Leidraad ‘meten van circulariteit’

X

Deel dit artikel!

Recent heeft CB’23 de Leidraad ‘Meten van circulariteit in de bouw’ gepubliceerd.
Zie volledigheidshalve https://platformcb23.nl/leidraden

De kernmeetmethode van de Leidraad geeft  het totaal weer van de effecten op materiaalvoorraden, milieukwaliteit en waarde tijdens alle fases van de levenscyclus van het (deel)object. Dit betekent dat een object dat is samengesteld uit meerdere deelobjecten met een betrekkelijk korte levensduur, in zijn eigen levenscyclus meerdere levenscycli van deze deelobjecten moet meenemen. Een deur kan bijvoorbeeld wel 40 jaar meegaan terwijl het hang en sluitwerk na 20 jaar vervangen moet worden.

De inventarisatie van materiaalstromen zoals die in de eerste stappen van een (milieugerichte) LCA wordt gemaakt is een geschikte basis voor het verlenen van inzicht in de mate waarin materiaalvoorraden worden gebruikt en verloren gaan. Op enkele plekken zijn aanvullingen gewenst in de ‘labels’ van de stromen, in verband met het afwijkende doel dat deze kernmeetmethode voor circulariteit in de bouw heeft ten opzichte van deze LCA’s. Zie voor meer toelichting op de precieze relatie met de LCA-methodiek paragraaf 5.2.1.

De milieu-effectcategorieën zoals die in (milieugerichte) LCA’s gebruikt en bepaald worden, zijn geschikt voor het meten van milieueffecten van circulaire (deel)objecten. De indicatoren voor het bepalen van de mate waarin milieukwaliteit beschermd wordt zijn daarom overgenomen uit de SBK-bepalingsmethode [3]

Om de vergelijkbaarheid van de resultaten te bevorderen, zijn afspraken gemaakt over wat minimaal in deze presentatie van de resultaten zou moeten worden meegenomen. Dat zijn:

a.  ten behoeve van inzicht in de mate van bescherming van materiaalvoorraden: alle indicatoren van de input- en outputstromen in kilo’s en hun percentage van de totale input- of output;

b.  ten behoeve van inzicht in de mate van bescherming van milieukwaliteit: alle milieu-effectcategorieën uit de SBK-bepalingsmethode met hun bijbehorende eenheid en de uiteindelijke éénpuntsscore;

c.  ten behoeve van inzicht in- en leren over de effecten van adaptief vermogen: een indicatie over of er wel of niet een rapportage over adaptief vermogen is bijgeleverd;

d.  ten behoeve van de interpretatie van de resultaten: de levensfase op het moment van berekening en het detailniveau van de gebruikte data.