donderdag 26 maart 2026

Rekeninstrumenten vormen een belangrijke schakel tussen milieudata en de toepassing daarvan in de praktijk van duurzaam bouwen. Instrumenthouders ontwikkelen en beheren deze rekeninstrumenten en zorgen ervoor dat zij aansluiten op geldende methodieken, regelgeving en gebruikersbehoeften. In deze rubriek belichten we de rol van instrumenthouders binnen het duurzaamheidsstelsel en staan we stil bij de ontwikkeling van rekeninstrumenten, de samenwerking met Stichting NMD en actuele ontwikkelingen in de praktijk.

Deze maand spreken we met Martijn Oostenrijk en Bram Orsel van Madaster.

Martijn Oostenrijk en Bram Orsel - Madaster

Wie zijn jullie en wat is jullie functie?

Bram: Ik ben Bram Orsel. Ik werk nu ruim anderhalf jaar bij Madaster als duurzaamheidsadviseur. Ik zit vooral aan de implementatie kant van ons als platform, waaronder als rekeninstrument voor Stichting NMD. Ook kijk ik met klanten naar hoe ze het beste gebruik kunnen maken van ons platform en daar het meeste uit kunnen halen voor hun organisatie.

Voordat ik bij Madaster begon heb ik 5 jaar bij VolkerWessels gewerkt; specifiek bij Aveco de Bondt. En daar had ik eigenlijk al vergelijkbare opdrachten gedaan voor onze eindklanten. Veel met Madaster gewerkt en nu doe ik eigenlijk bijna hetzelfde, maar dan bij Madaster.

Martijn: Mijn naam is Martijn Oostenrijk. Ik ben medeoprichter van Madaster en mag daar ook algemeen directeur zijn. In 2017 hebben we Madaster opgericht en ik ben daar vanaf dag 1 bij betrokken geweest.

Mijn achtergrond zit meer op het vlak van bedrijfskunde/bedrijfseconomie; ik heb een achtergrond in de financiële sector. Mijn Madaster verhaal begon ongeveer halverwege 2016.

Wat kunnen jullie vertellen over jullie rekeninstrument?

Martijn: Madaster is in 2017 begonnen. Het komt voort vanuit het gedachtegoed van Thomas Rau en het boek dat hij heeft geschreven genaamd Material matters. Madaster wil een afvalvrije bouwsector realiseren, door de materialen in die gebouwde omgeving een digitale identiteit te geven; dat is onze missie. Madaster staat ook voor ‘het kadaster voor materialen’.

Dat is meer een registerfunctie. In de loop van de jaren hebben we gemerkt – met trots zeg ik dat – dat we heel sterk geassocieerd worden met die registerfunctie, maar met name ook met het materialenpaspoort binnen de industrie. Maar ik ben blij om te zeggen dat we inmiddels veel meer zijn dan dat. We zijn naast een register en een materialenpaspoort faciliteit ook een rekeninstrument. Dat zijn we niet alleen voor Stichting NMD, maar dat zijn we voor een tal van certificeringsschema’s. Daar komen we later nog wel even op terug.

Verder zijn we operationeel in 7 landen. In die zin zijn we misschien ook wel anders dan andere instrumenten in Nederland. We zijn actief in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, België, Verenigd Koninkrijk en Noorwegen. In die landen hebben we 400 klanten uit de bouwsector en ongeveer 2.000 gebruikers van onze software.

In die verschillende landen gelden er ook andere eisen, procedures etc. Hoe beïnvloedt dat jullie rekeninstrument?

Martijn: Dat beïnvloedt ons enorm. Wat wij moeten doen – en dat zit in de aard van een rekeninstrument – is voldoen aan die lokale smaken. In Nederland moet ons platform de meetmethodiek (MKI, MPG) vanuit de NMD omvatten, maar daarnaast ook certificeringsschema’s zoals bijvoorbeeld BREEAM. Over de grens hebben ze zo ook allemaal hun eigen smaak. In Duitsland heb je bijvoorbeeld een meetmethodiek rondom circulariteit en rondom het opleveren van een materialenpaspoort. Daarom hebben wij over die landen heen verschillende schema’s verwerkt in ons platform. Afhankelijk van waar de gebruiker zit, kan deze de verschillende schema’s selecteren om te meten, te sturen en te bewijzen in welke mate de prestatie die ze leveren voldoet.

En hoe verschilt Nederland van de andere landen waarin jullie actief zijn met jullie rekeninstrument?

Martijn: Mijn algemene reactie is dat al die smaken heel erg op elkaar lijken en voor 80-90% overlappend zijn. Het grootste verschil is dat er in Nederland door de jaren heen best veel gecreëerd wordt. We lopen daarin wel in het gedachtegoed voorop; hoe je moet meten en wat je moet meten. En je ziet dat omringende landen Nederland daarin ook als voorbeeld nemen. Maar we zijn ook behoorlijk snel afgeleid.

Welke afleidingen zijn dat bijvoorbeeld?

