Wanneer past u welke Bepalingsmethode toe bij bestaande bouw?

Bij ingrepen aan bestaande gebouwen, zoals renovatie, transformatie, verbouw of onderhoud, kan de milieu-impact van materiaalgebruik worden berekend. Hiervoor zijn binnen het milieuprestatiestelsel verschillende Bepalingsmethodes ontwikkeld.

Deze pagina leest u welke methode past bij het doel van uw berekening en het schaalniveau van uw project.

Bij ingrepen aan bestaande gebouwen, zoals renovatie, transformatie, verbouw of onderhoud, kan de milieu-impact van materiaalgebruik worden berekend. Hiervoor zijn binnen het milieuprestatiestelsel twee Bepalingsmethodes ontwikkeld: De Bepalingsmethode Milieuprestatie Renovatie & Transformatie en de Bepalingsmethode Milieuprestatie Onderhoud

De afbakening tussen de Bepalingsmethode Milieuprestatie Renovatie & Transformatie (MPG R&T) en Bepalingsmethode Milieuprestatie Onderhoud (MPO) is gebaseerd op het doel en het schaalniveau van de berekening

Bepalingsmethode MPG R&T

Doel
Berekenen en vergelijken van de milieuprestatie van ingrepen op gebouwniveau

Resultaat
MPG-waarde (€/m² BVO/jaar)

Toepassing
MPG R&T wordt toegepast wanneer de milieuprestatie van ingrepen op gebouwniveau wordt berekend, bijvoorbeeld bij renovatie of transformatie van een gebouw

 

Bepalingsmethode MPO

Doel
Berekenen en vergelijken van de milieuprestatie van ingrepen op projectniveau

Resultaat
MKI-waarde (€)

Toepassing
MPO wordt toegepast wanneer de milieuprestatie wordt berekend van onderhouds- of verbouwingsingrepen op projectniveau, bijvoorbeeld bij een onderhoudsproject of een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) waarbij ingrepen op gebouwelementenniveau worden uitgevoed

 

Vergelijken van planvarianten 

Bij het vergelijken van project- of planvarianten dienen alle beschouwde ingreepopties met dezelfde bepalingsmethode te worden doorgerekend, passend bij het schaalniveau en het doel van de beoordeling. Alleen dan is een inhoudelijk juiste vergelijking mogelijk. Onderstaand schema laat zien wanneer welke methode wordt toegepast.

Praktijkvoorbeelden

Om te laten zien hoe de methodes in de praktijk kunnen worden toegepast, zijn praktijkvoorbeelden opgesteld. Deze voorbeelden illustreren uiteenlopende praktijksituaties en helpen gebruikers te bepalen welke methode het beste past bij hun project.

Hieronder worden per methode verschillende gebruikssituaties toegelicht. Het gaat om praktijkvoorbeelden waarin een concreet vraagstuk centraal staat, met daarbij een toelichting op welke Bepalingsmethode voor de bestaande bouw in die situatie kan worden toegepast. De methodes kunnen worden gebruikt voor het vergelijken en optimaliseren van scenario’s of plannen, bij aanbestedingen en voor monitoringdoeleinden.

De verzameling praktijkvoorbeelden wordt de komende periode verder uitgebreid. Heeft u een vraag of een praktijksituatie die u wilt laten opnemen? Dan kunt u deze indienen via het vragenformulier.

Let op: de voorbeelden zijn bedoeld ter illustratie van het toepassingsgebied van de methodes en vormen geen gebruiksinstructies. Uitgebreide instructies worden op een later moment toegevoegd.

Toepassing Bepalingsmethode Milieuprestatie Renovatie & Transformatie

Algemene informatie

De Bepalingsmethode Milieuprestatie Renovatie & Transformatie kent twee methodische varianten, die verschillen in de afbakening van de productstromen die worden meegenomen in de berekening. Voor beide wordt er een MPG van het gebouw berekend. Het gaat om de volgende twee varianten:

Kernvariant MPG R&T

In de kernvariant is de scope beperkt tot de productstroom toe te voegen bouwproducten. De bestaande situatie (met tijdens de ingreep te verwijderen bouwproducten en te handhaven bouwproducten) blijft buiten beschouwing. Hierdoor is geen volledige inventarisatie van het bestaande gebouw nodig. Deze variant is met name geschikt voor situaties waarin de bestaande bouw nog onvoldoende in beeld is.

