Begrippenlijst per onderwerp
Alle begrippen gegroepeerd rond zes hoofdonderwerpen binnen het NMD-stelsel
Deze pagina groepeert dezelfde begrippen als de alfabetische begrippenlijst, maar dan per onderwerp, zodat je in één oogopslag ziet hoe ze samenhangen. Zoek je een specifieke term? Ga naar de alfabetische begrippenlijst.
-
Stelsel, organisatie en regelingen
Wie beheert het NMD-stelsel, en welke regelingen horen erbij.
-
Milieuprestatie, indicatoren en bestaande bouw
Hoe milieuprestatie wordt uitgedrukt, en welke regels gelden voor nieuwbouw en bestaande bouw.
-
De rekenmethodiek achter elke milieuverklaring, en wie die opstelt en toetst.
-
Milieuverklaringen, database en digitalisering
Hoe milieudata wordt ingevoerd, opgeslagen en gedeeld.
-
Begrippen rond duurzame en circulaire materiaalkeuzes.
-
Externe normen en regelgeving die het NMD-stelsel raken.
Stelsel, organisatie en regelingen
Stichting NMD is een onafhankelijke organisatie die het mogelijk maakt om een eenduidige berekening van de milieuprestatie van bouwwerken in Nederland te maken. Hiervoor beheren wij de Nationale Milieudatabase en de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken.
De Nationale Milieudatabase is de centrale database met milieuverklaringen van bouwproducten en materialen. De database bevat milieudata die wordt gebruikt voor milieuprestatieberekeningen van bouwwerken, en vormt samen met de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken de basis van het Nederlandse stelsel. De database wordt beheerd door de onafhankelijke Stichting Nationale Milieudatabase.
De Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken, kortweg ‘Bepalingsmethode’, is een uniforme meetmethode om de milieuprestatie van bouwwerken eenduidig, controleerbaar en reproduceerbaar te berekenen.
Lees meer over de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken
Stelt landelijke regels voor het bouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken in Nederland. Het besluit bevat technische en functionele eisen op het gebied van veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en energie-gebruik, voor zowel woningen als utiliteitsgebouwen.
Het kwaliteits- en verificatieprotocol van Stichting NMD voor milieugegevens. Hierin is vastgelegd aan welke eisen aangeleverde LCA-data moeten voldoen en hoe ze worden getoetst door een erkende LCA-toetser voordat opname in de Nationale Milieudatabase plaatsvindt. Dit protocol borgt de uniformiteit en betrouwbaarheid van data in de NMD.
Technisch Inhoudelijke Commissie (adviesorgaan Stichting NMD)
Sinds mei 2022 loopt de Witte Vlekken vergoedingsregeling. Met deze vergoedingsregeling wil Stichting NMD het aantal categorie 1- en 2-milieuverklaringen vergroten. Producenten van bouwproducten en -materialen kunnen (wanneer zij aan de voorwaarden voldoen) een vergoeding aanvragen (van € 2.500,-) voor het laten maken van een LCA.
Landelijk programma van de ministeries van BZK, IenW, LNV en EZK, gestart in november 2023, gericht op het opschalen van de teelt, verwerking en toepassing van biobased bouwmaterialen in Nederland. Doel is dat in 2030 minstens 30% van de nieuwbouwwoningen met minstens 30% biobased materialen wordt gerealiseerd. De NMD sluit hierop aan via het programma "Biobased in de NMD" wat is opgenomen in de Witte Vlekken vergoedingsregeling.
Milieuprestatie, indicatoren en bestaande bouw
Milieuprestatie Gebouw
Milieukostenindicator
Prestaties met betrekking tot milieueffecten en milieuaspecten.
Lees meer over de milieuprestatieberekening
De uitkomst van een LCA-studie is een milieuprofiel: Een lijst met milieueffecten uitgedrukt in verschillende milieu-impact categorieën. Voorbeelden zijn uitputting van grondstoffen, aardopwarmingsvermogen en aantasting van de ozonlaag. Aan het milieuprofiel is te zien welke milieueffecten de belangrijkste rol spelen in de levenscyclus van het product onder studie.
Klasse die een milieuaspect representeert, waaraan resultaten van een LCI kunnen worden toegewezen. Voorbeelden zijn uitputting van grondstoffen, versterkt broeikaseffect, humane toxiciteit.
De oorspronkelijke set van 11 milieu-impactcategorieën volgens de norm EN 15804+A1. Deze categorie-indeling is jarenlang gebruikt als basis voor MPG-berekeningen.
Tot 1 juli 2026 waren officiële MPG-berekeningen bij B&U nieuwbouw gebaseerd op set A1. Sindsdien is set A2 van toepassing
De nieuwe set van 19 milieu-impactcategorieën volgens EN 15804+A2. Deze uitgebreidere set (met onder andere opgesplitste indicatoren voor verzuring, toxiciteit, etc.) vervangt de A1-set als basis voor milieuprestatieberekeningen. Per 1 juli 2026 is set A2 verplicht voor MPG-berekeningen bij B&U nieuwbouw, inclusief een nieuwe weegfactorenset voor de MKI-berekening. Set A1 is vanaf die datum niet meer van toepassing voor deze berekeningen.
Milieuprestatie bestaande bouw
Voor renovatie, transformatie en onderhoud zijn twee aparte Bepalingsmethodes beschikbaar, elk met een eigen toepassingsgebied:
- MPG R&T (Milieuprestatie Renovatie & Transformatie) - voor renovatie- en transformatieprojecten, op gebouwniveau.
- MPO (Milieuprestatie Onderhoud) - voor onderhouds- en verbouwingrepen, op elementniveau (bijvoorbeeld één gevel of dak, in plaats van het hele gebouw).
Beide methodes zijn niet wettelijk verplicht, maar kunnen worden gebruikt voor ontwerpkeuzes, aanbestedingen en ESG- of CSRD-rapportages.
Een rekenmethode die de milieuprestatie (materiaalgebonden impact) en de energieprestatie van een gebouw in samenhang beschouwt. De Nationale Milieudatabase bevat hiervoor milieuverklaringen van energiedragers (elektriciteit, warmte, brandstoffen), ingedeeld in categorie 3a, waarmee energiegebruik uit energieprestatieberekeningen kan worden gekoppeld aan milieueffecten. Het is een optionele berekening: er is op dit moment nog geen implementatie in rekeninstrumenten beschikbaar.
LCA en methodiek
De vaststelling en evaluatie van de ingaande en uitgaande stromen, en potentiële milieueffecten van een productsysteem gedurende zijn levenscyclus.
Een LCA wordt opgesteld om de milieubelasting van materialen, producten en elementen onderling te kunnen vergelijken. Om de vergelijking mogelijk te maken wordt van het materiaal, product of een element een vergelijkingseenheid, de functionele eenheid, vastgesteld. De functionele eenheid geeft gekwantificeerde informatie over de levensduur, het gebruik en de toepassingsvoorwaarden. Voor een vergelijking is het relevant of een product een levensduur heeft van 10 jaar, 25 jaar of zelfs 75 jaar. Het geeft aan hoe vaak een product binnen de referentielevensduur van een gebouw moet worden vervangen. Ook het gebruik en de toepassingsvoorwaarden zijn van belang. Hoeveel verf is per vierkante meter nodig om een beschermende laag te verkrijgen die voldoende bestand is tegen weersinvloeden? Hoeveel isolatie wordt gebruikt om een warmteweerstand van 5 m²∙K/W te behalen? Bij het gebruik kunnen ook bepaalde voorwaarden van belang zijn. Zo wordt de functionele eenheid van een dakbedekkingssysteem voor een plat dak gegeven in de dikte van het materiaal per vierkante meter, waarbij ook de omvang en de helling van het dak worden beschreven.