Martijn: Als je de laatste 5 jaar naar Nederland kijkt, zijn er initiatieven zoals: CB23, Het Nieuwe Normaal, Stichting NMD met een stelsel, van circulair bouwen naar biobased. Dat heeft allemaal heel veel waarde, laat dat duidelijk zijn, enorm veel waarde. Maar het geeft ook best wel veel ruis binnen die bouwketen. Waar moeten we ons nou op richten? Bijvoorbeeld het conflict energie versus materiaal, dat wordt nu mooi met de MEPG aangepakt. Maar er komt nogal wat op de sector af en dat noem ik een beetje de ‘afleiding’, misschien is dat een iets te negatief woord.

Hoe werkt het proces van een berekening precies?

Bram: Madaster onderscheidt zich, ten opzichte van andere rekeninstrumenten, vooral op het gebruik van Bouw Informatie Modellen (BIM-modellen) om zo bij de ontwerppraktijk van onze klanten aan te sluiten. Dat is eigenlijk het startpunt van onze gebouwberekening. Of je nou de kant van de MPG op gaat, of dat je de kant op gaat van circulariteit of een materialenpaspoort, het BIM-model is daar de basis van.

Daarin is Madaster fundamenteel anders dan een rekeninstrument waar je een project opbouwt door handmatig dingen kan toevoegen. Bij ons begin je met het project dat je uitvoert, je eigen bouwtekening als het ware. Vervolgens ga je daar zaken aan koppelen. Dat kan op twee manieren. De NMD werkt bijvoorbeeld met milieuverklaringen die elk een eigen nummer hebben. Dat milieuverklaringsnummer kunnen wij lezen uit het BIM-model. Daar kan je vervolgens het project aan koppelen, zodat je met die data kunt rekenen. Dat betekent ook dat hoe eerder in het proces je de milieuverklaringsnummers weet toe te kennen, hoe automatischer het proces verloopt. Als je er dan een zogeheten IFC-bestand (Industry Foundation Classes) van draait dat wij inladen, dan zitten die codes daarin.

Die bouwtekening kan je in ons platform als model inladen en in 3D bekijken. Vervolgens kan je daar de classificatiecodes, typenamen etc. inzien, afhankelijk van je ontwerpparameters.

Zonder een IFC-bestand kan je echter nog steeds met Madaster werken. Je kan bij ons namelijk altijd achteraf nog zaken toevoegen via een Excel-template.

Madaster en Stichting NMD hebben inmiddels zo’n 2-3 jaar een samenwerkingsrelatie. Wat ervaren jullie in deze samenwerking als goed en waar zitten naar jullie mening nog verbeterpunten?

Martijn: Ik vind het een positieve samenwerking. Dat zit natuurlijk ook in de relatie die we hebben: jullie zorgen voor de data en de uniformiteit daarvan en wij zijn het instrument. Samen zijn we dus ‘part of the solution’ om de milieubelasting in de bouwsector naar beneden te krijgen. Ik vind ook dat Jan-Willem en het team als organisatie hele grote stappen hebben gemaakt. In de vroege dagen vond ik Stichting NMD minder professioneel dan tegenwoordig. Nu hebben jullie wel echt een goede, professionele organisatie, die daardoor ook veel sterker in het ecosysteem staat binnen Nederland. Ook de database is veel meer aangevuld, dat is natuurlijk ook belangrijk. Dat zijn ook hele belangrijke aspecten om de sector de goeie kant op te krijgen.

Wij zijn natuurlijk ook een internationale speler. We weten ook dat jullie op Europees speelveld staan, mede om vorm te geven aan dat speelveld. Daar zouden we jullie nog wel meer willen benutten als kennispartner.

Bram: Daarop aanvullend: ik merk dat de rol van NMD aan het veranderen is. Stichting NMD is echt een spin in het web van het milieuprestatiestelsel. In dat veld zitten ook partijen als RVO en digiGO, dus NMD zit tussen het beleid en de markt in. Wij hebben daarbij nog behoefte aan kennisdeling en hulp bij de aansluiting op de Europese ontwikkelingen die er aankomen.

Ik denk dat Stichting NMD daar nog meer een faciliterende rol in kan spelen, zodat de kaders voor ons duidelijker worden.

Kunnen jullie nog iets vertellen over nieuwe innovaties of aanpassingen i.v.m. beleidsmatige ontwikkelingen?

Martijn: Ja, zeker. We zijn onlangs door jullie gevalideerd voor de MEPG. Dat is erg positief. Ook vind ik het gaaf om hier te benoemen dat dit ons één van de twee rekeninstrumenten in Nederland maakt die zowel de MKI kant als de MPG kant gevalideerd afdekt. En daarnaast ook de A1-set én de A2-set.

Richting het einde van deze maand komt er een nieuwe release van ons platform vrij, waar een stuk dashboarding in zit dat helemaal vernieuwd is voor Het Nieuwe Normaal. Daar zijn we trots op. Daarnaast zijn we recent ook oplossingspartner geworden van GRESB; met name voor carbon indicatoren en embodied carbon.

