FAQ

Vaak gestelde vragen
Uw vragen over de NMD, de SBK-bepalingsmethode en het toetsingsprotocol kunt uw kwijt via emailadres info@milieudatabase.nl.
Vaak gestelde vragen worden opgenomen in de rubriek FAQ’s. 

Milieuprestatie

Wat is het verschil tussen NEN-EN 15804 en de SBK-Bepalingsmethode?

De SBK-Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en Bouwwerken is gebaseerd op de NEN-EN 15804 Duurzaamheid van Bouwwerken – Milieuverklaringen – Basisregels voor de productgroep bouwproducten. De SBK-Bepalingsmethode modelleert de NEN-EN 15804 naar de Nederlandse context en de Nederlandse bouwmethoden.

Hoe wordt omgegaan met een verandering van inzicht op het gebied van milieu-impact?

De elf milieueffecten uit de Bepalingsmethode geven de milieu-impact weer. Deze lijst is op Europees niveau afgesproken in de EN 15804 norm. Bij verandering van deze norm naar aanleiding van voortschrijdend inzicht zal de Bepalingsmethode worden aangepast. 

Hoe komt men van een LCA/EPD tot een MKI/MPG?

Na het laten opstellen van een LCA kan men deze data na een toetsing toevoegen aan de NMD. De milieudata in de NMD wordt gebruikt door verschillende particuliere bedrijven die rekeninstrumenten hebben ontwikkeld om een MKI- of MPG-berekening te kunnen maken. MKI- en  MPG-waarden zijn dan ook alleen inzichtelijk te maken met behulp van de rekeninstrumenten.

Geeft de MKI/MPG waarde een indicatie van de circulariteit van een product?

De MKI/MPG als waarde van milieuprestatie van gebouwen en GWW-werken geeft op zich geen indicatie van de circulariteit van een product. De MKI/MPG waarde is een 1-puntscore van de milieuprestatie van een gebouw of GWW-werk, bepaald overeenkomst de bepalingsmethode milieuprestatie gebouwen en GWW-werken. Deze waarde geeft dus alleen een indicatie van het effect van de circulaire strategie op de milieuprestatie. Om aan de hand van een LCA-rapport ook circulariteit getalsmatig naast de MKI/MPG waarde te kunnen uitdrukken, voert de SBK op het moment onderzoek uit naar indicatoren van circulariteit. 

Wat is de schaduwprijsmethodiek?

Om tot een enkelvoudige indicator voor milieubelasting te komen is het wegen en samenvoegen van de scores op de milieueffectcategorieën noodzakelijk. Deze weging vindt plaats door middel van de schaduwprijsmethodiek: vermenigvuldiging van de gekarakteriseerde effectscores met de bijbehorende schaduwprijs, het voor de overheid hoogste toelaatbare kostenniveau (preventiekosten) per eenheid emissiebestrijding.

In hoeverre dienen installaties aanwezig in het gebouw, bijvoorbeeld voor warmte-opwekking, te worden meegenomen in de berekening van de milieuprestatie van een gebouw voor toepassing in het Bouwbesluit?

Alle elementen die bij vergunningverlening zijn aangegeven om te voldoen aan de Energieprestatie moeten bij de milieuprestatieberekening in beschouwing worden genomen. De energiegerelateerde elementen kunnen worden afgeleid uit de energieprestatieberekening (EPC). Bv. Als een cv-ketel niet nodig is om aan de EPC-eis te kunnen voldoen en deze is desondanks toch aanwezig, dan hoeft deze niet voor de milieuprestatieberekening niet in beschouwing te worden genomen. Er is geen aanwezigheidseis voor cv-ketels, radiatoren, verlichtingselementen, etc.

In hoeverre dienen installaties voor externe energielevering te worden meegenomen in de berekening van de milieuprestatie van een gebouw voor toepassing in het Bouwbesluit?

De  systeemafbakening  voor  de  milieuprestatie  ligt aan  de  buitenkant  van  de  uitwendige  scheidingsconstructie  en  voor  de  aansluiting  op  private  en  openbare  nutsvoorzieningen buiten het gebouw gelegen, net voor het aansluitpunt van die nutsvoorzieningen op de gebouwvoorzieningen: het   afleverpunt, meter, maar ook de buitenriolering behoren tot de milieuprestatie in het Bouwbesluit. Van  de  energieleverende  voorzieningen  die  voor  de  milieuprestatieberekening  volgens  het  Bouwbesluit    in  beschouwing  worden  genomen,  hoeft  slechts  het  procentuele  deel  van  de  milieulast  in  rekening  te  worden  gebracht  dat  voor  het  gebouw gebonden energiegebruik van de gebruiksfuncties is bedoeld. Bv. Het aantal m2 PV-panelen kan zijn benoemd voor ruimteverwarming en ook andere huishoudelijke toepassingen. Slechts dat deel dat in de energieprestatieberekening (EPC) is aangehouden voor ruimteverwarming hoeft voor de milieuprestatieberekening in beschouwing te worden genomen.