Uitgebreide, optionele variant MPG R&Toptioneel

In de uitgebreide variant worden naast de toe te voegen bouwproducten ook de te verwijderen en te handhaven bouwproducten meegenomen. Dit resulteert in een completer beeld van de totale materiaalgebonden milieu-impact van de ingreep. Deze variant is met name geschikt wanneer de bestaande situatie goed geïnventariseerd is en een meer gedetailleerde beoordeling gewenst is, bijvoorbeeld voor verantwoording of sturing op circulariteit.

1. Vergelijken van ontwerpvarianten binnen een renovatieproject – Welke ontwerpvariant heeft de laagste materiaalgebonden milieu-impact?

Situatie

Een bestaand gebouw wordt gerenoveerd of getransformeerd. Hierbij blijft de draagconstructie meestal behouden, terwijl andere gebouwonderdelen zoals gevels, installaties en afbouw worden aangepast of vervangen.

Tijdens de ontwerpfase ontstaan vaak meerdere varianten voor de renovatieaanpak. Deze varianten kunnen bijvoorbeeld verschillen in:

  • materiaalkeuzes voor gevels of dak
  • type installatiesysteem
  • mate van isolatie of gevelaanpassing
  • keuzes in afbouw of interieur

Het vraagstuk ontstaat wanneer binnen één renovatieproject meerdere ontwerpvarianten worden onderzocht en de materiaalgebonden milieu-impact van deze varianten met elkaar vergeleken moet worden.

Deze situatie komt met name voor bij ontwerpstudies in renovatieprojecten, bij de uitwerking van verschillende renovatieconcepten en bij de optimalisatie van materiaalkeuzes binnen een project.

Toepassing Bepalingsmethode

Op alle varianten die onderzocht worden in de situatie wordt de Bepalingsmethode Milieuprestatie Renovatie & Transformatie toegepast. De berekening richt zich op de milieu-impact van de nieuw toe te voegen bouwproducten in het renovatieontwerp. Te handhaven en te verwijderen bouwproducten kunnen buiten de berekening gelaten worden.

De uitkomst van de berekeningen is een MPGR&T-score.

Toelichting

De bestaande situatie is vaak moeilijk volledig te inventariseren. Informatie over de te handhaven en te verwijderen bouwproducten en de hoeveelheden is vaak beperkt beschikbaar. Door de berekening te richten op de nieuw toe te voegen producten kunnen ontwerpvarianten relatief eenvoudig met elkaar worden vergeleken zonder dat een volledige inventarisatie van het bestaande gebouw nodig is.

Indien de informatie over de bestaande bouwproducten in het gebouw beschikbaar is, kan er ook gekozen worden om de optionele, uitgebreidere MPG R&T berekening te maken, waarbij de milieu-impact van alle bouwproductstromen (toe te voegen, te behouden en te verwijderen) wordt meegenomen.

Interpretatie

De vergelijking tussen de MPG R&T-scores geeft inzicht in de milieu-impact van de verschillende ontwerpkeuzes binnen dezelfde renovatieopgave. Het resultaat helpt ontwerpteams om materiaalkeuzes, systeemoplossingen en renovatieconcepten te optimaliseren.

2. Afweging sloop & nieuwbouw versus renovatie - Wat heeft de laagste materiaalgebonden milieu-impact: het slopen van een bestaand gebouw en nieuw bouwen, of het bestaande gebouw transformeren of renoveren?

Situatie

Een eigenaar of ontwikkelaar staat voor de keuze wat te doen met een bestaand gebouw dat technisch nog in redelijke staat verkeert, maar functioneel of energetisch verouderd is.

De situatie betreft een specifieke afweging op gebouwniveau tussen twee ontwikkelstrategieën:

  1. Scenario waarbij het bestaande gebouw volledig gesloopt wordt, en een volledig nieuw gebouw wordt gerealiseerd.
  2. Scenario waarbij het bestaande gebouw wordt getransformeerd of gerenoveerd, waarbij delen van de constructie behouden blijven

Deze afweging komt vaak voor in de haalbaarheidsfase van een project, tijdens een tenderprocedure of is onderdeel van strategische keuzes van gebouweigenaren.

