NIEUWSOVERZICHT < DELEN >
X

Deel dit artikel!

Biobased in de NMD

Het aantal biobased bouwproducten in de NMD is beperkt, met name als de bouwproducten van hout buiten beschouwing worden gelaten. In totaal kunnen slechts 61 productkaarten worden gecategoriseerd als biobased-geen-houtproduct. Hiervan vallen slechts 16 kaarten onder de categorie-1 productkaarten. 

Sinds september 2021 werkt Stichting NMD met Wageningen University & Research (WUR) en andere partners samen om het aantal biobased producten in de NMD te vergroten. Het project ‘Biobased in NMD’, mede gefinancierd door TKI Agri-Food, wordt uitgevoerd door het WUR-onderzoeksinstituut Food & Biobased Research. Arjen van Kampen en Martien van den Oever geven een toelichting op het project dat meerdere doelstellingen heeft.

Martien van den Oever is scheikundig technoloog, werkt als onderzoeker bij de WUR en houdt zich bezig met de ontwikkeling van biobased materialen, zoals vezels, polymeren of een combinatie ervan.

Arjen van Kampen is innovatiemanager en business developer. Hij helpt de onderzoekers bij de R&D-projecten en onderhoudt de contacten met de opdrachtgevers.

Wat is de aanleiding van het onderzoek en wat is het doel?

Arjen van Kampen: “In 2019 heeft Martien, samen met zijn collega Jan van Dam, een catalogus ontwikkeld over biobased materialen. (Catalogus biobased bouwmaterialen 2019). In vervolg hierop ontstond het idee om de biobased bouwmaterialen een duwtje in de rug te geven. Eigenlijk zijn er een groot aantal biobased bouwmaterialen beschikbaar, maar ze zijn onvoldoende in beeld bij professionele bouwers. Er zijn bepaalde vooroordelen tegen biobased producten. De bouwers geven het product het nadeel van de twijfel om het zo maar te zeggen. Voor de fabrikanten van biobased materialen, die veelal tot de startups kunnen worden gerekend, is het deels een marketingprobleem. Hierop zijn we samen met Agrodome, adviesbureau voor biobased bouwen, het project gaan opzetten. We kwamen tot de conclusie dat het gebruik van biobased bouwproducten kan worden bevorderd door een levenscyclusanalyse van deze producten te maken. Op basis van deze LCA’s kunnen de fabrikanten een categorie-1 productkaart laten opnemen in de NMD. Via de MPG-berekening wordt het dan aantrekkelijker om het biobased product in het ontwerp van een bouwwerk op te nemen. We verwachten dat daardoor de bekendheid van en het vertrouwen in biobased bouwproducten worden vergroot.”
Eerste doelstelling van het project betreft het opstellen van LCA’s van 14 bouwproducten. Het gaat om producten als hout, riet, kurk en schapenwol. De LCA’s worden opgesteld door Agrodome. IA Bouwkunde maakt vervolgens MPG-berekeningen in het kader van het project om op gebouwniveau te krijgen wat biobased materialen kunnen bijdragen aan de milieuprestatie van het gebouw.

Naast de ontwikkeling van LCA’s heeft het project nog een andere doelstelling die methodologisch van aard is. Martien van den Oever: “We kijken naar twee aspecten binnen de LCA die van invloed zijn op de waardering van biobased bouwproducten en die met een andere invulling mogelijkerwijs kunnen leiden tot een verbetering van de milieuprestatie voor deze producten dan nu het geval is. Enerzijds gaat hem om biogene koolstof in de biobased producten en anderzijds om de waardering van recycling en hergebruik van de biobased producten bij de eindelevenfase van het product.”

Naast het begrip ‘biobased’ (zoals in biobased bouwen, biobased grondstoffen en biobased materialen) wordt ook vaak het begrip ‘hernieuwbaar’ gebruikt. De begrippen worden vaak door elkaar gebruikt, maar dat is niet geheel terecht.

  • Biobased materialen kunnen worden omschreven als materialen die direct of indirect voortkomen uit biomassa, d.w.z. uit een materiaal van biologische oorsprong, waarbij materiaal ingebed in geologische formaties en/of gefossiliseerd materiaal wordt uitgesloten.
  • Hernieuwbaar is een net iets ruimer begrip dan biobased, omdat het ook abiotische materialen kunnen zijn, mits deze door natuurlijke ecosystemen worden aangevuld of gezuiverd op een menselijke tijdschaal. Voorbeelden zijn rivierklei en water. Deze abiotische grondstoffen vallen niet onder de definitie biobased, maar wel onder de definitie hernieuwbaar.

Een nadere toelichting op dit begrippenkader is te vinden in het NIBE-rapport Hernieuwbare grondstoffen (2021)

Hoe wordt het onderzoek aangepakt?

Martien van den Oever: “De opslag van CO2 in biobased producten vermindert de totale hoeveelheid CO2 in de atmosfeer en kan als een negatieve CO2-emissie worden beschouwd. De negatieve CO2-uitstoot is van toepassing zolang deze producten in een bouwwerk zijn verwerkt. Dat kan 20 jaar zijn of 50 jaar of tijdens het gehele leven van het bouwproduct. Het onderzoek over de CO2-opslag kent drie stappen. In de eerste stap willen we vaststellen hoeveel biogene koolstof wordt opgeslagen in bepaalde biobased producten als bijvoorbeeld hout, riet en schapenwol. In de tweede stap willen we gegevens verzamelen over de tijdsduur van de opslag; hoelang maken deze producten normaliter deel uit van het bouwwerk. De derde stap is het lastigst: hoe kun je de biogene koolstofopslag, de negatieve emissie, in combinatie met waardering van recycling en hergebruik in een LCA kwantificeren en waarderen. Daarbij is het niet alleen de vraag hoe je de CO2-opslag kunt waarderen, maar ook op welke plaats in de berekeningsmethode van de NMD dat het beste kan gebeuren.”

Inmiddels zijn Centrum Hout, Isolena, Foreco, Vakfederatie Rietdekkers en Pro Suber bij het project betrokken. In de komende maanden zullen nieuwe bedrijven met biobased bouwproducten toetreden om tot het totaal aantal van 14 LCA’s te komen. Het project is inmiddels gestart en loopt tot 2023.

“Naast de CO2-opslag willen we ons richten op de recycling van biobased bouwproducten. Er worden nu forfaitaire waarden aangehouden op basis van aannames. Wij willen onderzoeken wat er nu eigenlijk gebeurt bij de recycling van deze producten. Daarmee kan je de data van de eindelevenfase onderbouwen en kan je nauwkeuriger vaststellen wat de vermeden milieueffecten zijn.”

Welke betekenis heeft dit onderzoek voor de Bepalingsmethode?

Arjen van Kampen: “Of de uitkomst van dit deel van het onderzoek van betekenis is voor de Bepalingsmethode kunnen we nu nog niet te zeggen. Pas aan het einde van het project zal dat duidelijk worden. Van belang is dat er een nauwkeurige beschrijving komt wat er nu precies gebeurt bij het eindeleven van een bepaald biobased product en wat de consequenties ervan zijn voor de CO2-uitstoot. Dat is ook voor de fabrikanten van de producten van belang is, ongeacht hoe de Bepalingsmethode hiermee omgaat.”
Martien van den Oever: “Met dit project willen we niet alleen bereiken dat er meer biobased producten in de NMD worden opgenomen. We hopen dat er een stap wordt gezet naar veel bredere toepassing van biobased bouwen. Zeker met de grote bouwopdracht die we voor de toekomst hebben, leidt dit ertoe dat er significant meer CO2 in onze bouwwerken wordt opgenomen. Dat is sowieso winst.”

Meer informatie over het project en over biobased bouwmaterialen is te vinden op de site van de WUR.

Bekijk ook:

> Subsidieregeling voor de ontwikkeling van NMD-productkaarten

> Booster voor Biobased Bouwen

> Als ik kan koop ik biobased

> WUR.