Vijf vragen aan
Charlie de Jong
Stichting Nationale Milieudatabase (NMD) bestaat vijf jaar. De Stichting is in 2020 opgericht, maar het werk aan milieudata voor de bouw gaat al veel langer terug: Stichting NMD is voortgekomen uit Stichting Bouwkwaliteit (SBK), die vanaf 2011 de basis legde voor het huidige stelsel.
5 jaar Stichting NMD!
We hebben in de afgelopen 5 jaar veel bereikt en er is veel veranderd. We zijn flink gegroeid en er zijn grote stappen gemaakt om circulair bouwen een realiteit te kunnen maken. Zo komen we steeds dichter bij een duurzame leefomgeving. Voor ons en voor de toekomst.
Bij deze ontwikkelingen en de groei van Stichting NMD zijn er meerdere mensen nauw betrokken geweest. Over een periode van 10 weken delen we de perspectieven van 10 van deze mensen door middel van een kort interview met 5 vaste vragen. Zo delen we 10 perspectieven op 5 jaar Stichting NMD.
Deze week stellen we vijf vragen aan Charlie de Jong.
Charlie de Jong is teamleider bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) en houdt zich bezig met beleid rond milieuprestatie en duurzaamheid in de Grond-, Weg- en Waterbouwsector (GWW). In haar rol is zij betrokken bij de ontwikkeling en toepassing van instrumenten die helpen om milieu-impact eenduidig en voorspelbaar mee te nemen in beleid en aanbestedingen, zoals de Milieukostenindicator (MKI). Daarnaast neemt zij deel aan sectorbrede samenwerkingen die gericht zijn op de transitie naar een circulaire bouweconomie. Vanuit deze positie verbindt zij overheidsbeleid met de praktijk.
1. Hoe bent u voor het eerst in aanraking gekomen met Stichting NMD?
Mijn eerste kennismaking met Stichting NMD was ongeveer twee jaar geleden. Een collega die binnen de beleidskern van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan het MKI-dossier werkte, droeg het dossier over. Rijkswaterstaat, die al lang met MKI in praktijk werkt, heeft me in sneltreintempo ingewerkt. Daar hoorde uiteraard ook kennismaking met Stichting NMD bij.
2. Wat is in uw ervaring het meest veranderd in uw werk of in de sector in de afgelopen 5 jaar?
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt onder andere aan het verduurzamen van de infrasector. Daarbij is aandacht voor circulaire economie, milieu en klimaat. De afgelopen jaren is dit beleid steeds concreter geworden en verankerd in het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE), de Strategie Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur (KCI) en het programma Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB).
Daarmee wordt in samenwerking met de sector ingezet op verschillende maatregelen om de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale bouwsector te versnellen. Het kabinet heeft in het NPCE de maatregel opgenomen om de MKI meer verplichtend te laten zijn bij aanbestedingen van infrastructurele werken. Dit betekent dat aanbestedende diensten en speciale-sectorbedrijven bij de aanbesteding van een GWW-werk verplicht worden om minimale MKI-eisen te stellen aan bepaalde materialen die in deze werken worden toegepast. En dat de MKI bij de aanbesteding van grote GWW-werken als gunningscriterium meegenomen moet worden.
Het mooie van deze maatregel is dat hiervoor veel draagvlak is vanuit de sector. Door met de MKI te sturen gaat de milieu-impact van GWW-werken omlaag en wordt eenduidigheid in inkoop met milieuprestatie-eisen gestimuleerd. Dit leidt ertoe dat de sector weet waar zij aan toe is. Mijn team werkt aan de NPCE-maatregelen, en coördineert dus ook het wetsvoorstel.
Dit betekent ook dat het Milieuprestatiestelsel voor de GWW steeds belangrijker wordt, en dat we als ministerie steeds intensiever betrokken zijn bij het stelsel. Daarbij werken we nauw samen met het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Rijkswaterstaat, ProRail, gemeenten, provincies, waterschappen en andere publieke opdrachtgevers en andere sectorpartijen.
3. Welke verandering of ontwikkeling zou u graag nog zien?
De samenwerking tussen de ministeries en Stichting NMD is de afgelopen jaren hechter geworden, vooral door de gezamenlijke inzet op de doorontwikkeling van het MKI-stelsel. Zo kunnen we zorgen dat de milieuprestatie-eisen maximaal effect hebben.
Een belangrijk ontwikkelpunt is wat mij betreft de aanscherping van de Bepalingsmethode, zodat de interpretatieruimte kleiner wordt. Ook is inzet op het aanvullen en actualiseren van standaard productdata belangrijk.
4. Waar bent u trots op dat u samen met Stichting NMD heeft bereikt?
Aan het begin van 2025 hebben de ministeries van IenW en VRO met Stichting NMD een nieuwe samenwerkingsovereenkomst ondertekend. Om de beleidsdoelen van het Rijk op het gebied van circulaire economie en klimaat ook in de toekomst te kunnen realiseren, zijn we gekomen tot een structurele en passende samenwerkings- en financieringsconstructie met Stichting NMD. Daarbij is de rolverdeling tussen betrokken partijen verduidelijkt en de governance van Stichting NMD aangepast.
5. Waar ziet u Stichting NMD over 5 jaar?
Over vijf jaar zie ik een professioneel en onafhankelijk stelsel, met volledige GWW-dekking, hoge datakwaliteit en een gebruiksvriendelijke infrastructuur. Een organisatie die markt en overheid ondersteunt bij de uitvoering van milieuprestatie-eisen met een zichtbare rol in het versnellen van de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire bouw- en infrasector.
Dit interview is onderdeel van een reeks. Over een periode van tien weken publiceren wij elke donderdag een nieuw interview.
Lees meer interviews: