NIEUWSOVERZICHT < DELEN >
X

Deel dit artikel!

Transitieteam CBE: Maak de MKI in de GWW belangrijk

Vincent Gruis, voorzitter van het transitieteam Circulaire Bouweconomie, heeft aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Vivianne Heijnen, een adviesnotitie verzonden waarin het transitieteam ervoor pleit om de duurzaamheid van GWW-projecten te versterken met behulp van de MilieuKostenIndicator (MKI). Het transitieteam denkt daarbij aan een verplichting om MKI-berekeningen te maken in zowel de ontwerpfase van een project als in de as-built situatie, aan MKI-plafondwaardes voor dominante materiaalstromen en aan een overheidsbrede afspraak om in aanbestedingen de MKI als gunningscriterium te gebruiken.

In de GWW-sector wordt de MKI steeds vaker gebruikt om de milieukwaliteit van een bouwwerk te bepalen. Zo wordt in veel aanbestedingen de MKI gebruikt om minimumeisen aan de milieukwaliteit van een bouwwerk te stellen en om invulling te geven aan gunningscriteria. Maar anders dan in de B&U-sector, (die aan de MPG-eis in de bouwregelgeving moet voldoen) wordt in de GWW-sector de milieukwaliteit van een bouwwerk niet dwingend voorgeschreven. In de GWW is de milieukwaliteit veelal afhankelijk van het milieubewustzijn van de opdrachtgevende partij. Het transitieteam meent dat circulair bouwen een substantiële impuls krijgt wanneer het gebruik van de MKI in GWW-projecten dwingend wordt voorgeschreven.

Het transitieteam realiseert zich dat een dwingende inzet van de MKI in de GWW geen eenvoudige zaak is. Terwijl in de B&U-sector de MKI van gebouwen wordt verrekend naar de bruto-vloeroppervlakte en daarmee een eenduidige grondslag heeft gekregen, zijn de GWW-projecten te verschillend van aard en karakter om een ‘gemene deler’ te kunnen vaststellen. Bovendien heeft een ‘dwingende MKI’ ingrijpende gevolgen voor de GWW-sector. Daarom heeft het transitieteam aan adviesbureau Rebel gevraagd de mogelijkheden en knelpunten bij de invoering van een dwingende MKI te inventariseren.

Transitieteam Circulaire Bouweconomie. Foto: Peter Boer

Het adviesbureau interviewde een brede groep van deskundigen uit het bedrijfsleven, de overheid en de advieswereld om antwoord te geven op de volgende vragen:
  • Waar en hoe kan de dwingende MKI (als verplichting en/of norm) worden vastgelegd?
  • Hoe kom je tot een dwingender gebruik van de MKI in projecten in de GWW en/of MKI-norm?
  • Wat zijn de essentiële randvoorwaarden voor dwingend gebruik van de MKI?
Op basis van het onderzoek komt het transitieteam met vier belangrijke aanbevelingen:
  1. Doe nader onderzoek naar het opnemen van een verplichting tot het berekenen van de MKI voor elk project, inclusief het aantonen van de behaalde MKI ‘as built’. Beschouw hierbij de Omgevingswet als mogelijke plek om deze verplichting te verankeren.
  2. Neem deze MKI-verplichting, mogelijk in combinatie met andere circulaire eisen, ook op in voor de GWW-sector relevante richtlijnen en standaarden.
  3. Stel, aanvullend op deze project-MKI, voor de dominante materiaalstromen in de GWW ook MKI-plafondwaardes op. Zorg naast een initiële MKI-norm per materiaalstroom ook voor een stapsgewijze verlaging daarvan.
  4. Stuur aan op een overheidsbrede afspraak om MKI in elk project in de GWW te gebruiken als criterium om te sturen op duurzaamheid.

Het berekenen van de MKI op projectniveau is voor de GWW-sector niet iets nieuws. Met name bij grotere projecten worden er minimumeisen aan de MKI gesteld en maakt de MKI steeds vaker deel uit van de gunningscriteria. Niettemin is het rekenen aan de MKI geen standaardprocedure. In veel kleine organisaties is de MKI-berekening niet opgenomen in het normale werkproces. DuboCalc behoort niet altijd gebruikt tot de vaste rekenprogramma’s. Daarom pleit het transitieteam voor een nader onderzoek over de wijze waarop het rekenen aan de MKI verplicht kan worden gesteld. Hierbij wordt gedacht aan het opnemen van bepalingen in de Omgevingswet, maar ook aan relevante standaarden en richtlijnen als RAW, UAV, UAV-GC, ROA en ROK. Een voordeel van de verplichting is dat de inschrijvers bij een aanbesteding een gelijker speelveld krijgen.

