AGENDAOVERZICHT < DELEN >
X

Deel dit artikel!

De functie en werking van een levenscyclusanalyse

De ‘Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken’, kortweg Bepalingsmethode, is een uniforme meetmethode om de milieuprestatie van bouwwerken eenduidig, controleerbaar en reproduceerbaar te berekenen. Voor de wijze waarop de milieuprestatie van bouwwerken moet worden gemeten verwijst de Bepalingsmethode naar de wetenschappelijk onderbouwde levenscyclusanalyse, zoals deze is opgenomen in de EN 15804, de Europese norm voor de op de milieugerichte levenscyclusanalyse gebaseerde milieuprestatie van bouwproducten.

LCA

Wat is een LCA?

Bij het opstellen van een ‘LevensCyclusAnalyse’ (LCA), meet je de effecten van een product op het milieu in zijn verschillende levensfasen.  In de LCA -methodiek van de EN 15804 worden 19 categorieën aan milieueffecten onderzocht. Daarbij gaat het om effecten met betrekking tot de uitputting van onze voorraden (gebruik van grondstoffen, energie, water en land) en om de uitstoot van schadelijke en gevaarlijke stoffen (broeikasgassen, stikstof en toxische stoffen). Kortweg gezegd, een LCA onderzoekt voor een product de onttrekkingen uit het milieu en de emissies naar het milieu. De analyse wordt uitgevoerd met betrekking tot alle levensfasen van het product, dat wil zeggen van de winning van de grondstoffen via productie, gebruik en hergebruik tot en met de afvalverwerking. Oftewel van wieg tot graf.

Waarvoor dient een LCA?

 
De uitkomst van een LCA  is een scorelijst aan milieueffecten en wordt aangeduid als het ‘milieuprofiel’ van het product. De berekening wordt in cijfers uitgedrukt: de ‘MilieuKostenIndicator’, kortweg MKI. In de GWW-sector wordt het milieuprofiel van bijvoorbeeld een viaduct uitgedrukt in MKI’s. Wanneer het een gebouw betreft wordt de MKI berekend op basis van de beoogde levensduur van het gebouw en per vierkante meter brutovloeroppervlakte. De ‘MilieuPrestatie Gebouwen’ (MPG) is een optelsom van alle MKI’s van de producten die in een gebouw zijn gebruikt. 
 
Bij aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen is het vereist een MPG-berekening in te dienen en moet de MPG voldoen aan een bepaalde waarde. Momenteel mogen nieuw te bouwen woningen geen hogere MPG hebben dan 0,8. Nieuw te bouwen kantoren met een gebruiksoppervlakte groter dan 100m² mogen geen hogere MPG hebben dan 1. In de toekomst worden de genoemde waarden verlaagd en zullen ook andere gebouwfuncties moeten voldoen aan een eis aan de MPG. In de GWW-sector wordt de MKI gebruikt om de milieukwaliteit in aanbestedingsprojecten te laten meewegen. De MKI is dan een factor in de berekening van de ‘Beste Prijs Kwaliteit Verhouding’. Daarnaast speelt de MKI-berekening een rol bij het opstellen van keurmerken van gebouwen (zoals BREEAM en GPR-Gebouw) en bij het verkrijgen van belastingvoordeel (MIA\Vamil-regeling).
 
De optelsom van alle milieuprofielen maakt het mogelijk om de milieukwaliteit van de bebouwde omgeving te waarderen. Opdrachtgevers, ontwerpers en overheid kunnen vervolgens met behulp van milieuprestatie doelen formuleren om de milieukwaliteit van de gebouwde omgeving te verbeteren. 
 
De LCA, die de basis vormt voor het milieuprofiel, verschaft de producent van het bouwproduct een instrument om de milieukwaliteit van het product te verbeteren. De analyse toont aan welke milieueffecten op welk moment en in welke mate optreden. De verbetering kan worden gerealiseerd door bijvoorbeeld grondstoffen te gebruiken die hernieuwbaar of gerecycled zijn, door met een gewijzigde samenstelling van het product de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken, door de productie met niet-fossiele energie te bewerkstelligen, door het verminderen van de transportafstanden van grondstoffen en halffabricaten, door de vorm de massa van het product te verlagen, door elektrisch gereedschap en materieel op de bouwplaats te gebruiken, door met robuustere onderdelen de gebruiksduur te verlengen, door met nieuwe bevestigingstechnieken de losmaakbaarheid en het hergebruik van het product te bevorderen, etcetera, etcetera. Aangezien de LCA betrekking heeft op alle levensfasen van het product zijn de verbetermogelijkheden zeer divers.

