FAQ

Veel gestelde vragen

Uw vragen over de NMD, de Bepalingsmethode en het Toetsingsprotocol kunt uw kwijt via emailadres info@milieudatabase.nl.
Veel gestelde vragen worden opgenomen in de rubriek FAQ. 

Bent u op zoek naar de uitleg van een begrip of afkorting? Bekijk dan onze begrippenlijst of onze afkortingenlijst. 

Milieuprestatie – Bepalingsmethode

Wat is het verschil tussen de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken en de Milieuprestatie Gebouwen (MPG)?

De Bepalingsmethode is prestatiegericht, niet oplossingsgericht, en stelt dus geen eisen aan de bouwmethode en de techniek. Opdrachtgevers en -nemers kunnen de methode gebruiken om afspraken te maken over de kwaliteitsniveaus van een bouwproject, met alle ontwerpvrijheid en ruimte voor innovatieve oplossingen.
De MPG is een belangrijke maatstaf voor de duurzaamheid van een gebouw. Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik. De MPG is een objectief hulpmiddel in het ontwerpproces en het kan gebruikt worden in een Programma van Eisen om het resultaat van een ontwerpproces vast te leggen. In een MPG berekening wordt gebruik gemaakt van milieuinformatie uit de NMD.

Wat is de schaduwprijsmethodiek?

Om tot een enkelvoudige indicator voor milieubelasting te komen is het wegen en samenvoegen van de scores op de milieu-impactcategorieën noodzakelijk. Deze weging vindt plaats door middel van de schaduwprijsmethodiek: vermenigvuldiging van de gekarakteriseerde effectscores met de bijbehorende schaduwprijs, het voor de overheid hoogste toelaatbare kostenniveau (preventiekosten) per eenheid emissiebestrijding.

Waarom is de bijlage ‘Overzicht van de scope van een bouwwerkberekening voor de verschillende gebruiksfuncties’ niet compleet?

De bepalingsmethode geeft enkel de methodiek aan hoe de milieuprestatie van een bouwwerk moet worden berekend. Het geeft niet de verzameling van bouwproducten en bouwwerkinstallaties aan waarover de berekening moet plaatsvinden. Noch geeft het aan hoe de milieuprestatie van een bouwwerk verdeeld moet worden over meerdere gebruiksfuncties in dat bouwwerk. De regelingen waarin voor het berekenen van de in de betreffende regeling gestelde eisen naar de bepalingsmethode is verwezen (bijvoorbeeld Bouwbesluit of BREEAM), geven zelf aan over welke verzameling van bouwproducten en bouwwerkinstallaties de berekening moet plaatsvinden. Dit is altijd een beschrijving en geen uitputtende lijst, omdat er altijd producten zijn die niet in die lijst voorkomen.Het overzicht van de scope is dus enkel informatief opgenomen als bijlage bij de bepalingsmethode en pretendeert niet een compleet overzicht te zijn, omdat per regeling verschilt welke onderdelen wel of niet meegenomen hoeven te worden.

Wat is het verschil tussen NEN-EN 15804 en de Bepalingsmethode Milieuperstatie Bouwwerken?

De Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken is gebaseerd op de NEN-EN 15804 Duurzaamheid van Bouwwerken – Milieuverklaringen – Basisregels voor de productgroep bouwproducten. De Bepalingsmethode modelleert de NEN-EN 15804 naar de Nederlandse context en de Nederlandse bouwmethoden.

Welke versie van de Bepalingsmethode moet ik hanteren?

De Bepalingsmethode wordt zowel publiek- als privaatrechtelijk gebruikt. Publiekrechtelijk wil zeggen dat ernaar wordt verwezen in de wet- en regelgeving, in dit geval het Bouwbesluit 2012 en de Regeling Bouwbesluit 2012. Deze wettelijke verwijzing heeft betrekking op de rekenregels uit hoofdstuk 3 en niet op de methodische eisen uit hoofdstuk 2.
Nu de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken 1.0 per 1 juli 2020 is gepubliceerd, zal hoofdstuk 3 hiervan in de loop van 2021 de plaats vervangen van hoofdstuk 3 in de momenteel vigerende Bepalingsmethode (v3.0 januari 2019). Dit impliceert een wijziging van artikel 3.1 van de Regeling Bouwbesluit. Private partijen die gebruik maken van de Bepalingsmethode kunnen zelf vastleggen welke versie van de Bepalingsmethode zij voorschrijven. Zie ook: Welke versie van de Bepalingsmethode geldt waarvoor?