Toepassing Bepalingsmethode

  1. Voor het berekenen van de milieuprestatie van scenario 1 wordt de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken toegepast; het is een volledig nieuw gebouw. Sloop wordt buiten beschouwing gehouden. Uitkomst is de MPG-score.
  2. Voor de milieuprestatie van scenario 2 wordt de Bepalingsmethode Milieuprestatie Renovatie & Transformatie toegepast, waarbij enkel de toe te voegen materialen worden meegenomen (de kernberekening van de methode). Uitkomst is de MPGR&T-score)

In de praktijk wordt vaak eerst het renovatiescenario uitgewerkt, omdat de scope sterk specifiek is per situatie. Voor nieuwbouw worden regelmatig referentiegebouwen of benchmarkwaarden gebruikt voor de vergelijking.

Interpretatie en toelichting

De bestaande situatie is vaak moeilijk volledig te inventariseren; er ontbreekt ten tijde van het berekenen van de milieu-impact informatie over de te verwijderen en te handhaven bouwproducten. Daarnaast hebben bij zware renovatietrajecten de te verwijderen en te handhaven bouwproducten een relatief lage bijdrage aan de totale milieu-impact van de ingreep. Daarom ligt de focus in deze situatie op de toe te voegen bouwproducten.

Het verschil tussen de uitkomsten van de berekeningen (MPG-scores) van beide scenario’s laat zien hoeveel materiaalimpact kan worden bespaard door bestaande gebouwelementen te behouden. Het geeft, omdat er enkel wordt gefocust op de toe te voegen bouwproducten, echter niet de complete milieu-impact weer van de ingrepen, omdat de te verwijderen bouwproducten en te handhaven bouwproducten buiten beschouwing worden gelaten.  

3. Afwegingen binnen het strategisch voorraadbeheer – Wat is de meest duurzame strategie voor een bestaand gebouw: Instandhouding, verbouw, renovatie, transformatie of sloop/nieuwbouw?

Situatie

Een gebouweigenaar zoals een woningcorporatie of vastgoedbeheerder staat voor een strategische keuze over de toekomst van een bestaand gebouw of een portefeuille van gebouwen. Deze afweging maakt onderdeel uit van het strategisch voorraadbeheer, waarin op basis van verschillende criteria wordt bepaald welke ingrepen op de lange termijn wenselijk zijn.

Mogelijke strategieën zijn:

  • instandhouding of consolidatie (behouden en beperkt onderhoud uitvoeren)
  • renovatie (en/of verduurzaming)
  • transformatie naar een andere functie
  • sloop en nieuwbouw

Het vraagstuk ontstaat wanneer deze strategieën met elkaar vergeleken moeten worden op hun materiaalgebonden milieu-impact, als onderdeel van bredere besluitvorming. Keuzes over de mate van ingrijpen, de beoogde levensduurverlenging en de gewenste (energetische) kwaliteitsslag zijn in deze fase vaak nog open.

Toepassing Bepalingsmethode

Voor deze situatie wordt de Bepalingsmethode Milieuprestatie Renovatie & Transformatie toegepast, waarbij gebruik wordt gemaakt van de uitgebreide variant. In deze variant worden alle drie de productstromen meegenomen:

  • toe te voegen bouwproducten
  • te verwijderen bouwproducten
  • te handhaven bouwproducten

De uitkomst van de berekening is een MPGR&Toptioneel-score per strategie.

Verschillende strategieën kunnen sterk van elkaar verschillen in de mate van sloop, behoud en toevoeging van bouwdelen. Daarom is het van belang om in deze situatie alle productstromen mee te nemen in de berekening. Hierdoor ontstaat een volledig en vergelijkbaar beeld van de materiaalgebonden milieu-impact van de verschillende strategieën.

Interpretatie

De resultaten geven inzicht in de totale materiaalgebonden milieu-impact van verschillende strategische scenario’s en ondersteunen besluitvorming binnen het strategisch voorraadbeheer. De vergelijking maakt zichtbaar, wat de impact is van verschillende niveaus van ingrijpen (inclusief levensduurverlenging, energieprestatie en functionele kwaliteit), hoeveel materiaalimpact gepaard gaat met sloop en vervanging versus behoud, welke strategie het beste aansluit bij duurzaamheidsdoelstellingen.  

4. Beleidsdoelen of aanbestedingseisen – Hoe kan worden gestuurd op de milieu-impact van renovaties en transformaties op gebouwniveau?

Situatie

Een opdrachtgever, gemeente of gebouweigenaar wil sturen op de milieu-impact van renovatie- of transformatieprojecten. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren via beleidsdoelen of eisen in aanbestedingen. Voorbeelden zijn:

  • een maximale milieu-impact voor renovatieprojecten
  • een doelstelling voor materiaalgebonden CO₂ reductie
  • een ambitie om circulaire materialen toe te passen
  • een eis om de materiaalimpact van renovaties inzichtelijk te maken

De mate waarin de renovatieopgave is uitgewerkt kan hierbij sterk verschillen. In sommige gevallen is er sprake van een open ontwerpopgave waarbij enkel functionele eisen gesteld zijn. Er is dan veel ruimte voor integrale optimalisatie op het gebied van materiaalimpact, ontwerpkwaliteit, functionaliteit of esthetiek. Oplossingen kunnen een kleine ingreep zijn, maar ook ingrijpende renovaties betreffen. In andere gevallen ligt de renovatiescope al grotendeels vast, en ligt er bijvoorbeeld al een ontwerp of ingreeppakket klaar. De nadruk van de vergelijking ligt dan meer op materiaalkeuzes en productspecificaties.

Toepassing Bepalingsmethode

Bij het bepalen van de eis of doelstelling bij een renovatie traject, wordt de Bepalingsmethode Milieuprestatie Renovatie & Transformatie toegepast. Afhankelijk van de fase en de mate van uitwerking van de renovatieopgave kunnen twee benaderingen worden toegepast: 

1. Kernberekening MPG R&T .(Enkel nieuw toe te voegen bouwproducten worden meegenomen). Deze benadering wordt toegepast wanneer:

  • de bestaande situatie niet volledig is geïnventariseerd en er dus geen informatie beschikbaar is over de bestaande bouwproducten in het gebouw 
  • de ontwerpopgave nog open is en er verschillende oplossingsrichtingen met elkaar vergeleken moeten worden. Kenmerkend is dat er tussen oplossingen een grote variatie kan zitten tussen sloop, behoud en type ingrepen. Door te focussen op enkel de toe te voegen bouwproducten kan vermeden worden dat er strategisch gerekend wordt.

2. Uitgebreide optionele berekening MPG R&Toptioneel (zowel de toegevoegde bouwproducten als de te handhaven en de te verwijderen bouwproducten worden meegenomen) Deze benadering wordt toegepast wanneer:

  • de bestaande situatie goed in beeld is
  • de renovatiescope vooraf duidelijk is vastgesteld, inclusief ontwerp- of ingreepmaatregelen.
  • inzicht gewenst is in de volledige materiaalimpact van de ingreep. Door alle productstromen inzichtelijk te maken kan er beter gestuurd worden op circulariteit

Interpretatie

De resultaten van de berekeningen kan worden gebruikt om, bijvoorbeeld, een projectspecifieke benchmark te bepalen, om renovatie-oplossingen onderling te vergelijken of om beleidsdoelen voor materiaalgebruik en circulariteit vast te stellen.

Toepassing Bepalingsmethode Milieuprestatie Onderhoud

Algemene informatie

De Bepalingsmethode Milieuprestatie Onderhoud kent twee routes voor het bepalen van de milieuprestatie van een ingreep op gebouwelementniveau, afhankelijk van of het gaat om een eenmalige ingreep, of een reeks in de tijd geplande (planmatige) ingrepen. De overeenkomst is dat voor beide routes zowel de toegevoegde bouwproducten als de te verwijderen bouwproducten meegenomen worden in de milieuprestatieberekening. De uitkomst is voor beide een MKI op projectniveau:  

Forfaitaire route

Deze route is van toepassing wanneer er sprake is van een concreet ingreepmoment. Dit kan één ingreep betreffen, maar ook meerdere ingrepen aan één of meerdere gebouwelementen. Voorbeelden zijn niet-planmatig (correctief) onderhoud, combinatie van onderhoudsingrepen op één moment en projectmatige ingrepen (zoals verbouwingen).

Het uitgangspunt is dat binnen de forfaitaire route, ingrepen uitgevoerd ná het ingreepmoment niet specifiek worden meegenomen. De productvervangingen zijn in de forfaitaire route hierdoor altijd dezelfde producten als het initiële product.

