Milieuprestatieberekening

  • Prestatie staat voorop
    De bepalingsmethode geeft de mogelijkheid de materiaalgebonden milieueffecten van gebouwen en GWW-werken eenduidig, controleerbaar en reproduceerbaar te berekenen. De bepalingsmethode is prestatiegericht, dus niet oplossingsgericht, en stelt daarmee geen eisen aan bouwmethode en techniek. Dat betekent dat opdrachtgevers en -nemers met de methode afspraken kunnen maken over de realisatie van concrete, gekwantificeerde kwaliteitsniveaus voor een project, met alle ontwerpvrijheid en ruimte voor innovatieve oplossingen, om te komen tot de gewenste prestatie. De methode is geschikt voor ieder ontwerp.
  • Levenscyclusbenadering is het uitgangspunt
    Op basis van internationale standaarden (normen) geeft de bepalingsmethode praktische aanwijzingen ten behoeve van het analyseren van een milieuprestatie. De bepalingsmethode is gebaseerd op de milieugerichte levenscyclusanalyse – kortweg LCA. Een LCA bekijkt alle fasen in de levensloop van producten. Het gaat hierbij nadrukkelijk om de functie die het product moet vervullen in een bouwwerk. Een LCA beoordeelt de levensloopfasen van een product zoals productie, constructie en afdanking. Ook het transport dat plaatsvindt tussen en in deze fasen (bijvoorbeeld transport naar de bouwplaats), wordt hierbij meegenomen.

Processchema van productdata tot MPG

Gids milieuprestatieberekening V2.1
Deze gids is een praktisch hulpmiddel voor een aantal interpretaties en ontwerpvraagstukken bij het berekenen van de milieuprestatie van gebouwen. De gids staat grotendeels in het kader van de  grenswaarde voor de milieuprestatie in het Bouwbesluit, die per 1 januari 2018 van kracht is. De gids bevat geen verklaring van de bouwregelgeving, noch van de bepalingsmethode milieuprestatie van gebouwen en GWW-werken op zich noch van reken- en schematiseringsregels bij het ‘uittrekken’ van gebouwen voor het berekenen van de hoeveelheden. Voor de uitleg daarover wordt verwezen naar de website van respectievelijk de rijksoverheid, die van SBK/milieudatabase en van de verschillende rekeninstrumenten.

Download de gids: klik hier

Invloeden van een gebouwontwerp op de milieuprestatieberekening
In het Bouwbesluit 2012 is in hoofdstuk 5 het voorschrift opgenomen dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen een berekening van de milieuprestatie dient te worden gevoegd. Indertijd is bewust ervan afgezien dat het resultaat van de berekening aan een eis moest voldoen. De achtergrond is dat de markt zou gaan wennen aan deze berekening en gerelateerde ontwerpbeslissingen. Inmiddels is er veel ervaring opgedaan en heeft het ministerie van BZK na overleg met de ontwerpende – en bouwende partijen (vertegenwoordigd in het Overleg Platform Bouwregelgeving) besloten dat per 1-1-2018 een grenswaarde in het Bouwbesluit 2012 wordt opgenomen. Deze eis wordt dat de milieuprestatie voor woningen en kantoren ten hoogste 1,0 mag zijn.

Tijdens de overleggen met de bouwbranche kwam naar voren dat niet voor iedereen de consequenties van ontwerpbeslissingen duidelijk waren. Ook waren er zorgen of de milieuprestatie van installaties die tevens energie leveren voor huishoudelijk gebruik ten volle meegenomen moeten worden in de berekening. Het ministerie van BZK heeft toen SBK gevraagd om op basis van een analyse van uitgevoerde milieuprestatieberekeningen de leerervaringen te destilleren die als basismateriaal kunnen dienen voor voorlichtingsmateriaal over de invloeden van een gebouwontwerp op de milieuprestatieberekening. SBK heeft aan W/E adviseurs (Utrecht) gevraagd behulpzaam te zijn bij deze analyse. Dit rapport is begin 2017 aangeboden aan BZK. Uit het onderzoek wordt duidelijk wat de invloed is van extra hoge verdiepingen, erkers, extra geveloppervlak e.d. Bij het rapport Onderzoek ‘Principes en parameters Milieuprestatie Gebouwen (MPG)’ is een managementsamenvatting gevoegd. De conclusie is dat de voorgenomen grenswaarde relatief gemakkelijk haalbaar is en dat de ontwerpvrijheid voldoende is gewaarborgd.

Milieueffecten van energiegebruik en materiaalgebruik in samenhang bezien
Tot nu toe ligt de focus bij duurzaam bouwen vooral op energiebesparing bij verwarmen, koelen, enz. De energiebesparende maatregelen vergen in de meeste gevallen het gebruik van meer materialen en installaties. De invloed van dit materiaalgebruik op de totale milieulast (milieueffecten van energie- en materiaalgebruik) van een gebouw tempert de milieuwinst van de energiebesparende maatregelen. Het is zinvol dit tot een minimum te beperken door milieueffecten van energie- en materiaalgebruik onder een gelijke noemer te brengen en de maatregelen in deze samenhang te optimaliseren.

Referentiegebouwen voor monitoring- en effectstudies Milieuprestatie
Om op steekhoudende wijze effect- en monitoringsstudies gericht op eventuele wijzigingen in de MPG te kunnen uitvoeren, is het van belang dat daarbij een set met referentiegebouwen gebruikt wordt, die de te verwachten nieuwbouw op een afdoende wijze representeert. Deze set moet op voldoende draagvlak kunnen rekenen en openbaar zijn, opdat de doorrekeningen controleerbaar en reproduceerbaar zijn. Stichting Bouwkwaliteit (SBK) heeft W/E adviseurs gevraagd om in samenwerking met LBP Sight een onderzoek ‘Materialisatie referentiebouwwerken’ uit te voeren met volledige gematerialiseerde referentiegebouwen als resultaat.