Voor Rijkswaterstaat is duurzaam inkopen geen vrijblijvende zaak, 2030 is morgen

X

Deel dit artikel!

In de Nationale Milieudatabase bevinden zich bijna 400 productkaarten specifiek voor de Grond- Weg- en Waterbouw sector. Met deze milieudata kan met DuboCalc de Milieu Kosten Indicator (MKI)-waarde van een GWW-werk worden berekend. Rijkswaterstaat, de ontwikkelaar van DuboCalc, gebruikt de MKI-waarde als kwaliteitscriterium bij aanbestedingen volgens de methodiek van de Beste Prijs Kwaliteit Verhouding (BPKV). Aanbiedingen met een lage MKI-waarde scoren dan beter. Milieudatabase.nl sprak met Rijkswaterstaat over deze aanbestedingsmethodiek. Hoe werkt het? En wat levert het op?

 

Het gunnen van aanbestedingen op een lage MKI-waarde is voor Rijkswaterstaat een belangrijk instrument om duurzaam in te kopen. Maar het is niet het enige instrument om de doelstellingen van duurzaamheid te bereiken. Marjolein van der Klauw, adviseur duurzaam inkopen en Luc Adolfse, adviseur communicatie, maken aan het begin van het gesprek duidelijk dat het stimuleren van een lage MKI-waarde slechts een deel van het geheel is. Marjolein: “We zijn ooit begonnen met de strategie om in het jaar 2020 een CO2 reductie van 20% te behalen. Maar onze doelstellingen zijn nu een stuk ambitieuzer. In 2030 moeten de rijksinfraprojecten klimaatneutraal en circulair zijn. De keuze of je duurzaamheid wel of niet als gunningscriterium opneemt, was lange tijd vrijblijvend. Per projectteam kon dat worden vastgesteld. Die vrijblijvendheid is er nu van af. Ik ben nu bezig met projecten die pas in 2027 klaar zijn. Dan zit je al heel dicht bij de doelstellingen die voor 2030 gelden. De doelstelling om in 2030 klimaatneutraal en circulair te zijn, leidt ertoe dat je nu met nieuwe technieken en producten moet experimenteren. Het gaat bijvoorbeeld over de vraag in hoeverre beton circulair en CO₂-neutraal kan worden. Dat is niet zonder risico en niet iets wat je zomaar even doet. Die innovatieve technieken en producten moet je uittesten en dat heeft tijd nodig.”

Met DuboCalc kunnen de milieueffecten van een materiaal, een bouwwerk of -methode worden berekend. De gehele levenscyclus komt daarbij in beeld, vanaf de winning tot en met de sloop. Vervolgens rekent DuboCalc deze milieueffecten via de zogenaamde ‘schaduwprijsmethode’ om tot één getal: de Milieu Kosten Indicator-waarde (MKI-waarde).

“2030 is eigenlijk morgen”, vult Luc Adolfse aan. “De boodschap is dat onze duurzame inkoop een serieuze zaak is. Het is niet iets wat er bijhangt. Om in 2030 klimaatneutrale en circulaire infraprojecten te kunnen realiseren, zullen de duurzaamheidseisen de komende jaren steeds strenger worden.. Voor de aannemer van het werk heeft het grote gevolgen. Het betekent dat je als aannemer nu moet nadenken over duurzamere productie van materialen (zoals asfalt en beton) en het aanschaffen en inzetten van bijvoorbeeld elektrisch materieel. Het betekent dat je moet nadenken over innoveren en investeren”.

Om duurzaam in te kopen gaat Rijkswaterstaat bij aanbestedingen als volgt te werk:

  • De aanbieders die zich bij inschrijving verplichten tot een bepaalde CO₂-ambitie (waarvoor een certificaat van de CO₂-prestatieladder als bewijsmiddel kan worden overlegd) krijgen een fictieve aftrek van maximaal 5% van hun inschrijfprijs via de BPKV-methodiek.
  • Rijkswaterstaat daagt aanbieders uit om via DuboCalc in de BPKV-methodiek een zo laag mogelijke MKI-waarde voor het werk aan te bieden.
  • Daar waar mogelijk maakt Rijkswaterstaat de afname van energie onderdeel van het (onderhouds)contract, zodat er een directe prikkel is om energiekosten, en daarmee het verbruik, laag te houden.
  • Voor specifieke onderdelen van het werk heeft Rijkswaterstaat eisen ten aanzien van de technische oplossingen. Bij openbare verlichting eist Rijkswaterstaat led-verlichting. Een ander voorbeeld is de verplichting om altijd gebruik te maken van duurzaam geproduceerd hout.
  • Tot slot werkt Rijkswaterstaat aan het opstellen van eisen voor maximale MKI-waarden voor specifieke materialen. Vanaf 2020 stelt Rijkswaterstaat eisen aan de maximale MKI-waarde voor een ton asfalt. Deze MKI-waarde verschilt per mengseltype en zal de komende jaren steeds lager worden.