Gekwantificeerde functionele eisen en / of de technische eisen voor een gebouw of een gemonteerd systeem (delen van werken) voor gebruik als vergelijkingsbasis.
Het kleinste element beschouwd in de levenscyclusinventarisatie analyse (LCIA) waarbij de in- en uitgaande stromen worden gekwantificeerd.
Karakterisatie is een stap in de vaststelling van een LCA. Na het inventariseren van alle onttrekkingen uit de natuur en de emissies naar de natuur, moeten de onttrekkingen en emissies worden vertaald naar een potentiële milieubelasting per milieu-impactcategorie (de indicatoren die de milieu-impact en die het gebruik van grondstoffen beschrijven). Verschillende stoffen dragen in verschillende mate bij aan een bepaald effect. Zo heeft de emissie van 1 kilo methaan voor klimaatverandering een werking die 23 keer zo sterk is als 1 kilo CO2. 1 kilo lachgas werkt 296 keer zo sterk als 1 kilo CO2. De factoren waarmee voor alle milieu-impactcategorieën wordt gerekend, zijn vastgesteld door het Centrum voor Milieukunde in Leiden.
Verdeling van de ingaande en uitgaande stromen van een proces of een productsysteem indien één proces meerdere materialen of producten voortbrengt of verwerkt.
Verzameling van eenheidsprocessen met ingrepen (emissies en onttrekkingen) en productstromen, die een of meer gedefinieerde functies vervult, en die de levenscyclus van een product beschrijft
Voor opname van milieudata in de NMD moeten milieudata worden aangeleverd door een producent of een leverancier. Het NMD-Toetsingsprotocol vermeldt welke gegevens dienen te worden verzameld. Degene die de gegevens verzamelt door een levenscyclusanalyse uit te voeren, wordt aangeduid als LCA-opsteller. De producent of leverancier stelt de LCA-opsteller zelf aan. De LCA-opsteller kan voortkomen uit de eigen organisatie of van buitenaf, zoals medewerkers van gespecialiseerde adviesbureaus. Erkenning is voor een LCA-opsteller niet verplicht, maar wel mogelijk (zie Erkende LCA-opsteller). De data die de opsteller aanlevert, wordt vervolgens altijd getoetst door een erkende LCA-toetser, dat is voor toetsers wel een vereiste.
Categorie 1- en 2-data moeten opgesteld worden door een persoon met de juiste werkervaring en kennis. Een LCA-opsteller kan hiervoor erkend worden, maar is dit niet per definitie: erkenning is bij een opsteller niet verplicht om categorie 1- of 2-data op te mogen stellen. Een LCA-opsteller kan erkend worden als deze over de volgende werkervaring en kennis beschikt:
- De LCA-opsteller heeft voldoende werkervaring om zelfstandig en op verantwoorde wijze een levenscyclus analyse (LCA) kan op te stellen van materialen en grondstoffen die worden gebruikt in de B&U- en/of de GWW-sector;
- De LCA-opsteller beschikt over kennis van bouwproducten;
- De LCA-opsteller beschikt over kennis van de Bepalingsmethode, de EN15804 en onderliggende normen ISO14040/44 en ISO14025;
- De LCA-opsteller weet relevante PCR’s toe te passen.
Milieudata die door een producent of een leverancier worden aangeboden voor opname in de Nationale Milieudatabase, worden getoetst door een door NMD erkende LCA-toetser. De erkende LCA-toetser toetst de data op basis van het NMD-Toetsingsprotocol. Deze toetser is een voor de producent of de leverancier onafhankelijke en derde partij.
