NIEUWSOVERZICHT < DELEN >
X

Deel dit artikel!

Wil je kwaliteit behouden, dan moet je vooraf daarover nadenken

Ronald Schleurholts en Menno Rubens. Foto: Lucas van der Wee.


Losmaakbaarheid is een belangrijke voorwaarde voor het hergebruik en de recycling van bouwproducten. Hoe hoger de losmaakbaarheid, hoe hoogwaardiger het hergebruik en de recycling. Architectenbureau cepezed, ontwerpers van onder andere de Tijdelijke Rechtbank in Amsterdam en The Greenhouse in Utrecht, behoort tot de koplopers in deze tak van de circulaire bouweconomie. Volgens architect-partner Ronald Schleurholts en projectontwikkelaar-directeur Menno Rubbens begint losmaakbaarheid al bij het bouwconcept. 

 

Met de Tijdelijke Rechtbank in Amsterdam verwierf cepezed naam en faam als ontwerper van demontabele bouwwerken. De innovatieve aanpak werd beloond met de Amsterdamse Architectuur Prijs 2017. De Tijdelijke Rechtbank maakt de doorgang van de rechtsgang mogelijk tijdens de bouw van de permanente rechtbank. Het gebouw is gemakkelijk aanpasbaar, kan worden gedemonteerd en in zijn geheel op een andere locatie worden herbouwd. Daartoe is het ontworpen als een ‘kit of parts’. Voor de kanaalplaatvloeren is een is een speciaal bevestigingssysteem ontwikkeld dat ontkoppeling en hergebruik mogelijk maakt. Ook bij de knopen van de staalconstructie is rekening gehouden met demontage en remontage. 

Wat is kenmerkend voor bouwwerken van cepezed? 
Ronald Schleurholts: “De Tijdelijke Rechtbank in Amsterdam heeft ons een naam bezorgd als circulair ontwerper, maar in feite passen we dezelfde principes al decennia toe. Onder andere bij de bouw van het Westravenkantoor van Rijkswaterstaat in Utrecht, ruim tien jaar terug. Het gebouw bestaat uit een staalconstructie met droog gemonteerde betonvloeren. Op de bouwplaats zelf is niet gelast of geblubberd. Onze gebouwontwerpen zijn eigenlijk bouwpakketten, die uit onderdelen bestaan en die onder goede omstandigheden in fabrieken zijn geproduceerd. In de fabriek kan je rustig nadenken of het bouwpakket slimmer kan, dunner kan, sterker kan en duurzamer kan. Op de bouwplaats worden de bouwpakketten alleen nog in elkaar gezet en elkaar geschroefd. Zo produceren we uiteindelijk minder afval en geeft de bouw ook minder overlast. Daarnaast biedt deze manier van werken kansen om bouwelementen door te ontwikkelen, slimmer te maken of een meer natuurlijke oorsprong te geven.”

Menno Rubbens: “We zijn niet demontabel en remontabel gaan bouwen om bekend te worden als circulaire bouwer. Wij zijn er al 45 jaar mee bezig. cepezed is in de jaren ’70 opgericht met het idee dat de bouw veel slimmer en hoogwaardiger kan. Het in elkaar zetten van halffabricaten in weer en wind is niet de meest efficiënte werkwijze. We zijn aan de slag gegaan met industrieel ontwerpen voor de bouw. Dat doen we nog steeds. Eerst goed nadenken hoe je het maakt en dan pas naar de bouwplaats. Dat klinkt heel logisch, maar de bouwpraktijk is anders.”

De maatvoering van het staalskelet is afgeleid van de rookglazen gevelpanelen van de voormalige Knoopkazerne direct naast The Green House.

Ronald Schleurholts: “Onze eerste doelstelling is de kwaliteit van het bouwen en het gebouwde ‘product’. Het bouwproces verloopt efficiënter als geprefabriceerde onderdelen op de bouwplaats in elkaar worden gezet. De tweede doelstelling is dat het onderhoud en de vervanging van onderdelen gemakkelijker worden. De derde doelstelling – en eigenlijk meer bijkomstigheid – is om het gebouw uit elkaar te kunnen halen, op een vrachtwagen te kunnen laden en ergens anders weer te kunnen herbouwen. Het concept van een kit-of-parts biedt de mogelijkheid om verder te gaan. Wij zijn nu bezig met houten cassettevloeren in een lichtstalen frame.  We denken ook na over het gebruik van materialen die vrij komen bij sloop en renovaties van andere gebouwen. Kunnen we bestaande onderdelen en materialen gebruiken in het nieuwe bouwpakket? Zo hebben we vrijkomende materialen van de oude Knoopkazerne in Utrecht gebruikt voor de gevel van restaurantpaviljoen The Green House, dat er net naast ligt.”

Demontabele aansluiting van staalskelet en kanaalplaatvloer. Foto: Leon van Woerkom.