Wat doet de Nationale Milieudatabase met een LCA?

 
De NMD is in feite een bibliotheek van milieuprofielen. Met deze openbaar toegankelijke milieuprofielen verschaft de NMD aan ontwerpers, bouwondernemers en gebouweigenaren een instrument om de milieukwaliteit van bouwwerken vast te stellen. Met behulp van specifieke rekensoftware, waarin alle milieuprofielen van een bouwwerken worden samengevoegd, kan de milieu-impact van dat bouwwerk worden berekend.
 
Aangezien sommige milieudata tot ‘het geheim van de meester’ behoren, wordt een LCA omgezet in een publieke samenvatting zonder gevoelige informatie en wordt dan ‘Environmental Product Declaration’ (EPD) genoemd. Het LCA-rapport, ook wel aangeduid als ‘EPD achtergrondrapport’, is alleen bedoeld voor de interne communicatie en kan door de producent of leverancier worden gebruikt om vast te stellen op welke punten een verbetering van de milieukwaliteit zinvol en haalbaar is.

Hoe wordt een LCA ontwikkeld?

 
Voor het opstellen van een LCA is het vereist om alle relevante milieudata te verzamelen. In de praktijk is gebleken dat het verzamelen van data een tijdrovend en arbeidsintensief proces is. De tijdsduur voor het verzamelen van de data vraagt al snel een paar maanden. In extreme gevallen gaan er een paar jaar overheen voordat alle gegevens zijn verzameld. Het meest eenvoudig zijn de gegevens die de producent direct uit zijn eigen productieproces kan halen. Lastiger is het om gegevens bij buitenlandse toeleveranciers op te vragen. Soms zijn de gegevens niet te achterhalen. Voor bepaalde data, zoals bijvoorbeeld transportafstanden en energiegebruik, worden data uit algemene processendatabases gebruikt. Veelal zijn de aangeleverde waarden conservatief. Als men waarden wil gebruiken die specifiek voor het product zijn, dan moet dit op wetenschappelijke basis worden onderbouwd.
 
Een bedrijf of branche die het plan heeft opgevat een LCA te ontwikkelen en daartoe opdracht heeft gegeven, is de eigenaar van de LCA. Het bedrijf of de branche stelt een ‘LCA-uitvoerder’ aan om de benodigde data te verzamelen. Dit kan een interne medewerker zijn. Maar veel organisaties besteden dit werk uit aan een externe LCA-adviseur. Het is gebleken dat kennis van en ervaring in het opstellen van LCA’s een grote rol speelt in de voortgang van het proces en het uiteindelijke resultaat.
Het is van belang om vooraf vast te stellen met welk doel de LCA wordt opgesteld. Indien de ontwikkeling van de LCA erop gericht is om als milieuprofiel NMD op te nemen, dient de LCA-uitvoerder rekening te houden met de eisen die gelden voor de opname van milieuprofielen in de NMD. Zo gelden er bijvoorbeeld specifieke eisen aan de verzamelde data met betrekking tot materialen en achtergrondprocessen. Voor het verzamelen van dergelijke gegevens wordt verwezen naar een specifieke database. Ook de versie van de database is van belang. 
 
Het proces van het verzamelen van nodige data wordt de ‘LevensCyclusInventarisatie’ (LCI) genoemd. Er wordt een plan opgesteld om te bepalen welke data moeten worden verzameld. Als de data compleet zijn, worden de eerste berekeningen gemaakt. De berekeningen worden intern in het bedrijf of de branche besproken en kunnen op basis van een onderbouwing worden aangepast. Vervolgens worden de berekeningen definitief vastgesteld en kan de rapportage worden opgesteld: de interne EPD Backgroundreport en een publieke samenvatting in de vorm van een EPD.

Dataverzameling

 
De LCI verschilt sterk per product. Voor het ene product is de LCI een complex gebeuren, voor het andere product is het eenvoudig. Een algemene en eenduidige beschrijving van de LCI is daarom niet mogelijk. Om een indruk te krijgen van het proces van dataverzameling volgt hieronder een beschrijving van een aantal aspecten en vragen die kenmerkend zijn voor de LCI.
 