Dat zijn allemaal recente ontwikkelingen, maar we hebben ook een innovatie die er nog aankomt. Madaster staat voor het kadaster van materialen en deze innovatie draait daar ook om. We hebben namelijk een omgevingsregister gecreëerd van heel Nederland met 9 miljoen objecten die in de B&U-sector in Nederland staan. Deze objecten hebben we volledig doorgerekend voor materialisatie. Dat willen we naar de markt gaan brengen. Nu zoeken we daar nog een aantal proeftuinen voor.

In Nederland hebben we met de NMD te maken, maar in andere landen met andere databronnen. Wij volgen natuurlijk de regelgeving rondom CPR (Construction Product Regulation) en het Digital Product Passport (DPP), maar ik kan nu niet zeggen wat de eindpositie van dat datalandschap is. Dat is voor ons natuurlijk wel echt heel belangrijk, omdat wij als instrument leunen op die data om tot waardevolle inzichten te komen voor onze eindklant. Als ik het heel simpel stel. Eén bron in Europa voor alle producten is superfijn. Of dat realistisch is, weet ik niet. Dat is ook niet mijn wedstrijd. Maar het zou wel veel toegevoegde waarde hebben.

Waar zijn jullie als instrumenthouder het meest trots op in de samenwerking met Stichting NMD?

Bram: Ik wil heel graag de wereld, en daarbinnen de gebouwde omgeving, vooruithelpen. Maar ik wil vooral dat duurzaamheid niet meer als een eigen eilandje wordt gezien of als een afterthought. Ik zou heel graag zien dat, niet alleen koplopers, maar ook andere bedrijven deze milieu-inzichten meenemen als rationele economische beslissing. En dat ze die inzichten met een goed automatisch systeem kunnen verkrijgen. Daarom ben ik ook bij Madaster beland en niet ergens anders. Dus ik ben trots op het feit dat we de eersten zijn die klanten de mogelijkheid bieden om die inzichten in een vroeg stadium te verkrijgen en op die manier goed te kunnen sturen op duurzaamheid.

Met ons ben je dus ook een stuurinstrument waarbij je met de hele keten kunt samenwerken. Je kunt in een vroege fase met de opdrachtgever, met de ontwikkelaar samen zitten om ambities af te stemmen, zodat je met de juiste verwachtingen gaat beginnen aan het proces. Zo kan je ook echt een duurzaam ontwerp realiseren.

Wat is volgens jullie de meerwaarde van één gezamenlijke database voor milieuprestatieberekeningen?

Bram: Ik denk vooral dat herkenbaarheid daar voor de hele keten een belangrijk punt is. In mijn ervaring - ik zit natuurlijk meer aan de achterkant – is het allerbelangrijkste dat een opdrachtgever de milieu-impact mee kan wegen in zijn afwegingskader. Je hebt prijs, doorlooptijd, kwaliteit; daar wil je milieu het liefst bij hebben zodat je daar goed op kunt afwegen. Een eenduidige database is daarbij essentieel. Ik denk dat dat één van de belangrijkste aspecten is.

Martijn: Daar sluit ik me helemaal bij aan. Uiteindelijk heb je die single source of truth nodig. Die bron van waarheid waarop je die gemeenschappelijke taal hebt en dus kunt gaan uitwisselen, schalen en met elkaar kan vergelijken en begrijpen hoe die prestatie precies in elkaar zit. Dat is ook de waarde van één meetmethodiek. Samen ben je dan dus deel van de oplossing. Als je op één manier meet dan worden dingen vergelijkbaar en dan kan je samen gaan beoordelen wat goed en minder goed is.

Bram: Mijn ideaalbeeld zou zijn dat er duidelijke spelregels zijn voor het opzetten van een bouwtekening. Zo kunnen ook mensen die geen expert zijn in duurzaamheid, maar wel in modelleren toch met deze materie werken. In een gemeenschappelijke database, zou je idealiter de keten zelf met duurzaamheid laten werken, zodat die vertaalslag naar de praktijk makkelijker is. Ik hef daar dan wel mijn eigen baan mee op, maar het is beter voor het stelsel.

Wat willen jullie gebruikers van jullie rekeninstrument meegeven?

Martijn: Allereerst dat we veel meer zijn dan een materialenpaspoort. We dekken het hele spectrum af (MKI, MPG, A1, A2). Tot slot kunnen we nog een beetje bewijsvoering opleveren dat het breed wegzetten van die MKI- en MPG-berekeningen, en het willen bereiken van die impactdoelstellingen onze intentie is. Per 1 januari 2026 hebben we er namelijk voor gekozen om het hele principe van betalen per berekening los te laten. Bij Madaster betaal je voor een abonnement om toegang te krijgen tot de software en vervolgens kan je hier zo veel berekeningen mee maken als je wil. De data is groeiende, de instrumenten zijn er, dus ga het gebruiken en zorg dat die impact er komt.

 Meer weten over

Gevalideerde rekeninstrumenten van de NMD

of Madaster en hun rekeninstrument?

Bekijk het op hun website:

Madaster

Het fundament voor duurzame bouw