 

Ik wil voor in mijn berekening afwijken van default gebouwlevensduur. Wat zijn hier de richtlijnen voor?

In de Bepalingsmethode ‘Milieuprestatie Bouwwerken’ is geen specifieke levensduur(verwachting) van een gebouw gegeven; deze kan onder eigen verantwoordelijkheid worden aangegeven. Wel worden veel gehanteerde defaultwaarden genoemd, zijnde 75 jaar voor woningen en 50 jaar voor de utiliteitsgebouwen. In de bouwpraktijk is er de behoefte aan een genormeerde levensduurbepaling van het gebouw als gemotiveerde afwijking van de defaultwaarde om de milieuprestatie van gebouwen te kunnen benchmarken en om al in het ontwerpstadium bewust aan te sturen op een lange(re) of korte(re) levensduur. In opdracht van het ministerie van BZK heeft W/E Adviseurs het rapport ‘Richtsnoer Specifieke gebouwlevensduur’ opgesteld, dat fungeert als richtsnoer voor een vrijwillig gebruik van een dergelijke genormeerde levensduurbepaling. Bij voldoende draagvlak kan dit richtsnoer als normatief in de Bepalingsmethode ‘Milieuprestatie Bouwwerken’ worden opgenomen.

Wat is het verschil tussen een MPG-berekening en Dubokeur?

Het DUBOkeur® bewijst dat een product (voor de bouw, GWW of interieur sector), grondstof, installatie of woning tot de meest milieuvriendelijke keuze behoort. Dit wordt aangetoond aan de hand van een milieukundige levenscyclusanalyse gemaakt door het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (NIBE). Het hebben van een keurmerk als DUBOkeur® is niet opgenomen in het Bouwbesluit. Wel worden er eisen gesteld aan de Milieuprestatie Gebouwen (MPG).

Milieuprestatie – Milieuprestatieberekening

Waarom hebben we in Nederland meer milieu indicatoren dan in andere EU landen?

Het resultaat van een LCA is een milieuprofiel. Tot eind 2020 bestond dit profiel nog uit 11 milieu-impactcategorieën volgens de EN 15804, maar omdat in 2019 de EN 15804 is gewijzigd en qua methodiek is gesynchroniseerd met de LCA-methodiek van de PEF (Product Environmental Footprint), bestaat vanaf 1-1-2021 volgens de EN15804+A2 het profiel uit 19 milieu-impactcategorieën. Dit zijn er meer dan Europees verplicht is. Stichting NMD zal binnenkort een verschildocument uitbrengen.

Hoe wordt omgegaan met een verandering van inzicht op het gebied van milieu-impact?

De lijst met milieu-impactcategorieën uit de Bepalingsmethode geeftde milieu-impact weer van het product onder studie. Deze lijst is op Europees niveau afgesproken in de EN 15804+A2 norm. Bij verandering van deze norm naar aanleiding van voortschrijdend wetenschappelijk inzicht zal de Bepalingsmethode worden aangepast.

Ik heb een vraag over de Milieuprestatieberekening van mijn ontwerp. Waar kan ik terecht?

In de ‘Gids Milieuprestatieberekening versie juli 2020’ kunnen een aantal interpretaties en ontwerpvraagstukken bij het berekenen van de milieuprestatie van gebouwen gevonden worden. De gids staat grotendeels in het kader van de grenswaarde voor de milieuprestatie in het Bouwbesluit, die per 1 januari 2018 van kracht is.

Op welke gebouwen is de MPG van toepassing?

