Europees beleid

Binnen Europa spelen zich op verschillende podia discussies af over de (bepalingsmethoden van de) milieuprestaties van (bouw)producten, (gebouwgebonden) installaties, gebouwen, GWW-werken e.d. en de wijze waarop deze worden gedeclareerd. Er zijn drie dominante podia/platforms waar die discussie zich afspeelt:

1. High Level Tripartite Strategic Forum
2. Mandaat voor het opstellen van geharmoniseerde bepalingsmethoden van de milieuprestatie van bouwproducten
3. Europese normalisatie

1. High Level Tripartite Strategic Forum – European Framework Core-indicators SB
Eén van de hoofdaanbevelingen uit het report van de High Level Tripartite Strategic Forum – On follow-up actions on the Communication and Action Plan Construction 2020 [February 2014] is het oprichting van een EU-kader voor het beoordelen, evalueren en het vergelijkbaar stellen van de milieuprestaties van gebouwen. Het bouwen van een Europese structuur voor de beoordeling van de milieuprestaties van bouwproducten moet op basis van bestaande instrumenten en bepalingsmethoden in e Europese lidstaten worden bevorderd.

De Commissie zal de ontwikkeling van het EU-kader leiden, maar zal dit doen in nauwe samenwerking met de relevante belanghebbenden. Vanuit de Commissie zal het werk vooral worden uitgevoerd door het Directoraat-Generaal ENV (environment) en DG GROWTH (Internal Market, Industry, Entrepreneurship and SMEs).

Sinds 2015 werkt het JRC (Joint Research Centre) aan het opstellen van een raamwerk van kernindicatoren voor duurzaamheid in de bouw. Het onderzoek van JRC interfereert met de Mededeling van de Europese Commissie ‘Hulpbronnen-efficiëntie in de bouwsector’ d.d. 1 juli 2014, waarin de twee hoofdsporen zijn genoemd:

1. Naar een gemeenschappelijke aanpak voor de beoordeling van de milieuprestatie van gebouwen en producten.
2. Naar een beter functioneren van een markt voor de gerecyclede materialen.

In het kader van het Construction 2020-initiatief heeft themagroep 3 “Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen”  stappen gezet in de richting van een circulaire economie en verhoogde hulpbronnenefficiëntie in de bouwsector. Themagroep 3 heeft het paper ‘Circular Economy Principles for Buildings Design’ gepubliceerd. Het document bouwt sterk voort op de inzichten en expertise die de deelnemende belanghebbenden delen en heeft geprofiteerd van verschillende uitwisselingsrondes voordat het evolueerde naar deze definitieve versie. Het is een voorgestelde benadering van circulair ontwerp. samengevat onder de rubrieken duurzaamheid, adaptiviteit en afvalvermindering en het faciliteren van hoogwaardig afvalbeheer. Het doel van de paper is om de milieueffecten en levenscycluskosten van gebouwen te helpen verminderen. Het is bedoeld voor degenen die betrokken zijn in de bouwsector, inclusief economische actoren in de waardeketen, beleidsmakers, juridische en technische actoren. Het document is afgestemd op de lancering van Level(s), een vrijwillig rapportagekader om de duurzaamheid van gebouwen te verbeteren.

2. Mandaat voor het opstellen van geharmoniseerde bepalingsmethoden van de milieuprestatie van bouwproducten
Er is een gezamenlijk initiatief van DG GROWTH en DG ENV om een mandaat te verlenen voor het opstellen van geharmoniseerde bepalingsmethoden voor een ecologische footprint voor construction products, mede ter invulling van BWR 7 van de Verordening bouwproducten.

Het mandaat is gericht op het oplossen van tegenstrijdigheden tussen de bepalingsmethoden die zijn opgesteld onder mandaat 350 en die geëvalueerd zijn in proefprojecten voor bouwproducten binnen de methode van de Product Environmental Footprint.

Zodra deze geharmoniseerde bepalingsmethoden zijn gepubliceerd, moeten marktpartijen die een bouwproduct op de markt brengen, aan de hand van die bepalingsmethoden een prestatieverklaring opstellen met daarin de bijbehorende producteigenschappen (technische specificaties) en het beoogde gebruik van het product. De Verordening maakt het mogelijk een Environmental Product Declaration [EPD] aan te leveren voor informatie over milieuprestaties van producten. In die prestatieverklaringen kunnen op termijn de milieugegevens worden opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het product en ook de recycling/hergebruik van het product.

Belangrijke Verordeningen en richtlijnen voor de bouwsector

a) Verordening bouwproducten

b) Richtlijn Ecodesign betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (herschikking)

c) Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen + Verordening 1357/2014 ter vervanging van bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen

d) Richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen + Richtlijn 2018/844 tot wijziging van Richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen en Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie

e) Verordening betreffende het EU-milieukeur + Corrigendum [Ecolabel]

f) Mededeling ‘Bouwen aan de interne markt voor groene producten’ + Aanbeveling van de Commissie over het gebruik van gemeenschappelijke methoden voor het meten en communiceren van de levenscyclus van producten en organisaties milieu >> Product Environmental Footprint [PEF]

g) Verordening 995/2010 tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen