Hoex hennepisolatie ingetrild

Met Loonbedrijf Gebr. de Boer startte Hoex Bouw een volledig Noord-Limburgse hennepisolatie-keten: “Een zo laag mogelijke MKI  is vanaf de start ons doel” 

Hoex Bouw richtte zich jarenlang op het bouwen van stallen. Het bedrijf heeft een enorm netwerk onder agrariërs en kent de opgaven waar boeren voor staan. Nu de bouw van stallen terugloopt, richt Hoex zich sinds een aantal jaar op het verbouwen, verwerken en in de woning- en utiliteitsbouw toepassen van vezelhennep. Het bedrijf ontwikkelde zelfs een unieke methode om vezelhennep als isolatiemateriaal in te trillen in houtskeletbouw wand- en dakelementen. De hennepisolatie van Hoex staat nu ook met categorie 1-data in de Nationale Milieudatabase. 

We spreken voor dit interview met Nik Heeren, verantwoordelijk voor onderzoek en ontwikkeling bij Hoex Bouw. Hij vertelt hoe Hoex van traditionele stallenbouwer de stap maakte naar productie- en verwerkingsbedrijf in biobased materialen. 

Samen met Loonbedrijf Gebr. de Boer startte Hoex Bouw onder de naam Kennep een volledig Noord-Limburgse hennepisolatie-keten. Nik vertelt ook hoe duurzaamheid en de MKI in dat hele proces vanaf de start centraal staan.

Nik Heeren

 

Vertel, hoe zijn jullie van stallenbouwer, een vezelhennepteler en -verwerker geworden?

Nik: “Door onze oorsprong kennen we de agrariërs en de omgeving hier in Noord-Limburg goed. We weten dat de bouw van stallen gaat teruglopen. Al een aantal jaar oriënteren we ons op nieuwe verdienmodellen. Duurzaamheid is daarin voor ons een belangrijke voorwaarde. Zo kwamen we bij bouwen met biobased materialen en in het bijzonder vezelhennep.”

“Vezelhennep is hier in de omgeving - de Peel – een perfect ‘rustgewas’. Boeren kunnen het op hun land zetten om de bodem tot rust te brengen. Het zorgt ervoor dat de bodem water vasthoudt en door de diepe wortels verbetert de bodemkwaliteit. Het is bovendien een heel geschikt materiaal om woningen en gebouwen mee te isoleren. Het is volledig circulair, CO₂-negatief en bevordert een gezond binnenklimaat. Met vezelhennep kunnen we dus de bouwsector verduurzamen en tegelijkertijd een nieuwe impuls geven aan de landbouw.”

Jullie hebben inmiddels een hele keten opgezet, waarmee je nu veel meer bent dan bouwer alleen. Waarom willen jullie in de hele keten betrokken zijn?

“Vanuit intrinsieke motivatie, maar zeker ook omdat we geloven dat dit voor een goed verdienmodel noodzakelijk is, zetten wij vanaf de start in op een zo laag mogelijke MKI. We maken vanaf het begin dus al keuzes om de milieukosten van het vezelhennepproduct zo laag mogelijk te houden. Dat lukt het beste als je zelf van begin tot eind in die keten in control bent.”

“Dat begint bij het zo hoogwaardig mogelijk gebruiken van de grondstof. Dit doen we samen met Loonbedrijf Gebr. De Boer. Traditioneel worden vooral de vezels gebruikt van hennep, wij ontdekten dat het ook heel rendabel is om de scheven te gebruiken, het binnenste deel van de stengel (het hennephout). Nu wordt dit vaak gebruikt als stalstrooisel, een laagwaardig gebruik. Door er isolatie van te maken, kan het veel hoogwaardiger worden gebruikt.”

Wij geloven er ook enorm in om de keten zo lokaal mogelijk te houden. In ons oorspronkelijke plan wilden we lokaal telen, de vezelhennep naar een andere plek brengen in Nederland of het buitenland voor de verwerking. De reststroom van het stof daar achterlaten en de scheven (de houtige kern) terughalen voor verdere toepassing in HSB-elementen. Dan ga je echter enorm veel transportkilometers maken om het product steeds te verplaatsen. Daarom doen we dit nu allemaal in Noord-Limburg. We werken bijvoorbeeld ook met bedrijven samen die het stof van de vezels gebruiken om er plaatmateriaal van te maken. Alle reststromen worden hoogwaardig gebruikt en alles gebeurt lokaal.”

Jullie beschikken nu ook over een eigen productielijn en ontwikkelden een eigen methode om het isolatiemateriaal van vezelhennep in te trillen?

“Dat klopt. Wat je veel ziet in standaard industriële processen met (inblaas)isolatie in HSB- elementen, is dat ze horizontaal isoleren. Ze laten nog even een plaat eraf, isoleren het HSB- elementen en leggen de laatste plaat erop. Wij merkten dat die laatste stap, als het HSB-element moet worden afgemaakt, zorgt voor opstoppingen in het proces.”

“Daarom zetten wij de HSB-elementen rechtop, maken ze helemaal af en vullen ze dan van bovenaf met isolatiemateriaal. Door het daarbij te trillen en te schudden, zorgen we voor mooie, egale, goed verdichte isolatie. We weten ook wat een niet-geïsoleerd element weegt en een volledig geïsoleerd element. Dus door de elementen achteraf te wegen, hebben we meteen een interne kwaliteitscontrole.”

 

Hoe verliep de ontwikkeling van deze productielijn? Kwamen jullie nog obstakels tegen?

“Je leert tijdens zo’n proces altijd heel veel. Ook geeft de wet- en regelgeving uitdagingen. Je merkt tijdens zo’n proces hoezeer het huidige Bouwbesluit is ingestoken op traditioneel bouwen. Om aan al die richtlijnen te voldoen én een technisch heel goed product te maken, dat vraagt veel. Brandveiligheid, alle bouwfysische kenmerken... We zijn dan ook trots dat dit is gelukt.”

Hoe ging het maken van de levenscyclusanalyse om de MKI te berekenen?

“Omdat wij in de hele keten betrokken zijn, was het verzamelen van data voor de LCA voor ons vrij eenvoudig. Vanaf de start van het opzetten van onze biobased keten hebben we ook al een zo laag mogelijke MKI als doel. We wisten bijvoorbeeld dat transport een grote milieu-impact heeft en houden die transporten mede daarom zo beperkt mogelijk. We hadden ook veel vertrouwen in een goede MKI-score. We wisten dat we iets hebben neergezet met een lage milieu-impact en dit is een mooie manier om dat aan te tonen.”

Waarom hebben jullie de Hoex ingetrilde hennepisolatie met categorie 1-data laten opnemen in de NMD?

“Omdat wij geloven dat de MKI cruciaal zal worden in het verkrijgen van bouwopdrachten. Niet voor niets investeren wij in de biobased economie. Wij geloven dat dit de toekomst is. We vinden ook dat zo’n gelijkwaardige weergave van de milieu-impact van bouwproducten onmisbaar is. Anders loop je het risico dat de duurzaamheid van materialen en producten blijft hangen in marketingclaims. Met een LCA en categorie 1-verklaring kun je die marketingclaims omzetten in geverifieerde milieuclaims. Wij vinden de Nationale Milieudatabase dus ook heel relevant. Het is het fundament om gelijkwaardige prestaties aan te kunnen tonen.”

Het fundament voor duurzame bouw