Gelaagdheid dwingende MKI. Bron: Adviesnotitie Rebel

Minder gebruikelijk is het maken van een ‘as built’ berekening. Over het nut en de haalbaarheid van een as-built-berekening zal nog verder moeten nagedacht. Wie of welke partij voert de controle uit en welke sancties worden opgelegd bij afwijkingen ten opzichte van de ontwerpberekening.

Voor het opnemen van MKI-plafonds voor dominante materiaalstromen verwijst de Rebel-notitie naar de EIB-publicatie ‘Materiaalstromen in de bouw en infra’ (februari 2022). De grootste stromen zijn: ophoogzand, grond en bagger, beton- en menggranulaat, beton, asfalt, industriezand, asfaltgranulaat, grind, steenslag en cement. De in het onderzoek bevraagde deskundigen noemde ook staal, koper en kunststoffen als materialen die aan de lijst zouden moeten toegevoegd. Per materiaalstroom zou een initiële MKI-norm moeten worden opgesteld die stapsgewijs verlaagd kan worden. De Rebel-notitie stelt als doel om in 2050 de plafonds op nul te stellen en geeft daarvoor diverse aanbevelingen. Het transitieteam merkt wel op dat dergelijke plafonds geen belemmering voor innovaties mogen vormen en dat duurzamere oplossing voor het totale project niet mogen worden gehinderd.

Naast de verplichting om bij aanbestedingen een MKI-berekening te overleggen en het instellen van MKI-plafonds wijst het transitieteam ook op de belangrijke rol van de MKI in de gunningscriteria. Al in veel GWW-projecten wordt de MKI meegenomen in de Beste Kwaliteit Prijs Verhouding (BPKV), maar de afspraken hierover zijn niet uniform en worden niet algemeen toegepast. Het transitieteam stuurt aan op een overheidsbrede afspraak om de project-MKI mee te nemen als kwaliteitscriterium voor alle projecten in de GWW. De adviseurs van Rebel stellen voor om bestaande gremia hiervoor te gebruiken, zoals Manifest Duurzaam GWW en het Manifest MVOI. Verder adviseren zij om te onderzoeken of de verplichtingen en afspraken rond de MKI-berekening niet strijdig zijn met de algemene aanbestedingsregels en met Europese regelgeving. Tevens kan ook worden onderzocht of de verplichtingen en afspraken rond de MKI naar Europees niveau kunnen worden getild.

Het transitieteam vraagt nadrukkelijk aandacht voor het proces van invoering en de bijbehorende randvoorwaarden. Aandacht moet er zijn voor kleine organisaties die nog weinig kennis en ervaring hebben met de functie en de werking van de MKI. Interdepartementale en internationale afstemming is nodig om in de pas te blijven van de aanbestedingsregels en Europese regelgeving, terwijl voor implementatie en kennisverspreiding kan worden aangesloten bij lopende initiatieven zoals de Aanpak Duurzaam GWW en de Strategie Klimaatneutrale en Circulaire Rijksinfrastrutuurprojecten.

Ten slotte vraagt het transitieteam om een grotere betrokkenheid van het ministerie van I&W bij Stichting NMD. “Voor de voorgestelde belangrijke rol van de MKI is uiteraard het goed functioneren van de methode, de tooling, en de database van groot belang”, stelt Vincent Gruis. “Daarvoor zijn in onze ogen nog de nodige kwaliteitsslagen in de methodiek en instrumenten benodigd.” De voorzitter van het transitieteam benadrukt dat in de besluitvorming over aanpassingen en doorontwikkeling van het NMD-stelsel het GWW-perspectief zorgvuldig moet worden meegenomen en vraagt zich af of de huidige wijze waarop het stelsel is ingericht, de optimale manier is om de circulaire ambities van de GWW-sector te realiseren. Als concreet voorbeeld wordt de totstandkoming van Product Category Rules (PCR’s) genoemd. Ook in de Rebel-notitie worden een aantal aandachtspunten ter verbetering van het NMD-stelsel genoemd. Om die reden acht het transitieteam een grotere betrokkenheid van het ministerie I&W bij stichting NMD een belangrijke randvoorwaarde om de circulaire ambities in de GWW te realiseren.