De erkende LCA-toetser wordt door Stichting NMD aangewezen en staat vermeld op de Lijst van Erkende LCA-toetsers en -opstellers
Milieuverklaringen, database en digitalisering
Een milieuverklaring (voorheen productkaart) in de NMD bevat informatie over een product (materialen, hoeveelheden per FE, levensduren (cycli), emissies gebruiksfase, bouwafval, verwerkingsscenario einde leven). Sinds juli 2023 wordt de term milieuverklaring gebruikt, hiervoor werd dit een productkaart genoemd. Lees meer over de introductie van de term milieuverklaring
Milieuprofiel als onderdeel van een EPD dat samen met de milieuverklaring wordt aangeboden aan NMD en desgewenst ook aan de processendatabase.
Categorie 1
Product- en merkspecifieke milieuverklaringen, vaak aangeleverd door fabrikanten.
Toetsing: getoetst door een onafhankelijke, gekwalificeerde derde partij volgens het NMD-Toetsingsprotocol.
Openbaarheid: milieuverklaring openbaar, milieu-informatie beperkt toegankelijk.
Categorie 2
Merkongebonden data van groepen van fabrikanten en/of toeleveranciers en branches.
Toetsing: getoetst door een onafhankelijke, gekwalificeerde derde partij volgens het Toetsingsprotocol, met vermelding van representativiteit (representatief voor bijvoorbeeld de Nederlandse markt of een groep van producenten).
Openbaarheid: milieuverklaring openbaar, milieu-informatie beperkt toegankelijk.
Categorie 3
Merkongebonden data van Stichting Nationale Milieudatabase.
Toetsing: niet getoetst volgens het Toetsingsprotocol.
Openbaarheid: milieuverklaringen en basisprofielen openbaar.
Ophoogfactor: op categorie 3-data wordt een ophoogfactor van 30% toegepast omdat deze data niet is getoetst volgens het Toetsingsprotocol en generiek is. De factor dient tevens als prikkel om productspecifieke data (categorie 1 of 2) aan te leveren.
Categorie 3a
Merkongebonden data (merkloos) van extern geleverde energiedragers, zoals elektriciteit, gas, warmte en brandstoffen, en van forfaitaire data, voor de materiaalgebonden impact van de energiedragers. Data is in eigendom en beheer van Stichting Nationale Milieudatabase.
Toetsing: niet getoetst volgens het Toetsingsprotocol.
Openbaarheid: milieuverklaringen en basisprofielen openbaar. 30% ophoogfactor niet van toepassing.
Lees meer op de pagina Categorieën van milieuverklaringen in de Nationale Milieudatabase
Factor (30%) waarmee milieudata (LCA-resultaten) die niet volgens het NMD-Toetsingsprotocol getoetst zijn een opslag krijgen. Voor categorie 3a-data (energiedragers) geldt deze ophoogfactor niet.
Generieke data zijn gegevens die representatief worden geacht voor een bepaald product of een productgroep. De data zijn vastgesteld door de beheerorganisatie van de NMD, maar zijn niet getoetst volgens het NMD toetsingsprotocol. Met ‘generieke data’ worden de data uit categorie 3 van de NMD aangeduid. De data zijn gebaseerd op openbare gegevensbronnen of op getoetste gegevens van producenten of branches mits deze toestemming hebben gegeven de gegevens hiervoor te gebruiken.
Specifieke data zijn gegevens van specifieke producenten en toeleveranciers of van een branche of groep van producenten en leveranciers. Met ‘specifieke data’ worden de data uit categorie 1 en 2 van de NMD aangeduid. Deze data zijn getoetst volgens het NMD-Toetsingsprotocol en aan de NMD aangeboden.
Database met een verzameling van basisprocessen die in beheer is van de Stichting NMD. De categorie 3 basisprofielen worden gegenereerd met de processendatabase.
Het invoerplatform is bedoeld voor LCA-opstellers die milieudata invoeren ten behoeve van een milieuverklaring in de Nationale Milieudatabase. Alleen geautoriseerde gebruikers hebben toegang. Erkende LCA-toetsers gebruiken hetzelfde platform om ingevoerde data te controleren en te publiceren. Niet te verwarren met de NMD-Viewer, die is voor het raadplegen van al gepubliceerde milieuverklaringen, niet voor invoer.
Lees meer over het NMD invoerplatform
De NMD-Viewer geeft toegang tot de milieuverklaringen die zijn gepubliceerd in de Nationale Milieudatabase. Gebruikers kunnen op naam of categorie zoeken en zo inzicht krijgen in welke milieuverklaringen zijn opgenomen in de NMD. De viewer is niet bedoeld om zelf MPG- of MKI-berekeningen mee te maken; daarvoor verwijst de NMD naar de rekeninstrumenten.
DigiGO is het platform voor digitale samenwerking in de gebouwde omgeving: een netwerk van en voor professionals in de ontwerp-, bouw- en technieksector. Stichting NMD neemt actief deel aan dit netwerk en werkt binnen DigiGO aan initiatieven die de digitale uitwisseling van milieudata in de bouwketen verbeteren. Op 16 oktober 2024 ondertekende Stichting NMD het DigiGO-bestuursakkoord, waarin circa veertig partijen afspraken maakten over eenduidige en betrouwbare gegevensuitwisseling in de gebouwde omgeving.
Lees meer over DigGO
Vier concrete samenwerkingsafspraken tussen Stichting NMD, digiGO en andere ketenpartners, gericht op het beter beschikbaar maken van milieudata in de bouwketen:
- milieudata vroeg beschikbaar maken in het ontwerpproces,
- milieudata koppelen aan de ETIM-classificatie,
- internationale EPD's bruikbaar maken binnen de Nederlandse MPG-berekening
- gecontroleerd ontsluiten van milieudata op product- en doorsnedeniveau.
De digiDeals geven invulling aan Sub-beleidsmaatregel 10.5 van het Bestuursakkoord Digitale Gebouwde Omgeving.
Materialen en circulariteit
Circulair bouwen is een manier van ontwerpen, bouwen en slopen die zich richt op het sluiten van materiaalkringlopen, waarbij materialen zo lang mogelijk in gebruik blijven en opnieuw worden toegepast in nieuwe bouwtoepassingen. Milieuprestatie en circulariteit zijn nauw verbonden, maar niet hetzelfde: circulaire keuzes zijn zichtbaar in de milieuprestatie wanneer ze daadwerkelijk tot lagere milieueffecten leiden, bijvoorbeeld door beperking van primair materiaalgebruik, levensduurverlenging of hoogwaardig hergebruik.
Lees meer over circulair bouwen
Een bouwmateriaal dat direct of indirect afkomstig is uit biomassa, ofwel materiaal van biologische oorsprong, waarbij grondstoffen uit geologische formaties of fossiel materiaal zijn uitgesloten. Biobased is daarmee een deelverzameling van hernieuwbaar (uitsluitend biotisch); abiotische materialen kunnen wel hernieuwbaar maar niet "biobased" zijn. Sinds 2026 geeft de NTA 8230-reeks van NEN de sector een eenduidige definitie en bepalingsmethode voor het biobased-gehalte van een product, op basis van massa en aan te tonen via isotopenanalyse of materiaalbalans.
Read the newsarticle about the NTA 8230
Een bouwmateriaal op natuurlijk hergroeibare of anders snel vernieuwbare basis. Het betreft materialen van biologische oorsprong (bijvoorbeeld hout, kurk, vezels) – materiaal uit geologische of fossiele bronnen is uitgesloten – óf abiotische materialen (zoals klei, water) die binnen ca. 75–100 jaar door natuurlijke processen worden aangevuld of gezuiverd.
Een grondstof voor een product dat wordt geteeld, natuurlijk aangevuld of natuurlijk gereinigd, op een menselijke tijdschaal. Een hernieuwbare grondstof kan met goed rentmeesterschap oneindig blijven bestaan. Voorbeelden hiervan zijn: bomen in bossen, grassen in grasland, vruchtbare grond.
