Systeemafbakening in de milieuprestatieberekening

Bij een milieuprestatieberekening wordt niet alleen gekeken naar het gebouw zelf, maar ook naar onderdelen en voorzieningen die nodig zijn om het bouwwerk te laten functioneren. Op deze pagina wordt toegelicht welke onderdelen binnen de systeemafbakening van de milieuprestatieberekening vallen en hoe hiermee in de berekening wordt omgegaan.

De systeemafbakening bepaalt welke onderdelen worden meegenomen in de milieuprestatieberekening van een bouwwerk. In de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken is vastgelegd welke bouwproducten, installaties en voorzieningen onderdeel zijn van de berekening. In sommige gevallen vallen ook installaties of voorzieningen buiten het gebouw, maar binnen de perceelgrens, binnen deze afbakening. 

De Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken beschrijft welke onderdelen binnen deze afbakening vallen. Daarbij gaat het niet alleen om de bouwproducten en installaties in het gebouw zelf, maar ook om voorzieningen die nodig zijn om het bouwwerk te laten functioneren. Hiermee wordt gewaarborgd dat milieuprestatieberekeningen op een eenduidige en reproduceerbare manier worden uitgevoerd.

Het ontwerp en de beoogde levensduur zijn bepalend voor de gebruikte bouwproducten en bouwinstallaties en het aantal vervangingen daarvan gedurende de levensduur van het gebouw.

Het meenemen van externe voorzieningen

De systeemafbakening voor de milieuprestatie reikt tot aan de perceelgrens: installaties voor externe energielevering, maar ook de buitenriolering behoren tot de milieuprestatie in het Bouwbesluit. Ter illustratie wordt verwezen naar het Infoblad Bouwbesluit 2012 m.b.t. riolering en gemeentelijke watertaken. In de afbeeldingen in het Infoblad staat aangegeven tot waar de voorzieningen binnen de perceelgrens reiken en die daarom moeten worden meegenomen in de milieuprestatieberekening van het gebouw.

Voorbeelden hiervan zijn:

• installaties voor externe energielevering
• aansluitingen voor energievoorzieningen
• buitenriolering binnen de perceelgrens

In de praktijk betekent dit dat onderdelen die nodig zijn om het gebouw te laten functioneren, ook onderdeel kunnen zijn van de milieuprestatieberekening.

Installaties voor externe energielevering

Installaties voor externe energielevering, zoals aansluitingen voor gas, elektriciteit of warmte, moeten in de milieuprestatieberekening worden meegenomen. Deze installaties moeten ook zijn opgenomen in de energieprestatieberekening. In de milieuprestatieberekening wordt hiervoor een equivalent in materiaalgebruik opgenomen.

Het gaat hierbij bijvoorbeeld om:

  • aansluitingen op energie-infrastructuur
  • centrale installaties voor opwekking of omzetting van energie
  • infrastructuur die nodig is om energie naar het gebouw te transporteren

Gebruik van default-waarden

Voor sommige installaties zijn geen projectspecifieke gegevens beschikbaar. In dat geval kan gebruik worden gemaakt van zogenaamde default-waarden.

Deze default-waarden zijn opgenomen in de Nationale Milieudatabase en kunnen worden toegepast wanneer de energie-infrastructuur of installaties niet projectspecifiek zijn uitgewerkt. De waarden worden bepaald op basis van het berekende gebouwgebonden energiegebruik dat in de milieuprestatieberekening wordt ingevoerd.

Milieueffecten van energiegebruik en materiaalgebruik in samenhang bezien

Tot nu toe ligt de focus bij duurzaam bouwen vooral op energiebesparing bij verwarmen, koelen, enz. De energiebesparende maatregelen vergen in de meeste gevallen het gebruik van meer materialen en installaties.

Het materiaalgebruik dat hiervoor nodig is, heeft zelf ook milieueffecten. Hierdoor kan de milieuwinst van energiebesparende maatregelen gedeeltelijk worden verminderd.

Daarom is het belangrijk om energiegebruik en materiaalgebruik in samenhang te beschouwen en maatregelen zo te kiezen dat de totale milieubelasting van een gebouw zo laag mogelijk blijft.

Verdieping op de milieuprestatieberekening

De milieuprestatieberekening kent verschillende verdiepende onderwerpen, zoals de systeemgrens van de berekening en de invloed van ontwerpkeuzes op de uitkomst. Op de volgende pagina’s leest u meer over deze onderdelen van de berekening.

 Ontwerpkeuzes en interpretatie bij de milieuprestatieberekening

Terug naar milieuprestatieberekening

 

Veelgestelde vragen Milieuprestatie

Wat is de Milieuprestatieberekening?

De milieuprestatie geeft de milieubelasting van materialen aan die in een bouwwerk worden toegepast in de vorm van een 1-puntsscore. Door het instellen van een 1-puntsscore worden de milieuprestaties van verschillende bouwwerken beter vergelijkbaar met elkaar. Hoe lager deze score is, hoe lager de milieu-impact is. De milieuprestatie wordt o.a. gebruikt als eis in de bouwregelgeving, voor duurzaam inkopen en certificering zoals BREEAM-NL en GPR Gebouw.

 

Waarvoor wordt de Milieuprestatieberekening gebruikt?

De MPG wordt gebruikt om de milieuprestatie van bouwwerken te berekenen. De milieuprestatie is een belangrijke maatstaf voor de duurzaamheid van een bouwwerk.

Is een Milieuprestatieberekening verplicht?

Het berekenen van de milieuprestatie is in de B&U-sector verplicht volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In de GWW-sector zien we dat steeds meer opdrachtgevers de milieuprestatie als gunningscriterium opnemen in aanbestedingen.  

Downloads

Milieuprestatieberekening

Gids Milieuprestatieberekeningen herziene uitgave -
Rapport 'Principes en parameters Milieuprestatie Gebouwen (MPG)' -
Handreiking Duurzaam inkopen met MKI of MPG -
Rapport ‘Materialisatie referentiebouwwerken’ -
Infoblad Bouwbesluit 2012 m.b.t. riolering en gemeentelijke watertaken -
Rapport Richtlijn specifieke gebouwlevensduur -
Rapport “Milieu-energieprestatie Gebouwen, opname operationeel energieverbruik in de MPG” -
Toelichting impactanalyse weegset A2, EcoInvent 3.9.1 -
Het fundament voor duurzame bouw