  • De dataverzameling begint met het noteren van de productnaam en nauwkeurige beschrijving van het product, zoals onder andere de afmetingen, het gewicht. Ook het beoogde gebruik en het toepassingsgebied dienen zorgvuldig te worden beschreven.
  • De herkomst en samenstelling van stoffen, materialen en onderdelen (alle ingrediënten) van het product moeten worden genoteerd, inclusief de geheime ingrediënten en de minimaal toegevoegde stoffen.
  • Hoe wordt het product gefabriceerd? Elke stap in het proces dient te worden beschreven, zoals verhitten, wassen, snijden, lassen, verven, lijmen, persen, coaten, boren, etc., etc. Het fabricageproces wordt getoond in een flowchart.
  • Is er water en energie nodig voor de productie? Zo ja, hoeveel en wat voor soort? Betreft het tapwater of grondwater? Wat is de energiebron; fossiele energie, restwarmte, biomassa, windenergie of zonne-energie of nog anders?
  • Het afvalmateriaal bij de productie wordt vastgelegd. Vragen die daarbij onder meer worden beantwoord zijn: hoeveel afval is er en wat gebeurt met het afval. Gaat het terug de productie in, wordt het verkocht aan derden, wordt het intern gebruikt voor verbranding of warmte-opwekking?
  • Hoe wordt het product verpakt en vervoerd? Vindt het transport naar de bouwplaats plaats met elektrisch materieel of met diesel?
  • Welke specifieke voordelen heeft het product? Bijvoorbeeld: er wordt alleen gebruik gemaakt van EURO 5 of 6 vrachtwagens, het betreft altijd Lean-transport, er is een terugname-programma. Dergelijke voordelen moeten met bewijslast worden aangetoond.
  • Hoe verdeel je de waarden van de milieueffecten als een proces of een productsysteem meerdere materialen of producten voortbrengt of verwerkt (de ‘allocatie’)? De allocatie wordt doorgaans bepaald door de waarde die het product opbrengt. Als bijvoorbeeld de opbrengst van een schaap voor 90% wordt bepaald door het vlees en 10% door de wol, worden de milieueffecten van de schapenmest navenant verdeeld tussen het schapenvlees en de schapenwol.
  • Hoe wordt het bouwproduct op de bouwplaats verwerkt? Is er groot materieel nodig als bijvoorbeeld een kraan. Is het een elektrische kraan f werkt de kraan op diesel? Wat en hoeveel bevestigingsmaterialen worden er gebruikt? Wat gebeurt met verpakkingsmaterialen en bouwafval? Zijn er snijverliezen?
  • Wat is de verwachte levensduur van het product? Wat is het effect van algemeen onderhoud op de levensduur? Waaruit bestaat algemeen onderhoud en hoe vaak? Is reparatie mogelijk? Kan het product makkelijk worden vervangen?
  • Wat gebeurt er aan het einde van de levensduur van het product, zoals na vervangingsonderhoud of bij sloop van het gebouw? Kan het product (bouwdeel of installatie-onderdeel) worden eenvoudig worden gedemonteerd zonder breekschade aan de rest van de constructie of installatie? Is er zwaar materieel nodig bij de demontage?  Wat is er nog mogelijk met het product? Is het geschikt voor hergebruik, recycling, refurbishing? Of gaat het naar de verbrandingsoven of naar de stort?

Opname in NMD

Wanneer de LCA-eigenaar ervoor kiest om het bouwproduct in de NMD te laten opnemen, brengt de LCA-uitvoerder de milieudata en het LCA-achtergrondrapport in de NMD in. Om tot de online invoerapplicatie toegang te krijgen, dient de LCA-uitvoerder aan de NMD toestemming te vragen. Bij de invoer wordt bepaald op welke wijze het bouwproduct in de NMD wordt gecategoriseerd. Dit is van belang voor de vindbaarheid van het product.
 
Vervolgens wordt de LCA en het achtergrondrapport gecontroleerd door een ‘erkende LCA-deskundige’. Deze erkende deskundige controleert (‘reviewt’) de ingediende milieudata en LCA-rapportage vanuit een externe en onafhankelijke positie. Het akkoord van de reviewer is vereist voor de uiteindelijke opname van het milieuprofiel in de NMD. Ook na opname in de NMD blijft het opdrachtgevende bedrijf of branche eigenaar van de milieudata en blijft als LCA-eigenaar verantwoordelijk voor de kwaliteit van de milieudata.