Soms is de energiebron niet in of aan het gebouw, maar daarbuiten gelegen. Deze bron zal in de energieprestatieberekening moeten zijn benoemd en hiervoor moet in de milieuprestatieberekening een equivalent worden opgevoerd. In de NMD zijn daarvoor zogenaamde default-waarden opgenomen, waarvan slechts een deel van de default-waarde in de milieuprestatieberekening hoeft te worden meegenomen, namelijk als dat deel wordt gebruikt om aan de bij vergunningaanvraag aangegeven energieprestatie te kunnen voldoen.

Vallen tiny houses ook onder het Bouwbesluit ? En dan in het bijzonder in het kader van de regels m.b.t. duurzaam bouwen?

Het begrip tiny house is niet gedefinieerd in de bouwvoorschriften. Als het tiny house een bouwwerk is, dan zal dat bouwwerk aan de eisen van het Bouwbesluit 2012 moeten voldoen (artikel 1b Woningwet). Een voor het wonen bestemd bouwwerk of onderdeel wordt aangemerkt als woonfunctie, en zal moeten voldoen aan de daaraan in het besluit gestelde voorschriften. Dit geldt ook voor de voorschriften in het kader van milieu. Op basis van artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012 kan op basis van gelijkwaardigheid worden afgeweken van de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. De indiener van de aanvraag om omgevingsvergunning zal ten genoegen van het bevoegd gezag (de gemeente) aannemelijk moeten maken dat een oplossing een in artikel 1.3 bedoelde gelijkwaardigheid biedt. 

Milieudata

Wat is een EPD?

Een Enviromental Product Declaration geeft gekwantificeerde milieugegevens van een product. De verklaring is opgesteld op basis van een levenscyclusanalyse (LCA) die is uitgevoerd volgens de internationale norm ISO 14025 (type III milieuverklaringen).

Wat is een LCA-uitvoerder?

Op opname van milieudata in de NMD moeten milieudata worden aangeleverd door een producent of een leverancier. Het SBK-Toetsingsprotocol vermeldt welke gegevens dienen te worden verzameld. Degene die de gegevens verzameld wordt aangeduid als LCA-uitvoerder. De producent of leverancier stelt de LCA-uitvoerder aan. De LCA-uitvoerder kan voort komen uit de eigen organisatie of van buitenaf, zoals medewerkers van gespecialiseerde adviesbureaus.

Wat is een erkende LCA-deskundige?

Milieudata die door een producent of een leverancier worden aangeboden voor opname in de Nationale Milieudatabase, worden getoetst door een door NMD erkende LCA-deskundige. De erkende LCA-deskundige toetst de data op basis van het SBK-Toetsingsprotocol. Deze toetser is een voor de producent of de leverancier een onafhankelijke en derde partij. De LCA-deskundige wordt door SBK aangewezen en staat vermeld op de Lijst van Erkende LCA-deskundigen.

Wat zijn generieke data?

Generieke data zijn gegevens die representatief worden geacht voor een bepaald product of een productgroep. De data zijn vastgesteld door de beheerorganisatie van de NMD, maar zijn niet getoetst volgens het NMD toetsingsprotocol. Met ‘generieke data’ worden de data uit categorie 3 van de NMD aangeduid. De data zijn gebaseerd op openbare gegevensbronnen of op getoetste gegevens van producenten of branches mits deze toestemming hebben gegeven de gegevens hiervoor te gebruiken.

Wat zijn specifieke data?

Specifieke data zijn gegevens van specifieke producenten en toeleveranciers of van een branche of groep van producenten en leveranciers. Met ‘specifieke data’ worden de data uit categorie 1 en 2 van de NMD aangeduid. Deze data zijn getoetst volgens het NMD-Toetsingsprotocol en aan de NMD aangeboden.

Wat is een productkaart?

Een productkaart bevat informatie over een product of activiteit (materialen, hoeveelheden per FE, levensduren (cycli), emissies gebruiksfase, bouwafval, afdankscenario). Een productkaart bevat geen informatie over de milieubelasting.

Waarom wordt er zowel met merkgebonden (categorie 1) productkaarten gewerkt als met gemiddelden (merkongebonden productkaarten, categorie 2 en 3)?

