X

Deel dit artikel!

Een monument is niet duurzaam omdat het oud is

“Eigenaren van monumenten zeggen vaak: ik behoud een oud pand dus ik ben duurzaam bezig. Maar dat is absoluut niet voldoende. Een monument is niet duurzaam omdat het oud is. Duurzame monumentenzorg gaat veel verder en er is veel mogelijk”. Dat zegt Robert Tersmette van BOEi. Op zijn visitekaartje staat ‘verduurzamer’.

Centrale Markthal Amsterdam. Foto Jan van Dalen, BOEi

Robert Tersmette
Foto Chris van Houts

Robert Tersmette is een bouwkundig ingenieur die als timmerman en aannemer heeft gewerkt. Hij kwam bij BOEi terecht toen hij als timmerman het plafond moest slopen van het klooster waar BOEi nu is gehuisvest. Aansluitend daarop heeft hij een plan opgezet om de verduurzamingsmogelijkheden van het klooster in kaart te brengen. “Restauratie van een monument is specifiek werk. Je moet weten wat onaangeroerd moet blijven, wat je met een penseel moet restaureren en wat je wel mag veranderen of vernieuwen.”

Vanzelfsprekend staat de verduurzaming van monumenten in het teken van het isoleren van het gebouw en het aanbrengen van energiezuinige installaties. Maar dat is slechts een deel van het werk van de verduurzamers van BOEi. Samen met zijn collega Martijn Bok is het zijn taak de duurzaamheid van de projecten van BOEi op een zo hoog mogelijk niveau te brengen. Zij kijken niet alleen de energetische kwaliteit van het gebouw, maar ook naar de milieu-impact van de materialen en de mogelijkheden van hergebruik.

Een concreet voorbeeld van hergebruik zijn de 250 deuren uit het voormalige Zuiderziekenhuis in Rotterdam die bij naar een ander restauratieproject van BOEi zijn gebracht. In de Centrale Markthal in Amsterdam zullen de oude deuren op creatieve wijze worden gebruikt om bestaande gevelopeningen dicht te zetten. Het Zuiderziekenhuis stond op de nominatie om gesloopt te worden. Door ingrijpen van BOEi is het ziekenhuis behouden gebleven en wordt het complex omgebouwd tot 30 woningen en 73 loft-appartementen. In het oude voorgebouw van het ziekenhuis, het Poortgebouw, is nu het Zuider Gymnasium gehuisvest.

BOEi houdt zich bezig met het restaureren en herbestemmen van cultureel, industrieel en religieus erfgoed. Veelal gaat het om leegstaande panden waarvoor verval en sloop in het verschiet ligt. BOEi onderzoekt de mogelijkheden van herbestemming. Als een nieuwe exploitatie van het bouwwerk voldoende kansrijk is, wordt het pand aangekocht en gerestaureerd. Vervolgens wordt het pand verkocht of verhuurd aan de nieuwe exploitant. BOEi is opgezet om de verpaupering van de grote steden tegen te gaan en opereert als een culturele ondernemer die zich baseert op de gedachte van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Voorbeelden van geslaagde projecten zijn: de DRU-fabriek in Ulft, de leerlooierij Driesen in Dongen, het 50 KV-elektriciteitsstation in Apeldoorn en de steenfabriek De Bovenste Polder in Wageningen.

Oude panden hebben veel onderhoud nodig en in de monumentenzorg is het gebruikelijk om bij vervanging hetzelfde materiaal te kiezen. “Als er bitumen op het dak ligt, wordt bij restauratie het dak bijna altijd opnieuw afgedekt met bitumen”, zegt Tersmette. “Maar bitumen is niet zo milieuvriendelijk. Tenzij er duidelijke bouwhistorische redenen zijn, is het mogelijk om voor een milieuvriendelijker alternatief als EPDM te kiezen.”

Voor de gevel is het vaak lastiger. Ramen en kozijnen zijn doorgaans beeldbepalend en kunnen vanuit bouwhistorisch oogpunt niet zomaar door moderne ramen met hoogrendementsglas worden vervangen. “Niettemin moet een gebouw wel bruikbaar zijn”, zegt Tersmette. “Tocht en koudeval moeten worden voorkomen en het energiegebruik moet worden beperkt. In houten kozijnen kunnen we vacuümglas plaatsen. Het beste type vacuümglas is beter dan HR+++-glas en heeft dus een hoge isolatiewaarde. De vraag is altijd wel of vacuümglas door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed wordt toegestaan. Vacuümglas is een vlakglas, terwijl in oude monumenten dikwijls getrokken glas is geplaatst. Bij stalen ramen is het nog lastiger. Als stalen ramen niet kierdicht te krijgen zijn, dan plaatsen we achterzetramen van aluminium. Daarmee kunnen we het warmteverlies beperken, krijgt het gebouw weer een functie en kan het van de sloop worden gered.”

Zuiderziekenhuis Rotterdam. Foto Jan van Dalen, BOEi.

