Structuur van de NMD

De Nationale Milieudatabase (NMD) is gevuld met milieudata van bouwproducten en gebouwinstallaties, kortweg: producten. De datastructuur volgt de alombekende NL-SfB-systematiek en de RAW-systematiek voor respectievelijk producten van toepassing binnen de B&U en de GWW-sector. De datastructuur lijkt qua opbouw op die van een boom, waardoor het onderscheid tussen totaalproducten, deelproducten en productonderdelen altijd éénduidig bepaald is. Op basis van de opbouw van de database kunt u beslissen of uw product er een is om op te laten nemen in de NMD.

Meer informatie over de voordelen van uw product in de database leest u hier

Hoofdelementen en Elementonderdelen

De nieuwe datastructuur is gebaseerd op de functies die een bouwwerk moet leveren. Alle verplichte en optionele functies zijn beschreven in functionele beschrijvingen, en opgedeeld in zogenoemde hoofdelementen, benoemd conform NL-SfB en RAW. Voorbeelden van hoofdelementen zijn ‘Vloeren; constructief’ (m2)  en ‘Trappenhellingen; trappen’ (stuks). Per hoofdelement zijn de functies uitgesplits in zogenaamde elementonderdelen, zoals ‘Verankeringen’ (stuks), ‘Randaansluitingsvoorzieningen’ (m) en ‘Leuningen en balustrades’ (m) als onderdeel van het hoofdelement ‘Trappenhellingen; trappen’. De elementonderdelen bestaan weer uit zogeheten “functionele beschrijvingen”, die, in tegenstelling tot de hoofdelementen en elementonderdelen, niet overeenkomen met de 6-cijferige NLsfB-codering. Een product dekt een element, of elementonderdeel, af wanneer uit de LCA blijkt dat het product of de onderdelen van het product de functies van het element of elementonderdeel vervult.

Totaalproducten en Deelproducten

Sommige producten in de NMD vervullen alle verplichte functies beschreven door de verschillende element-onderdelen van een hoofdelement. Deze producten heten totaalproducten. Echter, de meeste producten vervullen enkel de functie(s) van een aantal verplichte elementonderdelen. Deze producten heten deelproducten. Het verschil tussen een totaal- en een deelproduct is dus dat er meerdere deelproducten nodig zijn om een hoofdelement af te dekken, terwijl een totaalproduct alle verplichte functies van het element in één keer afdekt. Onderstaande afbeelding geeft dit schematisch weer. 

Productonderdelen

Een totaal- en een deelproduct bestaan beide uit productonderdelen. In het LCA-rapport van een totaalproduct moet duidelijk beschreven staan hoe alle productonderdelen de functies van het hoofdelement vervullen, omdat in de invoermodule van de database deze niet apart worden ingevuld, en deze bij de doorrekening van een bouwwerk in het rekeninstrument van een instrumenthouder ook niet apart worden benoemd.

Bij het invullen van een deelproduct in de invoermodule van de database worden de productonderdelen ingevuld per elementonderdeel waarvan ze de functie afdekken. In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij functioneel of technisch duidelijk verschillende productonderdelen, en zeker wanneer die ook nog verschillende schaling, levensduren en/of eenheden hebben, is het noodzakelijk om een extra productonderdeel bij een elementonderdeel toe te voegen, omdat deze gezamenlijk het betreffende elementonderdeel afdekken. Een voorbeeld hiervan is het productonderdeel ‘Heipaal’, bestaande uit de onderdelen ‘beton’ en ‘wapening’, die het element-onderdeel ‘Heipalen’ van het hoofdelement ‘Paalfunderingen; geheid’ afdekt.

Meelifters

Het kan ook zijn dat een productonderdeel meerdere elementonderdelen afdekt, terwijl de LCA-uitvoerder niet voor elk productonderdeel een aparte berekening invoert. Dit komt dan doordat de milieu-waarden van de niet apart doorgerekende onderdelen, zijn meegerekend in de milieu-waarden van een van de andere, wel doorgerekende, productonderdelen. Meelifters zijn de elementonderdelen die wel worden afgedekt door een productonderdeel, maar die zelf géén berekenbare milieu-waarden bevatten.