Het uitgangspunt van de NMD is om met zoveel mogelijk merkgebonden (categorie 1) productkaarten te werken. Naast dat bedrijven hierdoor worden uitgedaagd om te innoveren, representeren merkgebonden productkaarten de werkelijke milieu-impact het beste. 

Echter, momenteel bevat de NMD ook veel gemiddelden (categorie 2 en 3) door een gebrek aan data aangeleverd door fabrikanten. 

Wat is een achtergrondproces?

Een achtergrondproces is een proces dat van invloed is op een product van een producent of een leverancier, maar waarop de producent of leverancier geen directe invloed heeft en dat elders in de keten plaatsvindt; bijvoorbeeld productie van elektriciteit of een grondstof.

Op de NMD-website en in documentatie wordt gesproken over databaseversie en dataversie. Wat is het verschil?

Systeemversies hebben betrekking op de updates van de database, de NMD dus. Indien de Bepalingsmethode wijzigt, dient ook de database te worden aangepast. In de oude methode liepen de data en systeemversies gelijk. Met de release van de NMD 2.3 werd zowel de data als het systeem geüpdatet. In het nieuwe systeem zijn deze twee los getrokken. De dataversie is sindsdien ook tijdsafhankelijk. Doordat de data iedere 24 uur geüpdatet wordt, is er iedere 24 uur een nieuwe versie van de data. De versie van het systeem blijft daarbij hetzelfde.

Wat is het verschil tussen de Nationale Milieudatabase en de processendatabase?

De organisatie NMD beheert twee databases:

1) de NMD met product- en itemkaarten. Dit is de database die gebruikt wordt voor het maken van een MPG-berekening en is ontsloten via de gevalideerde rekeninstrumenten.

2) de processendatabase die de profielen levert ten behoeve van de categorie 3 productkaarten in de NMD.

Verder bestaat er een basisprofielendatabase op basis van de processendatabase met milieudata per bouwmateriaal. Tot slot is er voor toepassing van categorie 3 kaarten een database met afdankscenario’s opgesteld ter aanvulling op de basisprofielendatabase. Dit zijn echter geen databases die apart worden beheerd, maar deze koopt de organisatie in.

Wat is de Ecoinvent-database?

De Ecoinvent-database is een uitgebreide milieu-database. Het biedt veel gegevens op ingreepniveau over productieprocessen, energie-opwekking en transport in Europa. Veel LCA-uitvoerders maken gebruik van deze database. Het is de standaard voor gemiddelde milieu-informatie in West-Europa. Met de gegevens uit de Ecoinvent-database kunnen ook fijnstofvorming en effecten van landgebruik worden berekend. Een aantal materialen zijn echter niet representatief voor de Nederlandse productie, zoals beton, zand, baksteen, constructiestaal, cellenbeton en kalkzandsteen.

Wat is SimaPro?

SimaPro is een softwareprogramma dat voor het uitvoeren van LCA is ontworpen. Dit programma bevat databases met milieu-informatie, die gebruikt kunnen worden voor modellering van productketens, waarvan de Ecoinvent-database de grootste en meest gebruikte is. Daarnaast biedt SimaPro verschillende analysemethodes, waarmee alle milieueffecten kunnen worden berekend van de materialen, de processen, de transportmiddelen en de energie-dragers.

In de NMD kan ik alleen informatie openen van productkaarten die met een rode tekst zijn aangegeven. Hoe kom ik aan informatie van kaarten die niet rood zijn gekleurd?

Helaas is het niet mogelijk om de gegevens van de ‘zwarte’ productkaarten in te zien. De enige data die wij openbaar mogen maken zijn de generieke, categorie 3 data. De productdata onder categorie 1 en 2 zijn ons aangereikt door producenten en branches. Deze data zijn geen eigendom van SBK. Sommige producenten hebben echter wel hun EPD openbaar gemaakt via Environdec. Mogelijk kunt u via dit kanaal de onderliggende EPD’s raadplegen.

Wat is een functionele eenheid?

Een LCA wordt opgesteld om de milieubelasting van materialen, producten en elementen onderling te kunnen vergelijken. Om de vergelijking mogelijk te maken wordt van het materiaal, product of een element een vergelijkingseenheid, de functionele eenheid, vastgesteld. De functionele eenheid geeft gekwantificeerde informatie over de levensduur, het gebruik en de toepassingsvoorwaarden. Voor een vergelijking is het relevant of een product een levensduur heeft van 10 jaar, 25 jaar of zelfs 75 jaar. Het geeft aan hoe vaak een product binnen de referentielevensduur van een gebouw moet worden vervangen. Ook het gebruik en de toepassingsvoorwaarden zijn van belang. Hoeveel verf is per vierkante meter nodig om een beschermende laag te verkrijgen die voldoende bestand is tegen weersinvloeden? Hoeveel isolatie wordt gebruikt om een warmteweerstand van 5 m²∙K/W te behalen? Bij het gebruik kunnen ook bepaalde voorwaarden van belang zijn. Zo wordt de functionele eenheid van een dakbedekkingssysteem voor een plat dak gegeven in de dikte van het materiaal per vierkante meter, waarbij ook de omvang en de helling van het dak worden beschreven.