Ook al is het monumentale karakter van een gebouw van groot belang, het wil niet zeggen dat de mogelijkheden tot verduurzaming beperkt zijn. In Amsterdam is BOEi bezig met de herbestemming en de restauratie van de Centrale Markthal. “Wij zijn nu een plan aan het uitwerken om het hellende dak, dat wel drie voetbalvelden groot is, met EPDM te vernieuwen. Dat is milieutechnisch een enorme verbetering.” Onder de EPDM-laag komt een isolatielaag van gerecyclede EPS-korrels. Het dak wordt het grootste energieleverende dak van Amsterdam. Op het dak wordt 2500m² aan zonnepanelen geplaatst die 400.000 kWh aan stroom leveren. Verder wordt het gebouw geïsoleerd met cellulose in de wanden. De platte daken krijgen een groen dak. Het gebouw wordt gasloos verwarmd. “We zijn aan het onderzoeken of dit lukt met carbon infrarood vloerverwarming en een watergedragen plafondverwarming. Voor de plafondverwarming zijn de mogelijkheden gelimiteerd. We bekijken of we regenwater kunnen opvangen om daarmee het sedumdak te besproeien. ’s Zomers zorgt dat voor passieve koeling van je gebouw en voorkom je het gebruik van koelingsinstallaties. In ieder geval wordt de Centrale Markthal een toonbeeld van duurzame herbestemming.”

De verduurzamers van BOEi werken vanuit een duurzaamheidsbeleidsplan. “Wij zijn bezig om ons duurzaamheidsbeleidsplan te vertalen naar een concrete maatregelenlijst. Daarin geven wij aan wat de eerste voorkeur heeft, wat de tweede voorkeur heeft en wat niet wordt geaccepteerd.” Ze zijn gestart met het maken van een lijst van tien duurzame en haalbare ingrepen. Maar inmiddels kent de ‘De Top 10’ veel meer aanwijzingen.
Op de lijst staat bijvoorbeeld beton. De eerste voorkeur is het toepassen van circulair beton. Het wordt gemaakt door betonpuin weer te scheiden in de oorspronkelijke delen zand, grind en cement. Het gaat om hergebruik van grondstoffen en niet om betongranulaat. “Maar het is iets duurder en niet overal verkrijgbaar. Als het niet haalbaar is dan komen alternatieven in beeld als vezelbeton en schuimbeton. De toepasbaarheid van nieuwe betonproducten met iets olifantsgras moeten we nog onderzoeken, maar het is zeker interessant.” Voor metselwerk kan mogelijk met steenstrips worden gewerkt. De milieu-impact is daarvan minder groot dan het aanbrengen van nieuw metselwerk, terwijl het er toch uitziet als een oude muur. Voor het ruwbouw timmerwerk, de spanten en de liggers, gaat de voorkeur uit naar Cross Laminated Timber, gelamineerd fineerhout (LVL) en houten I-profielen. Ook Accoya-hout staat op de lijst.

 

Centrale Markthal Amsterdam. Foto Jan van Dalen, BOEi

Voor het isoleren van de constructie heeft Tersmette een voorkeur voor vlaswol en cellulose. “De richtlijn is: vlaswol in de hellende delen en cellulose in de staande delen. Vlaswol is goed verkrijgbaar, heeft een hoog isolerend vermogen en heeft weinig last van vocht. Het kan een beetje inzakken en daarom vind ik het geschikter voor de kap dan voor de wanden. Voor het isoleren van spouwconstructies gebruik ik aan de binnenzijde liever cellulose dan EPS. Cellulose is prima in te blazen, bezit een hoog warmte-absorberend vermogen, blijft goed zitten en heeft een lagere milieu-impact.”

“Onze lijst willen we praktisch houden. Er zijn zoveel keuzes te maken. We willen hieraan sturing geven door een lijst op te stellen met duidelijke en eenvoudige keuzes. Aannemers zien door de bomen het bos niet meer. Isolatie van hennep, beton met olifantsgras. Het kost tijd om uit te zoeken wat wel en wat niet werkt en of het geschikt is voor de beoogde toepassing. Daarom hebben we een lijst gemaakt van duurzame bouwproducten die duurzaam zijn, gangbaar zijn en die de aannemer goed kan verwerken. Het is een concrete lijst met duidelijke keuzes: de BOEi-keuze, de 2e keuze en een foute keuze.”
“Aan elke product kleeft wel een bezwaar. Niet bouwen is beter dan bouwen. Maar zonder bouwwerken kunnen we niet. Op een gegeven moment moet je de knoop doorhakken. Af en toe gaat er wat mis. Dan moet je het oplossen en doorgaan met durf. Mijn uitgangspunten daarbij zijn: kwaliteit, duurzaamheid en praktische toepasbaarheid. Technisch moet het goed zijn, het moet goed verkrijgbaar en verwerkbaar zijn en je moet zoveel mogelijk kiezen voor natuurlijke materialen.”

Meer lezen:

> BOEi

 

 

webinar