Bepalingsmethode

De Bepalingsmethode ‘Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken’ bevat rekenregels voor het berekenen van de milieuprestatie van een compleet bouwwerk op basis van de prestatie van de producten en elementen waaruit het is opgebouwd. De Bepalingsmethode is gebaseerd op de Europese bepalingsmethoden EN 15804 en de EN 15978 met inpassing van voor Nederland toepasselijke scenario’s. De vigerende Bepalingsmethode en de eerdere versies zijn hier te downloaden of via de pagina Downloads.

In aanvulling op EN 15804 wordt in de Bepalingsmethode voor een groot aantal forfaitaire processen Ecoinvent 3.5 als databron voorgeschreven (zie wijzigingsblad d.d. januari 2020). Dossiers op basis van Ecoinvent 3.5 worden vanaf heden geaccepteerd. Hiervoor is een aangepaste set karakterisatiefactoren beschikbaar: SBK Bepalingsmethode, dec 2019 (NMD 3.1).

Het resultaat van de berekening is een milieuprofiel. Dat profiel bevat momenteel 11 milieueffecten uitgedrukt in getalswaarden. De Bepalingsmethode aggregeert deze effecten tot zowel 2 milieukengetallen (emissies en grondstoffen) en een 1-puntscore (emissies en grondstoffen opgeteld). De weging tot de een score vindt plaats aan de hand van fictieve kosten die men zou moeten maken om de optredende milieueffecten ongedaan te maken.

Met de resultaten van de Bepalingsmethode kunnen de milieueffecten van een gebouw inzichtelijk worden gemaakt en de prestaties van diverse ontwerpen worden vergeleken. De methode geeft zelf geen grenswaarden of normstellingen. De marktpartijen moeten hier in beginsel zelf afspraken maken over het gewenste kwaliteitsniveau.

Toepassing en gebruik van de bepalingsmethode
De bepalingsmethode incl. de NMD zijn aangewezen in:

Het gebruik van de Bepalingsmethode geeft een grondslag om de milieueffecten van materiaalgebruik in een gebouw en van energiegebruik in de gebruiksfase van een gebouw, in samenhang te bezien. Het is dan noodzakelijk om de resulterende milieueffecten in gelijke eenheden uit te drukken, zodat deze getotaliseerd kunnen worden. Op het totaal kan dan worden geoptimaliseerd in keuzen van materiaal en installatie.

Toepassing van de Bepalingsmethode bij renovatie en transformatie
Momenteel ligt er een grote opgave om bestaande kantoorgebouwen duurzaam te renoveren, of te transformeren naar een andere gebruiksfunctie. Het is zinvol in afwegingen voor transformatie, renovatie of sloop ook de milieuprestatie van de ingreep inzichtelijk te maken. De op nieuwbouw gerichte Bepalingsmethode ‘Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken’ is hiervoor niet geheel geschikt. De methode behoeft een aanpassing om de slag volledig te kunnen maken. In opdracht van het ministerie van BZK heeft W/E adviseurs in een addendum de eerste lijnen op papier gezet over de wijze waarop de Bepalingsmethode ook specifiek en doelmatig kan worden gemaakt voor renovatie/transformatie.

De Bepalingsmethode en het addendum maken het mogelijk ook de milieuprestatie van de renovatie of transformatie te berekenen. De aard en inhoud van de Nationale milieudatabase (NMD) hoeft hiervoor niet te wijzigen.

Bepalingsmethode en levensduur van een gebouw
In de Bepalingsmethode ‘Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken’ is geen specifieke levensduur van een gebouw gegeven; deze kan onder eigen verantwoordelijkheid worden aangegeven. Wel worden veel gehanteerde default waarden genoemd, zijnde 75 jaar voor woningen en 50 jaar voor de utilitaire gebouwen. Deze default waarden zijn in de meeste rekeninstrumenten overgenomen. In de rekeninstrumenten is niet beschreven onder welke voorwaarden van deze default waarden kan worden afgeweken en hoe dit zou moeten gebeuren. In de bouwpraktijk is er daardoor behoefte ontstaan aan een genormeerde levensduurbepaling van het gebouw als gemotiveerde afwijking van de default waarde. Dit om de milieuprestatie van gebouwen te kunnen benchmarken etc. Ook kan hiermee al in het ontwerpstadium bewust aangestuurd worden op een lange(re) of korte(re) levensduurverwachting. In opdracht van het ministerie van BZK heeft W/E adviseurs het rapport ‘Richtsnoer Specifieke gebouwlevensduur’ als aanvulling op de Bepalingsmethode ‘Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken’ opgesteld. Dit rapport geeft een richtsnoer voor een vrijwillig gebruik van een dergelijke genormeerde levensduurbepaling. Bij voldoende draagvlak kan dit richtsnoer zo nodig als normatief in de Bepalingsmethode ‘Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken’ worden opgenomen.