Milieuprestatieberekening

De milieuprestatieberekening wordt uitgevoerd volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken, zie pagina ‘Bepalingsmethode’. De Bepalingsmethode is geldend voor de berekening van de milieuprestatie van zowel een gebouw als een GWW-werk. De Bepalingsmethode is niet gericht op de milieuprestatie van afzonderlijke producten, maar op de milieuprestatie van het gebouw of GWW-werk als geheel. Het gebouw of bouwwerk is dan de eenheid waaraan de prestatie wordt gesteld en waarin het product wordt toegepast om het gebouw in zijn functie te kunnen laten voorzien. Het ontwerp en de beoogde levensduur is daarmee bepalend voor de aangebrachte bouwproducten en bouwinstallaties, het aantal vervangingen daarvan gedurende de levensduur van het gebouw.

De bepaling van de milieuprestatie in een notendop

Op basis de EN15804 geeft de Bepalingsmethode praktische aanwijzingen ten behoeve van het analyseren van een milieuprestatie. De bepalingsmethode is gebaseerd op de milieugerichte levenscyclusanalyse – kortweg LCA. Een LCA bekijkt alle fasen in de levensloop van producten. Het gaat hierbij nadrukkelijk om de functie die het product moet vervullen in een bouwwerk. Een LCA beoordeelt de levensloopfasen van een product zoals productie, constructie en afdanking. Lees hier meer over op de pagina milieudata. Het resultaat van een LCA is een milieuprofiel. Tot eind 2020 bestond dit profiel nog uit 11 milieu-impactcategorieën volgens de EN 15804, maar omdat in 2019 de EN 15804 is gewijzigd en qua methodiek is gesynchroniseerd met de LCA-methodiek van de PEF (Product Environmental Footprint), bestaat vanaf 1-1-2021 volgens de EN15804+A2 het profiel uit 19 milieu-impactcategorieën. (Zie  onderstaande afbeelding)

Op basis van een weging naar zwaarte van de verschillende milieu-impact categorieën wordt een 1-puntsscore vastgesteld – de milieuprestatie. Voor GWW is dit de Milieu Kosten Indicator (MKI)-score uitgedrukt in Euro, en voor B&U de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG)-score uitgedrukt in Euro/m2/jaar. Door de milieuprestatie in een 1-puntscore uit te drukken, wordt het vergelijkbaar met de milieuprestaties van andere gebouwen en is de milieu-impact beter te communiceren en eisen aan te stellen. De bepaling van de milieuprestatie van een bouwwerk kan worden uitgevoerd met rekeninstrumenten die vooraf door Stichting Nationale Milieudatabase zijn gevalideerd. Zie Rekeninstrumenten. 

Interpretaties en ontwerpvraagstukken bij het berekenen van de milieuprestatie van gebouwen

In de Gids Milieuprestatieberekening versie juli 2020 kunnen een aantal interpretaties en ontwerpvraagstukken bij het berekenen van de milieuprestatie van gebouwen gevonden worden. De gids staat grotendeels in het kader van de grenswaarde voor de milieuprestatie in het Bouwbesluit, die per 1 januari 2018 van kracht is.

Invloed van een gebouwontwerp op de milieuprestatie

In de gids staan bijvoorbeeld de invloeden van een gebouwontwerp op de milieuprestatieberekening, gebaseerd op onderzoek van W/E adviseurs (Utrecht). Uit het onderzoek is duidelijk geworden wat bijvoorbeeld de invloed is van extra hoge verdiepingen, erkers en extra geveloppervlak op de milieuprestatie.

Overzicht van de scope van een bouwwerkberekening voor de verschillende gebruiksfuncties

In de Bepalingsmethode is een overzicht gegeven van de scope van gebouw berekeningen voor de verschillende gebruiksfuncties uit het Bouwbesluit. Alle product en proceskaarten in de NMD zijn gecodeerd naar de gebruiksfuncties waarvoor de producten toepasbaar zijn. De met een ‘x’ gemarkeerde producten geven de scope van een MPG berekening conform het Bouwbesluit. De met een ‘O’ gemarkeerde producten geven de scope van een MKI of MPG berekening in een bredere toepassing weer (boven- en neven wettelijk).

Het meenemen van externe voorzieningen in de MPG-berekening

De systeemafbakening voor de milieuprestatie reikt tot aan de perceelgrens: installaties voor externe energielevering, maar ook de buitenriolering behoren tot de milieuprestatie in het Bouwbesluit. Ter illustratie wordt verwezen naar het Infoblad Bouwbesluit 2012 m.b.t. riolering en gemeentelijke watertaken. In de afbeeldingen in het Infoblad staat aangegeven tot waar de voorzieningen binnen de perceelgrens reiken en die daarom moeten worden meegenomen in de milieuprestatieberekening van het gebouw.

Meenemen van installaties voor externe energielevering in de MPG-berekening

Installaties voor externe energielevering (denk aan de aansluitingen voor gas, elektriciteit en/of warmte, maar ook de energie-infrastructuur en centrale installaties voor opwek/omzetting) moeten worden meegenomen in de milieuprestatieberekening. Desbetreffende installaties zullen in de energieprestatieberekening moeten zijn benoemd en hiervoor moet in de milieuprestatieberekening een equivalent qua materiaalgebruik worden opgevoerd. In de Nationale Milieu Database zijn daarvoor zogenaamde default-waarden opgenomen, dat wordt bepaald door het (berekende) gebouwgebonden energiegebruik in te voeren in de berekening.

Referentiegebouwen voor monitoring- en effectstudies Milieuprestatie

W/E adviseurs heeft in samenwerking met LBP Sight voor Stichting Nationale Milieudatabase het onderzoek ‘Materialisatie referentiebouwwerken’ uitgevoerd waarin volledige gematerialiseerde referentiegebouwen zijn vastgelegd. Deze set referentiegebouwen zijn ontwikkeld om op steekhoudende wijze effect- en monitoringsstudies uit te kunnen voeren gericht op eventuele wijzigingen in de MPG. Deze set is openbaar, zodat doorrekeningen controleerbaar en reproduceerbaar zijn.