Normen voor milieuprestatie in de bouw
Normen beschrijven de spelregels voor het opstellen van milieudata en het berekenen van milieuprestaties in de bouw.
In het kort
- EN 15804 is de Europese basis voor productdata en EPD’s, en daarmee het vertrekpunt voor de Bepalingsmethode
- De Bepalingsmethode stelt aanvullende Nederlandse eisen en werkt met Nederlandse scenario’s
- Binnen de Nederlandse bouwregelgeving moet productdata in lijn zijn met de Bepalingsmethode om te kunnen worden opgenomen in de database en gebruikt in milieuprestatieberekeningen
- EN 15978 beschrijft de basisregels voor gebouwen, maar de Nederlandse aanpak wijkt op enkele punten af, waaronder modules, beschouwingsperiode en vervangingen
Normen vormen het fundament onder de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken. Ze leggen vast hoe milieudata voor bouwproducten wordt opgesteld en hoe milieuprestaties op gebouwniveau worden berekend. In Nederland gelden daarbij aanvullende eisen, zodat de uitkomsten aansluiten op de Nederlandse praktijk en regelgeving
EN 15804 – basisregels voor bouwproducten
De basis voor de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken is de EN 15804. Deze Europese norm is ontwikkeld voor het opstellen van EPD’s (Environmental Product Declarations). Een EPD is gebaseerd op een levenscyclusanalyse (LCA), een methode die de milieu-impact van een product berekent over de gehele levenscyclus.
Aanvulingen in Nederland
In de Bepalingsmethode worden aanvullende eisen gesteld bovenop de EN 15804, met voor Nederland toepasbare scenario’s. Binnen de huidige Nederlandse bouwregelgeving geldt dat productdata in lijn moet zijn met de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken om te kunnen worden opgenomen in de database en toegepast in Milieuprestatie berekeningen.
Onderliggende internationale LCA-standaarden
De EN 15804 is op zijn beurt weer gefundeerd op een aantal internationale LCA-standaarden. Deze zijn daarmee van toepassing voor de Bepalingsmethode:
- NEN-EN-ISO 14025:2010 (ISO 14025:2006) - Milieu-etiketteringen en -verklaringen - Type III milieuverklaringen - Principes en procedures
- NEN-EN-ISO 14044:2006 en - Milieumanagement - Levenscyclusanalyse - Eisen en richtlijnen
- NEN-EN 15978:2011 en - Duurzaamheid van constructies – Beoordeling van milieuprestaties van gebouwen - Rekenmethode
EN 15978 – basisregels op gebouwniveau
Voor de bepaling van de milieuprestaties van gebouwen bestaat de EN 15978. Het juridisch toepassingsgebied van de EN 15978 is beperkt tot gebouwen. Overige bouwwerken zoals civiele werken worden hier normatief niet mee gedekt. Daarom kan de EN 15978 niet als enige basis voor de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken gebruikt worden.
Waar wijkt Nederland af van EN 15978?
1. Modules B6 en B7 worden niet meegenomen
In de EN 15978 worden op bouwwerkniveau ook de modules B6 en B7 meegenomen. In Nederland worden echter binnen het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) de thema’s Energie en Milieu (Materiaalgebonden impact) als gescheiden pijlers behandeld. Binnen de scope van de milieuprestatie van gebouwen worden de energie- en water-gerelateerde impact niet meegenomen. In de MEPG-methode is er wel sprake van een integrale benadering op basis van de materiaal- en energiegerelateerde impact.
2. Beschouwingsperiode is altijd gelijk aan de gebouwlevensduur
De beschouwingsperiode voor de beoordeling kan in de EN 15978 korter of langer zijn dan de levensduur van het bouwwerk terwijl deze in Nederland normatief is vastgezet. Bij gebouwen is de beschouwingsmethode altijd gelijkgesteld aan de gebouwlevensduur. Bij de overige bouwwerken (GWW) wordt per project een beschouwingsperiode vastgesteld, meestal 50 of 100 jaar.
3. Breukenmethode in plaats van knipmethode bij vervangingen
De EN 15978 schrijft voor dat er bij het bepalen van vervangingen naar boven afgerond moet worden tot een geheel getal (knipmethode). Bij de Nederlandse bepalingsmethode is ervoor gekozen om af te ronden op 2 decimalen (breukenmethode). Dit omdat dat een realistischere modellering oplevert van de Nederlandse praktijk. Daarin zal er bij vervangingsbeslissingen altijd een optimalisatie plaatsvinden. Is over 5 jaar de sloop voorzien, dan zal men besluiten een kozijn niet meer te vervangen, ook niet als de theoretische levensduur is verlopen.
Werk altijd met de juiste versie
Voor de juiste versie en toepassing geldt dat je de vigerende versie van de raadpleegt.
Download
Lees meer: