Nationale Milieudatabase

Kenmerken

van de bepalingsmethode


Toepassing en gebruik van de bepalingsmethode
De bepalingsmethode incl. de NMD zijn aangewezen in:

Het gebruik van de bepalingsmethode geeft een grondslag om de milieueffecten van materiaalgebruik in een gebouw en van energiegebruik in de gebruiksfase van een gebouw, in samenhang te bezien. Het is dan noodzakelijk om de resulterende milieueffecten in gelijke eenheden uit te drukken, zodat deze getotaliseerd kunnen worden. Op het totaal kan dan worden geoptimaliseerd in keuzen van materiaal en installatie.

 

Invloeden van een gebouwontwerp op de milieuprestatieberekening

In het Bouwbesluit 2012 is in hoofdstuk 5 het voorschrift opgenomen dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen een berekening van de milieuprestatie dient te worden gevoegd. Indertijd is bewust ervan afgezien dat het resultaat van de berekening aan een eis moest voldoen. De achtergrond is dat de markt zou gaan wennen aan deze berekening en gerelateerde ontwerpbeslissingen. Inmiddels is er veel ervaring opgedaan en heeft het ministerie van BZK na overleg met de ontwerpende – en bouwende partijen (vertegenwoordigd in het Overleg Platform Bouwregelgeving) besloten dat per 1-1-2018 een grenswaarde in het Bouwbesluit 2012 wordt opgenomen. Deze eis wordt dat de milieuprestatie voor woningen en kantoren ten hoogste 1,0 mag zijn. Tijdens de overleggen met de bouwbranche kwam naar voren dat niet voor iedereen de consequenties van ontwerpbeslissingen duidelijk waren. Ook waren er zorgen of de milieuprestatie van installaties die tevens energie leveren voor huishoudelijk gebruik ten volle meegenomen moeten worden in de berekening. Het ministerie van BZK heeft toen SBK gevraagd om op basis van een analyse van uitgevoerde milieuprestatieberekeningen de leerervaringen te destilleren die als basismateriaal kunnen dienen voor voorlichtingsmateriaal over de invloeden van een gebouwontwerp op de milieuprestatieberekening.

SBK heeft aan W/E adviseurs (Utrecht) gevraagd behulpzaam te zijn bij deze analyse. Dit rapport is begin 2017 aangeboden aan BZK.

Uit het onderzoek wordt duidelijk wat de invloed is van extra hoge verdiepingen, erkers, extra geveloppervlak e.d. Bij het rapport Onderzoek 'Principes en parameters Milieuprestatie Gebouwen (MPG)' is een managementsamenvatting gevoegd.

De conclusie is dat de voorgenomen grenswaarde relatief gemakkelijk haalbaar is en dat de ontwerpvrijheid voldoende is gewaarborgd.


Milieueffecten van energiegebruik en materiaalgebruik in samenhang bezien
Tot nu toe ligt de focus bij duurzaam bouwen vooral op energiebesparing bij verwarmen, koelen, enz. De energiebesparende maatregelen vergen in de meeste gevallen het gebruik van meer materialen en installaties. De invloed van dit materiaalgebruik op de totale milieulast (milieueffecten van energie- en materiaalgebruik) van een gebouw tempert de milieuwinst van de energiebesparende maatregelen. Het is zinvol dit tot een minimum te beperken door milieueffecten van energie- en materiaalgebruik onder een gelijke noemer te brengen en de maatregelen in deze samenhang te optimaliseren.

Bepalingsmethode en levensduur van een gebouw
In de bepalingsmethode 'Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken' is geen specifieke levensduur van een gebouw gegeven; deze kan onder eigen verantwoordelijkheid worden aangegeven. Wel worden veel gehanteerde default waarden genoemd, zijnde 75 jaar voor woningen en 50 jaar voor de utilitaire gebouwen. Deze default waarden zijn in de meeste rekeninstrumenten overgenomen. In de rekeninstrumenten is niet beschreven onder welke voorwaarden van deze default waarden kan worden afgeweken en hoe dit zou moeten gebeuren. In de bouwpraktijk is er daardoor behoefte ontstaan aan een genormeerde levensduurbepaling van het gebouw als gemotiveerde afwijking van de default waarde. Dit om de milieuprestatie van gebouwen te kunnen benchmarken etc. Ook kan hiermee al in het ontwerpstadium bewust aangestuurd worden op een lange(re) of korte(re) levensduurverwachting. In opdracht van het ministerie van BZK heeft W/E adviseurs het rapport 'Richtsnoer Specifieke gebouwlevensduur' als aanvulling op de bepalingsmethode 'Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken' opgesteld. Dit rapport geeft een richtsnoer voor een vrijwillig gebruik van een dergelijke genormeerde levensduurbepaling. Bij voldoende draagvlak kan dit richtsnoer zo nodig als normatief in de bepalingsmethode 'Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken' worden opgenomen.

Toepassing van de bepalingsmethode bij renovatie en transformatie
Momenteel ligt er een grote opgave om bestaande kantoorgebouwen duurzaam te renoveren, of te transformeren naar een andere gebruiksfunctie. Het is zinvol in afwegingen voor transformatie, renovatie of sloop ook de milieuprestatie van de ingreep inzichtelijk te maken. De op nieuwbouw gerichte bepalingsmethode 'Milieuprestatie gebouwen en GWW-werken' is hiervoor niet geheel geschikt. De methode behoeft een aanpassing om de slag volledig te kunnen maken. In opdracht van het ministerie van BZK heeft W/E adviseurs in een addendum de eerste lijnen op papier gezet over de wijze waarop de bepalingsmethode ook specifiek en doelmatig kan worden gemaakt voor renovatie/transformatie.

De bepalingsmethode en het addendum maken het mogelijk ook de milieuprestatie van de renovatie of transformatie te berekenen. De aard en inhoud van de Nationale milieudatabase (NMD) hoeft hiervoor niet te wijzigen.