Wat is karakterisatie?

Karakterisatie is een stap in de vaststelling van een LCA. Na het inventariseren van alle onttrekkingen uit de natuur en de emissies naar de natuur, moeten de onttrekkingen en emissies worden vertaald naar een potentiële milieubelasting per effectcategorie (de parameters die de milieu-impact en die het gebruik van grondstoffen beschrijven). Verschillende stoffen dragen in verschillende mate bij aan een bepaald effect. Zo heeft de emissie van 1 kilo methaan voor klimaatverandering een werking die 23 keer zo sterk is als 1 kilo CO2. 1 kilo lachgas werkt 296 keer zo sterk als 1 kilo CO2. De factoren waarmee voor alle effectcategorieën wordt gerekend, zijn vastgesteld door het Centrum voor Milieukunde in Leiden.

Wat is afval?

Stof of voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, of voornemens of verplicht is zich ervan ontdoen.

Wat is biomassa?

Materiaal van biologische oorsprong uitgezonderd materiaal ingebed in geologische formaties en materiaal omgezet in fossiel materiaal.

Wat is bouwafval?

Bouwafval is het totaal van:

  • productuitval door breuk bij transport;
  • productuitval door beschadiging/breuk op de bouwplaats;
  • zaagafval op de bouwplaats;
  • extra besteld materiaal (voor soepele procesgang).

Verlies door incidenten in de gebruiksfase (afgewaaide pannen, glasbreuk) wordt niet als bouwafval beschouwd.

Wat is hergebruik?

Wanneer bouwproducten of gebouw- of GWW-werkonderdelen of elementen opnieuw worden gebruikt in dezelfde functie, al dan niet na bewerking, spreken we van hergebruik. Voorbeelden zijn het opnieuw gebruiken van een isolatiemateriaal als isolatiemateriaal, van een deur als een deur, van een dak als een dak.

Wat is hernieuwbare energie?

Energie uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen, zoals wind, zon, aerothermische energie, geothermische energie, hydrothermische energie, getijde-energie, waterkracht, biomassa, stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties en biogassen.

Wat is hernieuwbare grondstof?

Een grondstof voor een product dat wordt geteeld, natuurlijk aangevuld of natuurlijk gereinigd, op een menselijke tijdschaal. Een hernieuwbare grondstof kan met goed rentmeesterschap oneindig blijven bestaan. Voorbeelden hiervan zijn: bomen in bossen, grassen in grasland, vruchtbare grond.

Wat is recycling?

Recycling is het opnieuw toepassen van materialen in dezelfde of in een andere dan de oorspronkelijke toepassing, al dan niet na bewerking.

Wat is secundair materiaal?

Secundair materiaal is afkomstig uit eerder gebruik of uit afval en het is bedoeld om primaire grondstoffen te vervangen. Secundair materiaal wordt gemeten op het punt waar het secundaire materiaal het systeem binnenkomt vanuit een ander systeem. Materialen afkomstig uit eerder gebruik of uit afval van het ene productsysteem en gebruikt als input in een ander productsysteem zijn secundaire materialen. Voorbeelden van secundaire materialen (te meten op de systeemgrens) zijn gerecycled schroot, gebroken beton, glasscherven, gerecyclede houtspaanders, gerecycled plastic. Doordat de systeemgrens van afvalstromen ligt op het moment dat ‘einde afval’ is bereikt, komt secundair materiaal vrij van milieubelasting een productsysteem als input binnen.

Wat is een milieuprofiel?

De uitkomst van een LCA-studie is een milieuprofiel: een soort scorelijst met milieueffecten. Aan het milieuprofiel is te zien welke milieueffecten de belangrijkste rol spelen in de levenscyclus.

Organisatie

Wat is en doet de NMD?

De Nationale Milieudatabase (NMD) zorgt voor opslag van betrouwbare LCA-milieudata in één centrale database. De aangeleverde milieudata zijn gebaseerd op een EPD en worden gepresenteerd in de vorm van product- en itemkaarten. De kaarten verwijzen naar milieuprofielen. De kaarten en de milieuprofielen worden in verschillende rekeninstrumenten toegepast om de milieuprestatie van gebouwen en GWW-werken te berekenen.