 

Ook The Green House is bedoeld als tijdelijk bouwwerk. Uitgangspunt was een bouwwerk voor 15 jaar dat onderdak biedt aan horeca met vergaderfaciliteiten. Conform de principes van circulariteit is het gebouw geheel demontabel. De fundering bestaat uit Stelconplaten en prefab betonblokken. Het staalskelet van gegalvaniseerde profielen is demontabel, waarbij alle kolommen, liggers en verbindingen gestandaardiseerd zijn. Het dakafschot is dus niet gerealiseerd middels de constructie, want dan hebben je constructieve delen niet meer allemaal dezelfde afmetingen en zijn ze lastiger herbruikbaar. Bij de materiaalkeuze is gestreefd naar hergebruik. De maatvoering van het staalskelet is afgeleid van de rookglazen gevelpanelen van de voormalige Knoopkazerne direct naast The Green House. De begane grondvloer bestaat uit straatklinkers die afkomstig zijn van een kade in Tiel. De klinkers liggen op een verdicht zandbed, zonder een gestorte betonvloer eronder.

Leidt het idee van demontabiliteit en hergebruik tot het overdimensioneren van een gebouw?
Ronald Schleurholts: “In principe niet. Meestal zeggen we: dit is de toepassing en daarvoor maken we het ontwerp. Dus maken we het niet zwaarder dan nodig is. We hebben juist de neiging om zo licht mogelijke gebouwen te maken. Maar soms doen we het wel. Bij de Tijdelijke Rechtbank hebben we de kolommen allemaal dezelfde basisdiameter gegeven. Sommige kolommen zijn daardoor in feite overgedimensioneerd. Maar door deze standaardisatie hebben de passtukken allemaal dezelfde afmeting. Dat is handig bij hergebruik.”

Menno Rubbens: “De ontwikkelingen in de glastechniek gaan zo snel dat het niet doenlijk is om vooruit te lopen op de kwaliteit van het glas die over zeven jaar wordt gevraagd. Maar je kan wel rekening houden met het idee dat glas moet worden gewisseld. Dus hebben we gekozen voor een glasprofiel en glaslatten die zich makkelijk lenen voor het vervangen van het glas. Hetzelfde gold voor de binnendeurkozijnen. Bij de goedkope versies weet je dat ze een beetje gaan verbuigen en kromtrekken. We hebben bewust gekozen voor een betere kwaliteit binnendeuren die je weer kan hergebruiken. Zo creëer je een hogere restwaarde.

Hoe gaan jullie om met de degeneratie van materialen?
Ronald Schleurholts: “Wil je kwaliteit behouden, dan moet je vooraf daarover nadenken. Het stelt eisen aan de manier waarop je materialen toepast. Als je bij kanaalplaten bijvoorbeeld de vloer aanstort, krijg je ze niet meer netjes uit het gebouw. Als je de spouwisolatie tijdens de bouw tegen een spouwblad schiet, dan heb je grote kans dat ze niet meer goed herbruikbaar is. Maar als je de isolatie in gesloten cassettes hebt opgenomen die onder goede omstandigheden in de fabriek zijn aangebracht, dan is de kans op degeneratie veel kleiner en kun je zelfs het hele element hergebruiken.”

Menno Rubbens: “Het begint met het goed documenteren van je materialen. Dus een soort materialenpaspoort. Welke kwaliteiten heeft het, waarvoor is het gebruikt. Dat lijkt een open deur, maar dat is niet altijd het geval.”

Tijdelijke Rechtbank Amsterdam. Foto: Leon van Woerkom.

 

Hebben jullie inmiddels een passie ontwikkeld voor duurzaam bouwen?
Ronald Schleurholts: “Het mooie is dat circulair en duurzaam bouwen ertoe aanzet je standaard werkmethodes steeds weer te herijken. Met staal kan je heel nauwkeurig en rank detailleren en ook maatvast produceren. Het is daarom vaak de kapstok van onze bouwwerken. Maar dat wil niet zeggen dat we niet met een houten draagconstructie kunnen werken. Dat hangt van het type bouwwerk af en we doen het nu meer en meer. Wij vinden het belangrijk dat je droog kan monteren en dat je de bouwdelen kan prefabriceren. Dat kan met hout ook. We zijn nu bezig met een geïndustrialiseerd woningbouwsysteem van houtskeletbouw en CLT (cross laminated timber). Wel moet je voortdurend bewuste keuzen maken, steeds blijven kijken welke materialen je op welk moment waarvoor inzet. Je bent voortdurend op zoek naar een balans in je uitgangspunten, de haalbaarheid en de inschatting van het toekomstig gebruik.

Menno Rubbens: “Je moet niet dogmatisch zijn. De glaspanelen uit de oude Knoopkazerne toegepast in The Green House zijn een goed voorbeeld daarvan. Qua materiaal waren er milieuvriendelijkere alternatieven te vinden. Maar anders waren de glaspanelen in de glasbak verdwenen. Wat is dan beter? Het gebruik van een zeer milieuvriendelijk nieuw materiaal of hergebruik van een minder milieuvriendelijk materiaal dat direct van een aangrenzend bouwwerk komt?“

Eind september is de circulaire meetmethodiek voor losmaakbaarheid gelanceerd. De nieuwe meetmethodiek is in opdracht van RVO ontwikkeld door Alba Concepts, DGBC en W/E adviseurs. Het rapport kan via de site van DGBC worden gedownload.

 Klik hier voor download