De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Het gaat hierbij om nieuwe kantoorgebouwen (groter dan 100 m²) en om nieuwbouwwoningen.
Per 1 januari 2018 geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 1,0. Op 1 juli 2021 wordt de milieuprestatie voor nieuwe woningen (niet voor kantoren) aangescherpt van 1,0 naar 0,8. Het doel is om de eis stapsgewijs scherper te stellen en uiterlijk in 2030 te halveren.
Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland vindt u de meest accurate informatie over genomen besluiten en aanscherpingen.

Wat is het verschil tussen NEN-EN 15804 en de Bepalingsmethode Milieuperstatie Bouwwerken?

De Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken is gebaseerd op de NEN-EN 15804 Duurzaamheid van Bouwwerken – Milieuverklaringen – Basisregels voor de productgroep bouwproducten. De Bepalingsmethode modelleert de NEN-EN 15804 naar de Nederlandse context en de Nederlandse bouwmethoden.

Vallen tiny houses ook onder het Bouwbesluit ? En dan in het bijzonder in het kader van de regels m.b.t. duurzaam bouwen?

Het begrip tiny house is niet gedefinieerd in de bouwvoorschriften. Als het tiny house een bouwwerk is, dan zal dat bouwwerk aan de eisen van het Bouwbesluit 2012 moeten voldoen (artikel 1b Woningwet). Een voor het wonen bestemd bouwwerk of onderdeel wordt aangemerkt als woonfunctie, en zal moeten voldoen aan de daaraan in het besluit gestelde voorschriften. Dit geldt ook voor de voorschriften in het kader van milieu. Op basis van artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012 kan op basis van gelijkwaardigheid worden afgeweken van de voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. De indiener van de aanvraag om omgevingsvergunning zal ten genoegen van het bevoegd gezag (de gemeente) aannemelijk moeten maken dat een oplossing een in artikel 1.3 bedoelde gelijkwaardigheid biedt. 

Dienen externe voorzieningen te worden meegenomen in de volgens het Bouwbesluit verplicht MPG-berekening?

De systeemafbakening voor de milieuprestatie reikt tot aan de perceelgrens: installaties voor externe energielevering, maar ook de buitenriolering behoren tot de milieuprestatie in het Bouwbesluit. Ter illustratie wordt verwezen naar het Infoblad Bouwbesluit 2012 m.b.t. riolering en gemeentelijke watertaken. In de afbeeldingen in het Infoblad staat aangegeven tot waar de voorzieningen binnen de perceelgrens reiken en die daarom moeten worden meegenomen in de milieuprestatieberekening van het gebouw.  

Hoe dienen installaties voor externe energielevering te worden meegenomen in de volgens het Bouwbesluit verplichte MPG-berekening?

Installaties voor externe energielevering (denk aan de aansluitingen voor gas, elektriciteit en/of warmte, maar ook de energie-infrastructuur en centrale installaties voor opwek/omzetting) moeten worden meegenomen in de milieuprestatieberekening. Desbetreffende installaties zullen in de energieprestatieberekening moeten zijn benoemd en hiervoor moet in de milieuprestatieberekening een equivalent qua materiaalgebruik worden opgevoerd. In de Nationale Milieu Database zijn daarvoor zogenaamde default-waarden opgenomen, dat wordt bepaald door het (berekende) gebouwgebonden energiegebruik in te voeren in de berekening.

Voor een effect- en monitoringsstudie ben ik op zoek naar referentiebouwwerken. Beschikt de NMD hierover?

W/E adviseurs heeft in samenwerking met LBP Sight voor Stichting Nationale Milieudatabase het onderzoek ‘Materialisatie referentiebouwwerken’ uitgevoerd waarin volledige gematerialiseerde referentiegebouwen zijn vastgelegd. Deze set referentiegebouwen zijn ontwikkeld om op steekhoudende wijze effect- en monitoringsstudies uit te kunnen voeren gericht op eventuele wijzigingen in de MPG. Deze set is openbaar, zodat doorrekeningen controleerbaar en reproduceerbaar zijn. > Meer over Milieuprestatie

Hoe worden PV-panelen meegenomen in de MPG-berekening?