Specifieke route

Deze route is van toepassing wanneer alle ingrepen specifiek in de tijd gepland staan, en er dus geen sprake is van een eenmalige ingreep. Dit gebeurt meestal in de vorm van een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP), waarbij alle onderhoudsingrepen (inclusief soms verbouwingrepen) over een beschouwingsperiode zijn uitgezet. Hierbij is vaak sprake van een initiële ingreep en daaropvolgende ingeplande ingrepen. Omdat het onderhoud specifiek over de tijd wordt gepland is het mogelijk onderhoudscycli te optimaliseren en te variëren met de vervangingscyclus.

5. Vergelijking van planvarianten bij een eenmalig onderhoudsproject – Welke aanpak van het gebouw of een groep gebouwen zorgt voor de laagste milieu-impact?

Situatie

Een gebouweigenaar, zoals een woningcorporatie of vastgoedbeheerder, voert een eenmalig onderhoudsproject uit, om bijvoorbeeld achterstallig onderhoud weg te werken of om een gebouw weer op het gewenste kwaliteitsniveau te brengen. De eigenaar wil hiervoor bepalen welk scenario met activiteiten de laagste de milieu-impact heeft. Activiteiten binnen een eenmalig onderhoudsproject kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • vervangen van dakbedekking
  • onderhoud, vervanging of herstellen van kozijnen
  • schilderwerk van gevels
  • vervangen van glas
  • onderhoud of vervanging van installaties

Een grootschalig onderhoudsproject kan betrekking hebben op één gebouw, maar wordt vaak op grotere schaal uitgevoerd, dus aan een serie vergelijkbare gebouwen, aan een volledige woonwijk of aan meerdere schoolgebouwen. De scope van het project wordt vooraf gedefinieerd, zoals welke en hoeveel gebouwonderdelen onderdeel zijn van het project, welke activiteiten worden uitgevoerd en wat de gewenste kwaliteit is na het onderhoudsproject.

Toepassing Bepalingsmethode

Voor deze situatie wordt de forfaitaire route binnen de Bepalingsmethode Milieuprestatie Onderhoud (MPO) toegepast. De berekening richt zich op de activiteiten die binnen het onderhoudsproject worden uitgevoerd. De uitkomst van de berekening is een MKI-score op projectniveau.

Toelichting

In tegenstelling tot planmatig onderhoud is er in deze situatie geen volledig uitgewerkt MJOP beschikbaar voor toekomstige onderhoudscycli. De berekening richt zich daarom op de impact van de ingrepen die in het project worden uitgevoerd. Zowel de milieu-impact van nieuwe, toegevoegde, producten worden meegenomen als de milieu-impact van de bouwproducten die bij de ingreep verwijderd worden uit het gebouw.

Interpretatie

De resultaten maken het mogelijk om verschillende scenario’s, waarin verschillende uitvoeringsvarianten zijn uitgewerkt, binnen het onderhoudsproject met elkaar te vergelijken en te optimaliseren. Daarnaast kan inzicht worden verkregen in de verhouding tussen vervangen, en behouden en onderhouden van bestaande gebouwelementen. In sommige gevallen kan blijken dat onderhoud of beperkte aanpassing van bestaande onderdelen een lagere milieu-impact heeft dan volledige vervanging.

6. Vergelijking varianten MJOP – Welke inrichting van het MJOP heeft de laagste milieu-impact?

Situatie

Een gebouweigenaar, bijvoorbeeld een woningcorporatie of vastgoedbeheerder, voert onderhoud uit op basis van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Het doel van deze werkzaamheden is om het gebouw in goede technische conditie te houden en de levensduur van bestaande gebouwelementen te waarborgen. De MJOP bevat, over een vooraf bepaalde tijdsperiode, concrete ingrepen op gebouwonderdelen die onderhoud nodig hebben en een duidelijke vervangingscyclus hebben.

Een MJOP bevat activiteiten zoals

  • schilderwerk van kozijnen of gevels
  • vervangen van dakbedekking
  • vervangen van installaties aan het einde van hun technische levensduur
  • onderhoud aan installatiesystemen

Funderingen en draagconstructies maken meestal geen onderdeel uit van een MJOP. 

Het doel van het maken van de milieuprestatieberekening in deze situatie is om inzicht te verkrijgen in de milieu-impact van planmatig onderhoud en hoe materiaalkeuzes of onderhoudsstragieën (behouden en onderhoud uitvoeren versus herstellen of vervangen) deze impact beïnvloeden. Deze situatie is van toepassing indien er optimalisatie van de MJOP-strategieën nodig is, woningcorporaties hun onderhoudsprogramma’s willen analyseren, of als er inzicht nodig is in de milieu-impact van het geplande of uitgevoerde planmatig onderhoud.  