Marjolein van der Klauw: “De MKI-waarde is één van de BPKV-gunningscriteria. Het principe is: hoe lager de aangeboden MKI-waarde, hoe hoger de fictieve korting op de inschrijfsom des te gunstiger wordt de aanbieding. Als we een aanbieding hebben met 790.000 MKI en een aanbieding met 400.000 MKI, dan krijgt de aanbieder van 400.000 MKI een hogere fictieve korting op de inschrijfsom. Met deze methodiek worden de marktpartijen uitgedaagd om zelf met voorstellen te komen. Hoe verder ze gaan, hoe gunstiger hun aanbieding wordt. Wel is het zo dat de maximale fictieve korting door ons is vastgesteld, maar het kan een beslissende factor in de gunning zijn. Ook kunnen we minimumeisen stellen om de minst duurzame oplossingen uit te sluiten. Voor asfalt kunnen we bijvoorbeeld een maximale MKI-waarde van 5,5 MKI per ton asfalt voor tussen- en onderlagen voorschrijven. Als dat een eis is, sluit je in ieder geval het minst duurzame asfalt uit. Tegelijkertijd krijg je niet automatisch het duurzaamste asfalt. Daarom zijn de kortingen van de gunningscriteria zo belangrijk. Ze belonen de aanbieders die extra duurzaam zijn. Ze belonen de koplopers in de markt.”

 

Tabel 1, werken met gunningscriteria, een voorbeeld.


 

Luc: “Rijkswaterstaat en het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat hebben vier transitiepaden benoemd waarvoor we klimaatneutraal en circulair willen zijn in 2030, te weten: droog grondverzet en mobiele werktuigen, nat grondverzet, wegverhardingen en kunstwerken. Om een belangrijk verschil te maken, gaan we daarmee de komende 10 jaar aan de slag. Je wilt dat de marktpartijen gaan investeren in zo duurzaam mogelijk asfalt en beton en dat ze elektrisch materieel aanschaffen. Die transitie krijg je alleen op gang als je niet alleen met eisen werkt, maar ook met gunningscriteria. De lat van de eisen leggen we steeds hoger.”

DuboCalc is sinds 2012 bij circa 40 aanbestedingen toegepast. Vanaf 2020 wil Rijkswaterstaat alle aanbestedingen met een gunningscriterium op MKI-waarde gaan uitvoeren. Marjolein: “Tot nu toe werd het vooral bij de grote projecten toegepast. Voor nieuwe typen projecten zijn we nog bezig de methodiek te bepalen. Op den duur geldt het voor elk project. Maar de effecten zijn zeker nu al zichtbaar. Je ziet dat aannemers hun asfaltcentrales ombouwen vanwege deze wijze van aanbesteden. Steeds meer Nederlandse asfaltcentrales zijn op dit moment als duurzaam te kwalificeren. Hergebruik van asfalt, beton met minder nieuw cement, elektrisch materieel, zonnepanelen in het projectgebied, beperking van het grondverzet, korte transportafstanden en hergebruik van wegmeubilair zijn voorbeelden van maatregelen van de transitie. Bij de asfaltlagen zie je de percentages hergebruik toenemen. Bij de onderste asfaltlaag zie je al percentages van 90% hergebruik, voor de ZOAB toplaag is dat circa 50%. Daarnaast hebben we ook collega’s die met producenten bezig zijn met biobased hectometerpaaltjes en verkeersborden. Dat zijn kleine successen, maar ze hebben veel impact aangezien we veel paaltjes en borden nodig hebben. Kortom, reducties worden op alle punten bereikt. De Afsluitdijk is een mooi voorbeeld van duurzame innovatie. De nieuwe betonblokken die de dijk moeten beschermen, hebben een speciale vormgeving. Ze worden min of meer als legostenen in elkaar geklikt, waardoor er minder betonblokken nodig zijn dan bij de traditionele methode. Voor de productie is een fabriek naast de Afsluitdijk gebouwd en bij de productie van de betonblokken wordt gewerkt met duurzaam beton: hiermee wordt 56% CO2 gereduceerd t.o.v. de conventionele materialen. Deze duurzame dijkbekleding beschouw ik als een resultaat van het gunningscriterium MKI-waarde in de  aanbesteding.”

Rijkswaterstaat is niet de enige opdrachtgever die op een duurzame manier inkoopt. Ook ProRail is op deze wijze actief, dat geldt ook voor steeds meer provincies. Rijkswaterstaat, ProRail en andere publieke opdrachtgevers wisselen regelmatig hun ervaringen uit en zijn samen actief op zoek om naar verbeteringen in de methodiek van duurzame inkoop. Luc: “Hoe meer de aanbestedingsmethodiek en de doelstellingen op elkaar zijn afgestemd bij opdrachtgevers, des te makkelijker verloopt de transitie naar duurzame producten bij marktpartijen. Dan loont het voor de marktpartijen meer om te investeren in producten met een lage milieubelasting, in elektrisch materieel en in de verduurzaming van hun fabrieken.

Marjolein: “De aannemers staan positief tegenover ons beleid voor duurzaam inkopen. Wel belangrijk is dat de spelregels duidelijk zijn, dat de methodiek transparant is en dat er continuïteit is. Je moet niet voor elk project een andere duurzaamheidsstrategie inzetten. Dan wordt het lastig voor hen om lange-termijn maatregelen te nemen en is er geen perspectief voor hun investeringen. Naast de technische kant van dit verhaal, is er ook een cultuurverandering merkbaar. Op managementniveau zie je dat duurzaamheid verankerd raakt in het bedrijfsproces, de tenders, samenwerkingsverbanden en in investeringsbeslissingen. Je kunt er niet meer omheen. Duurzaamheid is de nieuwe werkelijkheid.”