Bouwaanvragen dienen integraal en in samenhang beoordeeld te worden. Daarom dienen de Bouwbesluitberekeningen consistent te zijn. De vierkante meters PV panelen die aangehouden zijn in de BENG berekening (energieprestatie) dienen ook te worden meegenomen in de MPG berekening (milieuprestatie). Dat betekent dat in de berekeningen op basis waarvan de omgevingsvergunning verleend wordt, steeds dezelfde vierkante meters PV panelen aangehouden zijn. Het Bouw- en woningtoezicht controleert dat.
Zodra de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) van kracht wordt zal de kwaliteitsborger hierop toe gaan zien. Het bevoegd gezag ontvangt tezamen met het dossier bevoegd gezag de verklaring van de kwaliteitsborger dat het project voldoet aan het Bouwbesluit (na 1-1-2022 Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL)) en de BENG en MPG berekening.
Op het dak mogen meer zonnepanelen worden aangebracht dan in de omgevingsvergunning voor het bouwen is aangegeven, mits voor dat surplus is voldaan aan de voorwaarden die het Besluit omgevingsrecht stelt voor het vergunningsvrij kunnen aanbrengen van PV-panelen.

Hoe komt men van een LCA/EPD tot een MKI/MPG?

Na het laten opstellen van een LCA en EPD kan men deze data na een toetsing toevoegen aan de NMD. De milieudata in de NMD wordt gebruikt door verschillende particuliere bedrijven die rekeninstrumenten hebben ontwikkeld om een MKI- of MPG-berekening te kunnen maken. MKI- en  MPG-waarden zijn dan ook alleen inzichtelijk te maken met behulp van de rekeninstrumenten.

Milieuprestatie – Rekeninstrumenten

Beschikt de NMD over eigen rekeninstrumenten?

Nee, rekeninstrumenten zijn online, private rekensoftware die gebruikt worden om de milieuprestatie van bouwwerken te berekenen op basis van de milieudata in de NMD. Stichting NMD heeft rekenregels opgesteld om eenduidig en controleerbaar aan te geven hoe de Bepalingsmethode moet worden omgezet in een digitaal instrument. De regels zorgen ervoor dat er een uniforme berekening wordt toegepast in de rekeninstrumenten, en zo een eenduidig resultaat geeft voor de milieuprestatie van gebouwen.

Ik ben een instrumenthouder en wil gebruik maken van de NMD. Wat is hiervoor nodig?

Alvorens het stempel “gevalideerd” te krijgen, worden de rekeninstrumenten getoetst aan de hand van een validatieprocedure. de NMD-software validatie-richtlijn. Op basis van deze validatieprocedure toetst de Stichting NMD of de rekenregels juist zijn gehanteerd, en dus of de Bepalingsmethode en de NMD goed geïmplementeerd zijn in de software.
Voor het gebruik van de gehele database geldt er een eenmalige entree fee van € 15.762,- en daarnaast worden er jaarlijkse licentiekosten in rekening gebracht van € 2.589,- voor het gebruik en voor updates van de NMD. De genoemde bedragen zijn excl. BTW en gelden van 1-1-2021 tot 1-1-2022.

Milieuprestatie – Circulariteit

Hoe speelt NMD in op toenemende belangstelling voor circulariteit?

Naast data over milieueffecten van bouwproducten (milieuprestatie) zal de NMD per 1 januari 2021 ook data opnemen over de onderliggende parameters uit een LCA-rapport zoals de materiaalstromen in kg (oa. secundair materiaal input, secundair materiaal output, materiaal voor recycling, materiaal voor hergebruik), de hoeveelheid hernieuwbare energie die gebruikt is en het waterverbruik in de keten.
Daarnaast is de NMD altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op dit vlak en zijn wij aangehaakt bij verschillende onderzoeken.

Geeft de MKI/MPG waarde een indicatie van de circulariteit van een product?

De MKI/MPG als waarde van milieuprestatie van bouwwerken geeft op zich geen indicatie van de circulariteit van een product. De MKI/MPG waarde is een 1-puntscore van de milieuprestatie van een gebouw of GWW-werk, bepaald overeenkomst de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken Deze waarde geeft dus alleen een indicatie van het effect van de circulaire strategie op de milieuprestatie. Om aan de hand van een LCA-rapport ook circulariteit getalsmatig naast de MKI/MPG waarde te kunnen uitdrukken, voert Stichting NMD op het moment onderzoek uit naar indicatoren van circulariteit.

Database

Waarom wordt er zowel met merkgebonden (categorie 1) productkaarten gewerkt als met gemiddelden (merkongebonden productkaarten, categorie 2 en 3)?

Het uitgangspunt van de NMD is om met zoveel mogelijk merkgebonden (categorie 1) productkaarten te werken. Naast dat bedrijven hierdoor worden uitgedaagd om te innoveren, representeren merkgebonden productkaarten de werkelijke milieu-impact het beste. 

Echter, momenteel bevat de NMD ook veel gemiddelden (categorie 2 en 3) door een gebrek aan data aangeleverd door fabrikanten. 

Op de NMD-website en in documentatie wordt gesproken over databaseversie en dataversie. Wat is het verschil?

De ‘databaseversie’ refereert naar de systeemversie en heeft betrekking op de updates van het systeem achter de data opgeslagen in de NMD. De ‘dataversie’ refereert naar updates van de data zelf – het toevoegen, wijzigen of verwijderen van data. In het verleden liepen de data- en systeemversie gelijk: Met de release van de NMD2.3 werd zowel de data als het systeem geüpdatet. In het nieuwe systeem, de NMD3.0 zijn deze twee van elkaar losgetrokken. De dataversie is sindsdien tijdsafhankelijk. Doordat de data iedere 24 uur geüpdatet wordt, is er iedere 24 uur een nieuwe versie van de data. De versie van het systeem blijft daarbij hetzelfde.

Wat is het verschil tussen de Nationale Milieudatabase en de processendatabase?

Stichting NMD beheert zowel de Nationale Milieudatabase (NMD) als de NMD-Processendatabase. De NMD is een database gevuld met productkaarten. Dit is de database die gebruikt wordt door de rekeninstrumenten voor het maken van MKI- en MPG-berekeningen. De NMD-Processendatabase wordt als bron gebruikt (voor het opstellen van LCA’s) ten behoeve van de data opgenomen in de productkaarten in de NMD.

Milieudata

Wat is de doorlooptijd totdat mijn product in de NMD staat?

De doorlooptijd van dit proces is sterk afhankelijk van de levenscyclusanalyse en zal per product en LCA-expert verschillen. Zodra de milieudata is ingevoerd zal een erkende LCA-deskundige de invoer moeten controleren. Vervolgens wordt de milieudata gepubliceerd in de NMD. De stappen die ondernomen moeten worden zijn te vinden op onze website. Meer informatie over het aanmelden van data

Over ons

Wat is en doet de NMD?

Stichting NMD onderhoudt en borgt de kwaliteit van een systeem met de Bepalingsmethode ‘Milieuprestatie Bouwwerken’ en een neutrale, onafhankelijke milieudatabase, waarin milieudata over bouwstoffen, bouwmaterialen en gebouwinstallaties is opgeslagen. Dit doet zij in afstemming met, en met commitment van alle belanghebbende partijen.

Overig

Wat is een achtergrondproces?

Een achtergrondproces is een proces dat van invloed is op een product van een producent of een leverancier, maar waarop de producent of leverancier geen directe invloed heeft en dat elders in de keten plaatsvindt; bijvoorbeeld productie van elektriciteit of een grondstof.

Ik heb een vraag over een NMD Viewer

Lees hier de FAQ’s over de NMD viewer. Klik rechtsboven voor de veelgestelde vragen.

Waar kan ik terecht met mijn vraag over ...