Lees ook: wat is hernieuwbaarheid?
Energie uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen, zoals wind, zon, aerothermische energie, geothermische energie, hydrothermische energie, getijde-energie, waterkracht, biomassa, stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties en biogassen.
(bouw)Materiaal dat is geproduceerd uit primaire grondstoffen.
Secundair materiaal is afkomstig uit eerder gebruik of uit afval en het is bedoeld om primaire grondstoffen te vervangen. Secundair materiaal wordt gemeten op het punt waar het secundaire materiaal het systeem binnenkomt vanuit een ander systeem. Materialen afkomstig uit eerder gebruik of uit afval van het ene productsysteem en gebruikt als input in een ander productsysteem zijn secundaire materialen. Voorbeelden van secundaire materialen (te meten op de systeemgrens) zijn gerecycled schroot, gebroken beton, glasscherven, gerecyclede houtspaanders, gerecycled plastic. Doordat de systeemgrens van afvalstromen ligt op het moment dat ‘einde afval’ is bereikt, komt secundair materiaal vrij van milieubelasting een productsysteem als input binnen.
Het terugwinnen van materialen en grondstoffen uit afgedankte producten en het opnieuw inzetten hiervan voor het maken van producten.
Bouwproducten of bouwwerkonderdelen /elementen opnieuw gebruiken in dezelfde functie, al dan niet na bewerking. Voorbeelden zijn het opnieuw gebruiken van een isolatiemateriaal als isolatiemateriaal, van een deur als een deur, van een dak als een dak.
Lees ook: Hergebruik en losmaakbaarheid in de Bepalingsmethode
Losmaakbaarheid is de mate waarin objecten demonteerbaar zijn op alle schaalniveaus binnen gebouwen zodat het object de functie kan behouden en hoogwaardig hergebruik realiseerbaar is.
Levensduur van een bouwproduct die bekend is onder bepaalde omstandigheden, dat wil zeggen een referentie van condities voor gebruik en die als basis kan dienen voor de schatting van de levensduur onder andere gebruikscondities.
Wet-, regelgeving en normen
Bijna Energie Neutraal Gebouw. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen van de omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energie neutrale gebouwen (BENG). Voor nieuwe overheidsgebouwen geldt dat aanvragen van de omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2019 moeten voldoen aan de BENG-eisen. Het toetsen van de BENG-eisen gebeurt per 1 januari 2021 met de NTA 8800. De EPC komt te vervallen.
Beoordelingsmethode om de duurzaamheidprestatie van gebouwen te bepalen. De methode omvat vier verschillende keurmerken. In BREEAM wordt o.a. de MPG systematiek gebruikt om invulling te geven aan milieuprestatie van de gebruikte materialen.
Software instrument om de duurzaamheidsprestatie van een gebouw te berekenen. GPR kent 5 thema’s, Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde, die alle 5 in een rapportcijfer (1-10) worden uitgedrukt. Een van de thema’s is energie, waarvoor GPR gebouw gebruik maakt van de EPC methode. Een ander thema is materiaalgebruik, waarvoor GPR gebruik maakt van de MPG methode. Wanneer GPR gebouw dus integraal wordt toegepast, dan bevat het automatisch een (eenvoudige) EPC berekening en een volledige MPG berekening.
Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen (EPBD). Deze richtlijn stelt eisen aan de energiezuinigheid en (recent vernieuwd) ook aan de rapportage van levenscyclus-broeikasgasemissies van gebouwen.
Een nieuw instrument om de totale broeikasgasemissie over de volledige levenscyclus van een bouwwerk te berekenen. Het geeft inzicht in de CO₂-voetafdruk van alle materialen, installaties en gebouwgebonden energiegebruik over 50 jaar. Dit begrip is geïntroduceerd in 2025 in het kader van de herziene EPBD-richtlijn.