Toepassing Bepalingsmethode

In deze situatie wordt de specifieke route van de Bepalingsmethode Milieuprestatie Onderhoud (MPO) toegepast. De MKI van de onderhoudsactiviteiten uit het MJOP worden samengevoegd tot een MKI op projectniveau of een MKI voor een onderhoudsprogramma. Zowel de milieu-impact van nieuwe, toegevoegde, producten worden meegenomen als de milieu-impact van de bouwproducten die bij de ingreep verwijderd worden uit het gebouw.

Interpretatie

De resultaten geven inzicht in de milieu-impact van verschillende onderhoudsstrategieën en materiaalkeuzes. Er kan bijvoorbeeld inzicht verkregen worden of de milieu-impact van behouden en onderhoud plegen lager is dan bijvoorbeeld vervanging van een bouwproduct.  

7. Rapporteren van milieu-impact van onderhoud – Hoe kan ik inzicht krijgen in de jaarlijkse milieu-impact van uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden?

Situatie

Een gebouweigenaar wil inzicht krijgen in de milieu-impact van onderhoudsactiviteiten die, bijvoorbeeld, jaarlijks worden uitgevoerd aan een gebouw of een portefeuille van gebouwen. Dit kan bijvoorbeeld in het kader zijn van:

  • ESG-rapportages van woningcorporaties
  • duurzaamheidsrapportages van vastgoedorganisaties
  • interne monitoring van onderhoudsprogramma’s.
  • analyse van de milieu-impact van uitgevoerde werkzaamheden

Toepassing Bepalingsmethode

Voor deze situatie wordt de specifieke route van de Bepalingsmethode Milieuprestatie Onderhoud (MPO) toegepast. De specifiek onderhoudsactiviteiten die plaatsvinden in de beschouwingsperiode van (bijvoorbeeld) één jaar zijn namelijk al bekend of worden uitgevoerd op basis van een onderhoudsplan, een onderhoudsprogramma of gerealiseerde werkzaamheden. De uitkomst van de berekening is een MKI-score op projectniveau.

De uitgevoerde onderhoudsactiviteiten worden gemodelleerd op product- of activiteitniveau, zoals het vervangen van installaties, dakbedekking of glas of het onderhoud aan gevels of installaties. Voor elke activiteit wordt zowel de impact van de nieuwe toegevoegde producten meegenomen als de impact van de tijdens de activiteit verwijderde producten.

Interpretatie

De resultaten geven inzicht in de totale jaarlijkse milieu-impact van onderhoudswerkzaamheden die gebruikt kan worden voor rapportage of monitoring. Daarnaast helpen de resultaten bij het evalueren van onderhoudsstrategieën, en kunnen ze input zijn voor het vaststellen van zwaartepunten binnen onderhoudswerkzaamheden.

Downloads

Bepalingsmethodes Bestaande Bouw

Bepalingsmethode Milieuprestatie Onderhoud (MPO) -
Bepalingsmethode Milieuprestatie Renovatie & Transformatie -

Vragen of input

Heeft u vragen of een nieuw gebruiksscenario die we zouden kunnen toevoegen aan de lijst? Laat het ons weten via het onderstaande formulier.

Wilt u op de hoogte blijven van verdere ontwikkelingen rond de Bepalingsmethodes voor bestaande bouw? Schrijf u dan in voor onze nieuwsbrief. 

Stel hier uw vraag:

*
*
Deze website is beveiligd door reCAPTCHA en de Google Privacybeleid en Algemene Voorwaarden zijn van toepassing.

Milieuprestatie in de praktijk

De milieuprestatie van bouwwerken en infrastructuur wordt op verschillende manieren toegepast, afhankelijk van het type project en de fase waarin u zich bevindt. Of het nu gaat om nieuwbouw, bestaande bouw of ontwikkelingen in beleid en regelgeving: de toepassing vraagt telkens om een andere invalshoek en soms ook om een andere Bepalingsmethode.

Deze pagina is onderdeel van een overzicht dat laat zien hoe de milieuprestatie in verschillende situaties wordt toegepast en wanneer u welke aanpak gebruikt.

Milieuprestatie toepassen bij nieuwbouw

Milieuprestatie toepassen bij bestaande bouw

 Milieuprestatie toepassing bij B&U en GWW

Het fundament voor duurzame bouw