevel konden gebruiken als test. Dat werd de basis voor de eerste pilot. Onze onderzoeksvraag: hoeveel energie kost het om oude gevels te hergebruiken en te laten voldoen aan de huidige bouwfysische, brandveiligheids- en duurzaamheidseisen? En welke besparing levert dat op? Met andere woorden: hoeveel zin heeft het, met het oog op duurzaamheid, om gevels te hergebruiken? 

Van ‘afval’ naar volwaardig product

De volgende pilot startte met het demonteren van gevelonderdelen uit een bestaand kantoorgebouw. In totaal ging het om zo’n 350 aluminium ramen met als doel ze opnieuw inzetbaar te maken. 

Janneke: “Om de technische haalbaarheid te toetsen, hebben we meerdere ramen uit het gebouw gehaald en uitgebreid getest. Daarbij bleek dat zelfs relatief jonge ramen niet meer voldeden aan de huidige eisen. Dat komt door aangescherpte regelgeving, maar ook door onderhoud en gebruik.”

“In samenwerking met de Hogeschool Zeeland ontwikkelden we een concept voor een mobiele werkplaats waarin we de ramen stap voor stap opknapten. Denk aan het vervangen van rubbers, het verbeteren van isolatie of zelfs het vervangen van glas. We kunnen deze mobiele werkplaats per project aanpassen. Eigenlijk hoe we dat ook bij de productie van nieuwe gevels doen.” 

 

Data verzamelen en vastleggen

Naast de uitdaging van de techniek, was er de uitdaging van het systeem eromheen. Hergebruikte producten missen vaak essentiële documentatie, zoals prestatieverklaringen en CE-markering.

“Als je iets van een marktplaats haalt, koop je het ‘as is’,” aldus Hans. “Maar onze toegevoegde waarde is juist dat we prestaties garanderen. Dat betekent: testen, valideren en documenteren alsof het een nieuw product is.” 

“Voor elk onderdeel keken we naar massa, materiaalsoort en bewerking. Dat deden we voor bestaande onderdelen en voor nieuwe toevoegingen zoals rubbers. Ook bepaalden we het energieverbruik van de bewerkingsstappen, onder andere met metingen en testruns. Bijvoorbeeld hoeveel energie nodig is voor reiniging of aanpassing van elementen. Dat soort gegevens moet je meten of goed onderbouwen.”

Rekenen aan circulariteit

Het bepalen van de juiste milieuscore bleek geen eenvoudige opgave. “In een EPD zit normaal gesproken de hele levenscyclus, inclusief sloop en afvalverwerking,” legt Janneke uit. “Bij hergebruik moet je die stappen anders bekijken. Het ‘mijnen’ van grondstoffen is bijvoorbeeld al gebeurd, dus dat zet je op nul.”

“We hebben uiteindelijk informatie gebruikt uit eerdere LCA’s én veel aanvullende data verzameld, met name over de eerdergenoemde bewerkingsstappen. Bij hergebruik kunnen transportafstanden en -routes bovendien anders zijn. Bijvoorbeeld van een bestaand gebouw naar een verwerkingslocatie en daarna naar een nieuwe toepassing. Dit vraagt om project-specifieke keuzes in de berekening.” 

Milieuwinst: 75% minder CO₂-uitstoot 

Na intensieve afstemming en toetsing is uiteindelijk gekozen voor de meest productspecifieke milieuverklaring binnen de NMD, de categorie 1 milieuverklaring. “Dat betekent dat alles is geverifieerd en onderbouwd. Je kunt er echt op vertrouwen.”

Daarmee werd ook een antwoord gevonden op de onderzoeksvraag. “Met slechts 25% van de energie kunnen we een raam leveren met dezelfde prestaties als nieuw. Dat betekent een CO₂-reductie van ongeveer 75%.” 

Die besparing komt vooral doordat de meest impactvolle fase - het winnen en produceren van grondstoffen - volledig wordt vermeden. “Uit onze analyses blijkt dat zo’n 80% van de milieu-impact in de materialen zelf zit. Als je die kunt behouden, maak je echt het verschil.”

Toepassing van de methodiek

De aanpak die Scheldebouw ontwikkelde, is breder toepasbaar op circulaire bouwproducten. “We hebben nu inzicht in zowel de techniek als de rekenmethodiek. Dat stelt ons in staat om bij toekomstige projecten veel sneller en beter te sturen. Bovendien hebben andere bedrijven er ook wat aan. Het opstellen van de categorie 1 verklaring heeft meer inzicht gegeven in de bepalende factoren binnen de LCA. Dat helpt bij de verdere ontwikkeling van rekenregels binnen de sector.”

Dat die ontwikkelingen nu steeds sneller gaan, daar is Scheldebouw van overtuigd. “De vraag naar materialen met een zo laag mogelijke milieu-impact neemt snel toe, zeker internationaal. Op termijn wordt dit gewoon de norm. Dan ontkom je niet meer aan dit soort oplossingen.”

Het fundament voor duurzame bouw